Over insuline en depressie

Afgelopen week ben ik vooral bezig geweest met het onderbouwen van mijn plan om depressieve patienten paleovoeding te geven. Ik heb geprobeerd aannemelijk te maken dat paleovoeding goed is voor onze hersenen. Een aantal van de argumenten die ik heb gebruikt in mijn subsidieaanvraag heb ik in mijn presentatie van 8 september besproken. Een van de losse eindjes was insuline, of glucoseregulatie. Wat heeft insuline met depressie van doen?

Een van de meest robuuste bevindingen van Paleolithische dieetinterventies is een verbeterde glucoseregulatie. De regulatie van de glucoseconcentratie in ons bloed is erg belangrijk, en wordt voornamelijk gedaan door insuline. Komt er veel glucose in je bloed, terwijl je niet fysiek actief bent, dan komt insuline die glucose uit je bloed halen om het op te slaan in je spieren, en, als die vol zijn, als vet. Dat is echter niet de enige functie die insuline heeft. Insuline heeft ook belangrijke functies in de hersenen. Insuline beinvloedt bijvoorbeeld ons geheugen. Een acute dosis insuline (studentenhaver met veel rozijnen?) maakt dat we beter kunnen onthouden. Dat komt waarschijnlijk doordat insuline de groei van hersencellen bevordert evenals het maken van nieuwe verbindingen. Beiden zijn belangrijk om te leren. Tegelijkertijd lijkt insuline het glucosemetabolisme van de hersenen alleen in bepaalde gebieden te beinvloeden, bijvoorbeeld in de hippocampus, een belangrijk leercentrum, en in de hypothalamus, een belangrijk stresscentrum. Insuline is ook belangrijk bij het repareren van schade aan het lichaam en heeft een ontstekingsremmend effect.

Het paradoxale is echter, dat een langdurig hoge insulineconcentratie in ons bloed juist een lagere concentratie in de hersenen teweeg brengt. Insulineresistentie is zo’n situatie van langdurig hoge insulineconcentraties. Normaal gesproken kan insuline de bloed-hersenbarriere passeren, maar na langdurig hoge insulineconcentraties gaat dat steeds moeilijker. Hierdoor ontstaat een tekort aan insuline in de hersenen, met alle gevolgen van dien: minder goed kunnen leren en onthouden, minder ontstekingsremmende effecten, minder inhibitie van de hypothalamus, het bevorderen van oxidatieve stress en AGEs, en verminderde reparatie van neuronen.

En wat heeft dat dan met depressie te maken? Vanalles. Al de negatieve effecten van langdurig hoge bloedinsuline en daardoor langdurig lage herseninsuline worden genoemd in het ontstaan en instandhouden van depressie. Depressie is een aandoening van chronische ontsteking, van oxidatieve stress, van een verstoord stresssysteem, en ga zo maar door. En zo ontstaat er een beeld van alles dat met alles te maken heeft. De kracht van paleovoeding zit hem, denk ik, in de specifieke effecten die ik in mijn presentatie noemde, maar dus ook algemenere effecten zoals insulineresistentie. Onderzoek zal uitwijzen of het zo werkt, aanstaande maandag is de deadline voor mijn subsidieaanvraag!

Advertisements

7 thoughts on “Over insuline en depressie

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s