Paleo werkt niet in één dag.

Alhoewel. Zelfs na één maaltijd zijn er verschillen tussen een maaltijd volgens de schijf van vijf en een paleomaaltijd. Opvallend detail: een aantal van de onderzoekers werkt voor Unilever. Misschien nog opvallender, er ontstaat bij mij totaal geen argwaan tijdens het lezen van het artikel.

Recent verschenen de resultaten van een elegante Engelse studie naar de acute effecten van een paleomaaltijd versus een standaardmaaltijd.
De onderzoekers hadden gehoopt aan te kunnen tonen dat een maaltijd op basis van vis, groente, fruit en noten een betere glucose en insulinerespons zouden laten zien dan een standaardmaaltijd op basis van vis, groente, fruit en rijst. Helaas. Die vlieger ging niet op. Sterker nog, één van de twee paleomaaltijden liet drie kwartier en een uur na de maaltijd zelfs een hogere glucoseconcentratie in het bloed zien dan de standaardmaaltijd. Dat zou op het eerste gezicht misschien minder gunstig lijken, in het licht van lagere insulineconcentraties lijkt het juist wel gunstig.

Wat deden deze onderzoekers? De onderzoekers gaven 24 gezonde mannen drie verschillende maaltijden. Ze kregen de maaltijd om 9 uur ‘s ochtends, nadat ze sinds 9 uur de avond ervoor niks meer gegeten hadden. Er zat steeds twee weken tussen de maaltijden. Verder leefden deze vrijwilligers natuurlijk gewoon hun normale leven. Eén van de drie maaltijden was een maaltijd met rijst, vis, groente en fruit. Deze maaltijd bestond voor 60% uit koolhydraten, voor 25% uit vet en voor 15% uit eiwitten en bevatte ongeveer 380 kCal. Naast deze standaardmaaltijd waren er twee paleomaaltijden. Eén daarvan bevatte dezelfde hoeveelheid energie en dezelfde verhouding tussen koolhydraten, vetten en eiwitten als de standaardmaaltijd, maar bevatte veeeeeeel meer groente en fruit om aan die verhoudingen te komen. De tweede paleomaaltijd was hetzelfde als de eerste met een extra stuk witte vis en wat noten. Deze maaltijd bevatte 550 kCal en bestond voor 43% uit koolhydraten, voor 28% uit vetten en voor 29% uit eiwitten. Iedere keer na het eten van de maaltijden werd bloed afgenomen om glucose, insuline en een hele serie hormonen te meten. Daarnaast vroegen de onderzoekers ook hoeveel honger de deelnemers hadden, hoe vol ze zaten, en hoeveel trek ze hadden.

Om met het laatste te beginnen, na het eten van beide paleomaaltijden hadden deelnemers gedurende minstens 3 uur minder honger, zaten ze voller en hadden ze meer trek. Sterker nog, het hongergevoel was na 3 uur een paleomaaltijd nog altijd niet op hetzelfde niveau als direct na de standaardmaaltijd. Hetzelfde gold voor het volle gevoel en voor trek hebben. Noem dat maar geen effect! (Dat is trouwens ook niet wat de onderzoekers suggereren, ik refereer aan de titel van deze post.)

Iets soortgelijks werd overigens ook gevonden in twee Zweedse studies naar de langetermijneffecten van een paleodieet. In tegenstelling tot de Engelse studie naar onmiddelijke effecten, aten de deelnemers aan de Zweedse studies zoveel ze wilden. Het maakte voor het verzadigingsgevoel niet uit of ze het standaarddieet volgden of het paleodieet. Het verschil ontstond zodra de onderzoekers gingen uitrekenen hoe verzadigend het eten was per calorie. Het paleodieet was verzadigender per kalorie dan het standaarddieet. Dat werd ook in de Engelse studie gevonden. Saillant detail: per calorie was de paleomaaltijd met veel koolhydraten verzadigender dan de paleomaaltijd met extra eiwitten. Al is het laatste woord daar nog niet over gezegd, omdat de maaltijd met veel eiwitten ook meer energie bevatte en er langer over deden om hem te verorberen. Wellicht was die maaltijd gewoon een beetje too much.

Enfin, de hamvraag is dan natuurlijk, hoe komt dat? Dan raak ik verzeild in een web van hormonen waar ik moeilijk kaas van kan maken. Of chocolade, zo je wilt. Eén van de makkelijke dingen die de onderzoekers opperen, is de grotere hoeveelheid water ín het voedsel. En dan bedoelen ze niet het water dat opgezogen wordt tijdens het koken van bijvoorbeeld rijst, maar water dat opgesloten zit in de cellen van het eten. De grotere hoeveelheid vezels lijkt gediskwalificeerd te worden, onder andere op basis van de resultaten uit die Zweedse studies.

De ingewikkelde verklaring heeft iets met de hormonen glucose-dependent insulinotropic peptide (GIP), peptide YY (PYY) en glucagon-like peptide 1 (GLP-1) te maken. Alle drie deze hormonen laten een aparte reactie zien na de paleomaaltijden vergeleken met de standaardmaaltijd. Er wordt meer GLP-1 en meer PYY aangemaakt en minder GIP na de paleomaaltijden. Het maakt weinig uit welke paleomaaltijd de deelnemers namen.

Van PYY weten we dat het een belangrijke rol speelt voor het gevoel van verzadiging. PYY wordt ook hoger bij mensen die afvallen door een dieet met lage energiedichtheid, wanneer een dieet gecombineerd wordt met lichamelijke inspanning, zelfs door maagverkleinende operaties wordt PYY hoger, terwijl een regulier dieet om af te vallen leidt tot lagere concentraties PYY en dus een minder verzadigd gevoel.

Van GLP-1 werd ook meer aangemaakt na een paleomaaltijd. Ook dit hormoon is betrokken bij het verzadigingsgevoel, verder speelt het een belangrijke rol bij het aanmaken van insuline. De aanmaak van GLP-1 wordt gestimuleerd door vetten en eiwitten uit de maaltijd, maar ook door vetten (short chain fatty acids) die door darmbacteriën gemaakt worden uit voedingsvezels. Dat laatste kan verklaren waarom er een soort tweede piek ontstond na een paleomaaltijd ten opzichte van de standaardmaaltijd. Waarop GLP-1 ook direct na beide paleomaaltijden hoger was, snap ik niet, zeker niet na de paleomaaltijd die qua macronutriënten gelijk was aan de standaardmaaltijd.

GIP, dat hormoon waarvan minder aangemaakt werd na een paleomaaltijd,is een ingewikkelde. Het is familie van GLP-1, beide worden incretines genoemd. De werking van GIP lijkt wat ingewikkelder dan die van GLP-1. Zo maken diabetespatiënten zowel te weinig GLP-1 als te weinig GIP aan. In het licht daarvan is het vreemd dat GIP an een paleomaaltijd een tegengesteld patroon laat zien vergeleken met GLP-1. De onderzoekers snappen het ook niet helemaal. Wat zij suggereren, is dat de glucose in de paleomaaltijden minder makkelijk vrijkomt. Aangezien glucose de belangrijkste trigger is voor het aanmaken van GIP, lijkt het dan weer logisch. Maar of dat nou gunstig is of niet? Het lijkt een gunstig effect, als je weet dat bovengenoemde studies naar het effect van leefstijlinterventies en maagverkleinende operaties steevast een verlaging van GIP laten zien.

Dus, al lijkt één maaltijd geen verschil te maken voor je glucoserelatie, één enkele maaltijd heeft wel degelijk effect op je hormoonhuishouding en daarmee gevoelens van verzadiging, honger en trek in eten. De onderzoekers vonden trouwens geen verschillen in concentraties ghreline, leptine en pancreatic popypeptide tussen de paleomaaltijden en de standaardmaaltijd

Advertisements

13 thoughts on “Paleo werkt niet in één dag.

  1. Bedankt voor het uitbenen van dit experiment. Het is een erg degelijk uitgevoerd onderzoek.

    Dat geen significant effect op glucosetolerantie werd gevonden verbaast me niet echt, want die was bij alle deelnemers al perfect. Bij geen enkele belasting komen ze boven de 6,5 mMol/l uit. Wel ben ik benieuwd of de glucosetolerantie na verloop van tijd nog beter zou worden. De sterk verschillende incretine-patronenhebben volgens mij wel voorspellende waarde voor toekomstige glucoseregulatie. In beide PALs zijn die patronen gunstiger. Als een slechter wordende glucosetolerantie incretine gemedieerd is, lijkt het logisch dat beide PALs de glucosetolerantie op termijn in stand kunnen houden, terwijl REF (op basis van het incretine-patroon) ‘diabetogeen’ genoemd zou kunnen worden.

    Het viel me overigens op dat de onderzoekers rijst hebben gekozen als bron van geconcentreerde koolhydraten. Volgens mij is dat een confounder.

    1. De rijst werd gekookt volgens de instructies van fabrikant van de rijstkoker. Dat geeft volgens mij een vrij natte rijst. Veel recent onderzoek heeft laten zien dat het watergehalte van koolhydraatbronnen een enorme invloed heeft op de glycaemische respons en op incretinen, althans in muizen. Als er brood was gebruikt had het plaatje er wellicht anders uitgezien.

    2. Maelan kijkt in zijn ADILAN project naar het effect van tarwecomponenten op glucagon. Jönsson (die geweldige spreker 🙂 ) heeft al aangetoond dat tarwe een paradoxale glucagonrespons geeft en daarom mogelijk hogere postprandiale glucosepieken en grotere AUC’s geeft dan bijvoorbeeld rijst.

    Volgens mij is Unilever met name geïnteresseerd in het effect van fytochemicaliën op incretinen.

  2. Een paleo maaltijd die voor 60 % uit koolhydraten bestond? En daarna een die voor 43 % uit koolhydraten bestond. Huh? Weten die onderzoekers wel wat paleo is?

    Dit was een onderzoek naar of het verschil maakt of je carbs uit 1)voornamelijk rijst of 2) voornamelijk groente en fruit haalt. En ja, er was een verschil.

    Wat zou ik graag een onderzoek zien waarin er echte paleo maaltijden werden geserveerd die voor 70% uit vet, 20 % proteine en 10 % koolhydraten bestonden. En daar dan ff de effecten van meten. Tjonge, wat zou dat een klap geven zeg. 😉

    1. Yolanda,
      Uit onderzoek blijkt nergens dat jagers en verzamelaars precies die verhoudingen macronutriënten aten. Onderzoekers tonen keer op keer grote verschillen aan in macronutriëntenverhoudingen tussen verschillende groepen jagers en verzamelaars. De percentages vet die gevonden worden: 21-62 EN% vet en 19-46 EN% koolhydraten.
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10702160
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20860883
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9104571

  3. Esther, bedankt voor je reactie. Ik weet dat er een grote variatie is in voeding bij hunter gatherer populaties. Mijn punt is dat het vetpercenage bij dit onderzoek maar net boven de ondergrens zit bij beide *paleo* maaltijden maar het koolhydraat percentage zit echter net onder en zelfs boven de bovengrens van 46%.

    Het percentage koolhydraten is bij 1 *paleo* maaltijd beduidend hoger dan 46%, namelijk 60 %. Dus paleo? Not so much!

    1. Ik snap wel waarom de onderzoekers de verhoudingen eiwitten, vetten, koolhydraten gelijk hielden tussen de standaardmaaltijd en één van de paleomaaltijden. Op die manier kun je het argument dat het aan die verhoudingen ligt, niet meer gebruiken. En dat is gunstig, want anders zou je er tegenin kunnen brengen, dat het alleen aan die verhoudingen ligt, niet aan de ingrediënten. Dat argument is nu niet geldig.

      Toch zat daar tegelijk ook het probleem. Om aan dezelfde hoeveelheid koolhydraten te komen, moet je heel wat groente en fruit verstouwen. Niet alle deelnemers kregen dat gedaan in de tijd die daarvoor stond. Dat probleem speelde vooral bij de paleomaaltijd met extra eiwitten. Ze konden het gewoon niet op.

      1. Dezelfde groep is momenteel ook met een ad libitum onderzoek bezig. Hoe ze daarbij de macro’s binnen deze verhoudingen willen laten weet ik niet, want een ad lib paleo dieet wordt bijna per definitie koolhydraatarmer, tenzij je zetmeelrijke knollen prominent op het menu zet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s