Eet gerust een ei! (en laat koolhydraten staan)

Op zaterdag verschijnt er altijd een column van Martijn Katan in de Wetenschapsbijlage van het NRC. Meestal zijn dat best aardige stukjes, vandaag sloeg hij de plank behoorlijk mis. Het lijkt Martijn Katan verstandig om het advies van drie eieren per week te handhaven, omdat er geen experimenteel bewijs zou zijn voor de relatie tussen eierconsumptie en het cholesterolgehalte in het bloed. Dat bewijs is er wel.

Er is een heel aantal interventiestudies gedaan, waarin het effect van eierconsumptie werd onderzocht. De resultaten laten zien dat 14-21 eieren per week het cholesterolgehalte niet of nauwelijks verhogen. De meest recente die ik kon vinden dateert uit 2011. In deze studie werden 65 mensen met (pre-)diabetes type 2 random toegewezen aan een eiwitrijk voedingspatroon met 2 eieren per dag of een eiwitrijk voedingspatroon zonder eieren. Beide groepen verbeterden hun glucoseregulatie én hun cholesterolgehaltes. Het enige verschil tussen de twee groepen: bij de deelnemers die 2 eieren per dag aten was het HDL (goede) cholesterol meer toegenomen dan bij de deelnemers die geen eieren aten, evenals de concentraties foliumzuur (vitamine B9) en luteïne, een belangrijke antioxidant.

Een ander voorbeeld. In deze studie werden 45 deelnemers random toegewezen aan een energiebeperkt dieet met 2 eieren per dag of zonder eieren. Na 12 weken was het gehalte LDL (slecht) cholesterol in beide groepen afgenomen, terwijl de cholesterolconsumptie meer dan verdubbeld was in de groep die 2 eieren per dag at!

Nog een voorbeeld. 28 Mannen met overgewicht krijgen een koolhydraatarm voedingspatroon met of zonder 3  eieren per dag. Enige verschil tussen de groepen: HDL cholesterol nam meer toe in de deelnemers die iedere dag 3 eieren aten in vergelijking tot de deelnemers die geen eieren aten. Nog een. Een studie met 25 gezonde jonge mannen die 3 eieren per dag aten of geen eieren: zowel het LDL als het HDL cholesterol waren hoger in de deelnemers die eieren aten. Dus dat zou slecht en goed kunnen zijn, zeg maar. Het verschil tussen deze laatste studie en de andere drie, is dat deze jonge mannen geen energie- of koolhydraatbeperkt dieet kregen in combinatie met de eieren. En daar lijkt de crux te zitten. Want, inderdaad, in de meeste onderzoeken die gedaan zijn tegen de achtergrond van een gangbaar, koolhydraatrijk voedingspatroon werd wél een licht verhogend effect gevonden van eieren op cholesterol. Al vind ik dat ook deze onderzoekers geen korte metten maken met eieren. Katan concludeerde in 2001 aan de hand van 17 eerdere onderzoeken wel dat het eten van eieren heeft een negatief effect op het cholesterolgehalte. Tegen de achtergrond van een gangbaar, koolhydraatrijk voedingspatroon.

Er is inmiddels veel bekend over de gezondheidsbevorderende effecten van koolhydraatbeperkte voedingspatronen. Er is een heel aantal interventiestudies gedaan waaruit blijkt hoe het cholesterolgehalte verlaagd kan worden met voeding. Onderzoeksresultaten laten eenduidig zien dat koolhydraatbeperkte voedingspatronen het cholesterolgehalte verlagen.

Volgens mij kunnen we nóg specifieker zijn. Uit een aantal interventiestudies blijkt dat het cholesterolgehalte ook lager wordt door uitsluitend koolhydraten uit groente en fruit te nuttigen, onafhankelijk van het totale energiepercentage uit koolhydraten of gewichtsverlies. Granen en suiker lijken daarmee de boosdoener, níet het cholesterol in de voeding, zoals eieren.

Katan maakt wel een punt met zijn opmerking over het gevaar van observationele studies. Er is inderdaad een heel aantal observationele studies verschenen waarin geen relatie gevonden word tussen het eten van eieren en cholesterolgehalte. Al zijn dat soort studies verre van waardeloos, ze kunnen nooit de enige basis zijn voor het aanpassen van voedingsadviezen. Of wat voor adviezen dan ook. Ik ben het óók roerend met Katan eens dat het belang van voeding voor onze gezondheid te veel naar de achtergrond gedrukt wordt door geneesmiddelonderzoek.

Advertisements

25 thoughts on “Eet gerust een ei! (en laat koolhydraten staan)

  1. LDL bestaat uit twee soorten, de slechte, harde bolletjes, en de prima grote, “fluffy” deeltjes. Dat wordt in Nederland helaas nog steeds niet apart vermeld bij bloedonderzoek.Een veel betere indicatie is het gehalte aan triglyceriden, maar dat wordt ook hier niet genoemd.

      1. Maar omdat de VLDL bijna alle triglyceriden in het plasma dragen, zijn de twee bijna hetzelfde 😉 . Het is inderdaad vrij maf dat LDL in NL nog steeds belangrijker wordt gevonden dan trigs of trig/HDL ratio.

  2. Ik had ook eerst uitgezocht wat ze in Japan aanraden qua hoeveelheid eieren. Eigenlijk geen grens – als je wilde kon je zelfs 10 eieren per dag eten, maar “wie doet dat nou?” (want dan eet je waarschijnlijk niet echt heel gevarieerd meer). En als je een beetje Japans gaat eten, kom je toch wel snel aan minstens 7 eieren per week.

  3. Vitamine B9: Wat ooit beschouwd werd als vitamine B9 bleek een mengsel te zijn van verschillende B-vitamines, die later ook werden geïsoleerd. De term “vitamine B9” wordt in Duitsland, Frankrijk en in de Verenigde Staten van Amerika gebruikt om foliumzuur mee aan te duiden. Echter, de oude benaming van Foliumzuur is in Nederland B11. Ik ben dus even in verwarring welke vitamine je bedoelt?

    Wat artsen en dhr Katan nog steeds niet doorhebben is dat niet het verhoogde cholestorol de oorzaak is van artherioclerose, maar dat er meer cholestorol wordt aangemaakt als het afweersysteem in actie moet komen. Met name bij ontstekingen. En wat veroorzaakt ontstekingen? Granen en Omega6. Het maximale cholestorol wordt telkens naar beneden bijgesteld. Maar cholestorol heb je nodig om vitD aan te maken, is onderdeel van geslachtshormonen, onderdeel van het immuunsysteem. Een veel betere indicatie voor hart en vaat aandoenigen is het Homocysteine. Waar helaas bijna geen arts naar kijkt.

    1. Ik grasduin vooral in Engelstalige literatuur waarin naar folate verwezen wordt als vit B9. Excuses voor de verwarring.
      Goed punt over cholesterol en hart- en vaatziekten. Zo frustrerend dat dit niet doordringt!

  4. Als we het toch over Martijn Katan hebben: die vindt, Esther, dat de analyse die je hier geeft niet deugt: http://mkatan.nl/nieuws/521-eierdebat.html

    Of cholesterol nu daadwerkelijk een oorzaak voor hart- en vaatziekten is, of meer een indicator c.q. intermediaire variabele, dat is een vraag waarover volgens mij nog geen eenduidig en hard bewijs bestaat. Ik zou daar dus niet zo stellig over zijn zoals Henriette Das dat doet.

    1. De veronderstelling dat niet het verhoogde cholestorol de oorzaak is van artherioclerose, maar dat er meer cholestorol wordt aangemaakt als het afweersysteem in actie moet komen. Dat is hypothese waar aanwijzingen voor bestaan, maar bij mijn weten geen hard bewijs.

  5. Typisch Katan! Eerst jouw kritiepunt ontkennen door te stellen:“Helaas geeft ze mijn standpunt verkeerd weer: ‘geen experimenteel bewijs’ moet zijn ‘wel experimenteel bewijs’, maar de lezer zal het wel snappen.”
    Jaja, hij heeft nooooooit gezegd dat er geen experimenteel bewijs is. Nee, maar hij zegt wel het volgende, in de context van het afschaffen van de eiernorm:“Vroeger overheersten in het voedingsonderzoek experimenten; bij dieren, maar vooral bij mensen. Tegenwoordig ligt de nadruk op het waarnemen van wat mensen uit zichzelf eten en wat voor ziektes ze krijgen.”

    Vervolgens geeft hij jouw standpunt tegenovergesteld weer:“Haar stelling is dat eieren het cholesterol niet of nauwelijks verhogen.”
    Even voor de duidelijkheid; jij schreef dus:“Inderdaad, in de meeste onderzoeken die gedaan zijn tegen de achtergrond van een gangbaar, koolhydraatrijk voedingspatroon werd wél een licht verhogend effect gevonden van eieren op cholesterol”
    Katan, Katan, Katan…….

    Vervolgens veegt hij alle experimentele onderzoeken die je aandraag van tafel met de volgende redenen:
    Zeven studies werden betaald door de eierindustrie.
    De eerste vier zijn alle van de groep van Fernandez.
    Eén van de acht studies was gecontroleerd, dat wil zeggen dat de proefpersonen op de universiteit kwamen eten en al het eten kregen verstrekt. In de andere studies werden instructies gegeven en eventueel eieren uitgedeeld.
    – In drie van de studies werden de deelnemers tegelijk op een afvaldieet gezet.

    Los van het feit dat de eerst twee drogredenen zijn, gaat hij niet in op jouw punt dat er wel experimenteel bewijs is voor de relatie tussen eierconsumptie en het cholesterolgehalte in het bloed, maar dat:Uit een aantal interventiestudies blijkt dat het cholesterolgehalte ook lager wordt door uitsluitend koolhydraten uit groente en fruit te nuttigen, onafhankelijk van het totale energiepercentage uit koolhydraten of gewichtsverlies. Granen en suiker lijken daarmee de boosdoener, níet het cholesterol in de voeding, zoals eieren.”

    Om zijn eigen stroman nog meer face te geven, focust hij zich vervolgens op alle 8 (!) onderzoeken en stelt :“Gemiddeld over alle studies veroorzaakten eieren een stijging van het LDL-cholesterolgehalte”,.
    Terwijl het punt dat jij op basis van vier (!) onderzoeken maakte, was:
    – Beide groepen verbeterden hun glucoseregulatie én hun cholesterolgehaltes. 
    – Na 12 weken was het gehalte LDL (slecht) cholesterol in beide groepen afgenomen, terwijl de cholesterolconsumptie meer dan verdubbeld was in de groep die 2 eieren per dag at!
    – Enige verschil tussen de groepen: HDL cholesterol nam meer toe in de deelnemers die iedere dag 3 eieren aten in vergelijking tot de deelnemers die geen eieren aten. 
    – Zowel het LDL als het HDL cholesterol waren hoger in de deelnemers die eieren aten.

    Op basis van de andere vier onderzoeken stelde jij:
    “in de meeste onderzoeken die gedaan zijn tegen de achtergrond van een gangbaar, koolhydraatrijk voedingspatroon werd wél een licht verhogend effect gevonden van eieren op cholesterol.”

    Katan maakt er dus een potje van, om zijn gelijk maar te houden!

  6. Verrek, ik had niet gezien dat Martijn Katan op Esthers post had gereageerd.

    Het antwoord op zijn reactie is heel eenvoudig en ligt besloten in dit fragment:

    ***Die stijging varieerde van 0.16 tot 0.87 mmol/L. Het voorspelde effect, op basis van meta-analyses van grote aantallen goed gecontroleerde studies van hoge kwaliteit,[1] varieerde van 0.20 tot 0.35 mmol/L. Gemiddeld over alle studies veroorzaakten eieren een stijging van het LDL-cholesterolgehalte van 0.26 mmol/L; het voorspelde effect op grond van studies van hoge kwaliteit was gemiddeld 0.28 mmol/L.***

    Als het consistent eten van eieren al een stijging van het LDL geeft (overigens een marker die in isolatie niet meer serieus genomen wordt als voorspellende factor) dan gaat het om een fysiologisch volstrekt betekenisloze fluctuatie. 0,28 mmol/L. Come on 🙂 .

    1. Dat is het lastige. Een klein effect wordt doorgaans geïnterpreteerd als relevant op bevolkingsniveau, aangenomen dat een gemiddeld klein effect bij sommige individuen een groot effect betekent.

    2. Voor zover ik weet is die 0,28 mmol/L per ei. Hou je het bij 1 ei per dag dan valt het inderdaad mee maar tegenwoordig zijn er ook mensen die denken dat 6 eieren per dag niet uitmaakt.

    1. Tja, cholesterol, waar heeft hij het eigenlijk over? LDL, HDL, totaal, very small LDL, of triglyceriden? Cholesterol is nodig voor het bouwen en repareren van celmembranen, voor het aanmaken van hormonen, waaronder geslachts- en stresshormonen, voor de spijsvertering, waaronder het opnemen van de vetoplosbare vitamines A en D. Het lijkt me alleen daarom nogal ongezond om hele lage cholesterolniveaus als gezond te bestempelen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s