Heeft het paleodieet gunstige effecten op de lange termijn?

De titel van het gisteren gepubliceerde artikel suggereert van wel: “Strong and persistent effect on liver fat with Paleolithic diet during a two-year intervention”. Als je de samenvatting van het artikel leest, kom je al snel tot een andere conclusie: “After 24 months liver fat decreased 50% in the Paleolithic diet group and 49% in the low-fat diet group”, en: “Hepatic insulin sensitivity improved during the first 6 months in the Paleolithic diet group, but deteriorated between 6 and 24 months”. Ehm, wat is hier aan de hand?

De titel lijkt mij een tikje te sensationeel voor de conclusies die getrokken kunnen worden uit het onderzoek. Ja, er is een sterke en persistente afname van levervet in de groep die het paleodieet volgt, maar die is er ook in de groep die het advies krijgt om meer koolhydraten en minder vet te eten. Helemaal fout is de titel dus niet, hij is op zijn minst onvolledig.

De samenvatting lijkt ook onvolledig, maar dan de andere kant op. De onderzoekers schrijven keurig dat insulinegevoeligheid van de lever verbeterde tussen 0 en 6 maanden, maar verslechterde tussen 6 en 24 maanden in de groep die het paleodieet volgde. Wat ze niet vermelden in de samenvatting, is dat de insulinegevoeligheid überhaupt nooit verbeterde in de groep die het advies kreeg om meer koolhydraten en minder vet te eten. Het is dus niet zo dat de paleogroep na 24 maanden slechter af was dan de veel-koolhydraten-weinig-vetgroep, de grafische weergave suggereert eerder het tegenovergestelde. Sterker nog, de steekproef had maar een klein beetje groter hoeven zijn, om de gevonden verschillen statistisch significant te mogen noemen.

Dit is het derde artikel over een twee jaar durend interventieonderzoek bij Zweedse post-menopausale vrouwen met overgewicht, maar zonder diabetes (Mellberg, 2014; Stomby, 2015; Otten, 2016). Het algemene beeld dat de resultaten wekken, is dat het paleodieet ten opzichte van een laag-vet dieet vele gunstige effecten heeft na 6 maanden, maar dat er na 24 maanden nog maar weinig verschillen zijn. Gewicht, buikomtrek en vetpercentage namen in de eerste 6 maanden allemaal significant meer af in de paleogroep dan in de veel-koolhydraten-weinig-vetgroep. Na 24 maanden was er geen verschil meer. Niet omdat de paleogroep een jojo-effect liet zien, maar omdat de andere groep gestaag was blijven verbeteren. Er waren geen significante verschillen tussen de groepen op allerlei biomarkers, zoals cholesterol. Op zich is dat het vermelden waard, want de paleogroep kreeg bijna twee keer zoveel cholesterol binnen via de voeding dan de veel-koolhydraten-weinig-vetgroep. Cholesterol in de voeding is dus niet één op één gerelateerd aan bloedwaardes!

In het tweede artikel werd gefocust op allerlei parameters voor cortisol, een belangrijk stresshormoon, wederom werden er geen verschillen gevonden tussen de groepen. In het derde artikel werd dus gefocust op leververvetting, met wederom weinig verschillen. Dat er geen verschillen waren tussen de groepen in leververvetting is net zo vermeldenswaardig als bij cholesterol. De paleogroep haalde 43% van hun energie uit vet, de andere groep maar 32%. Ook hier is vet in de voeding dus niet gerelateerd aan vet in de lever!

Wat mij bezighoudt, is de vraag waarom de effecten na 24 maanden niet meer terug te vinden zijn. Hierboven noemde ik al één mogelijke reden, de steekproef was te klein. Een andere mogelijke reden is, dat mensen in de paleogroep zich in het tweede jaar minder goed aan het paleodieet gingen houden. Jammer genoeg kunnen we daar niets over zeggen aan de hand van de gegevens die de Zweedse onderzoeksgroep publiceerde. Ze focussen volledig op macro- en micronutriënten, maar noemen nergens wat de bronnen waren. Om een voorbeeld te noemen, voor verzadiging maakt het uit of koolhydraten afkomstig zijn uit granen, zoals rijst, of uit groenten. Een andere mogelijke oorzaak is, dat het veel-koolhydraten-weinig-vetdieet echt niet zo beroerd is als sommige paleoadepten willen geloven. Wat denk jij?

 

9 Mei 2016: Er verscheen zojuist nóg een artikel over hetzelfde onderzoek: Andersson, 2016.

Advertisements

3 thoughts on “Heeft het paleodieet gunstige effecten op de lange termijn?

  1. Interessant, mooi om te zien dat er eindelijk serieus onderzoek gedaan wordt naar paleo.

    Gezien het “succes” van hclf zoals we om ons heen zien, ben ik benieuwd naar de inname van de hclf groep. Moet bijna wel een serieuze calorie restrictie aan vast gezeten hebben en dat lijkt me lastig duurzaam vol ter houden.

  2. 1) Als je koolhydraatarm blijft eten kan ik mij voorstellen dat je insulineresistent (fysiologisch) wordt – als je een jaar lang maar weinig kh hebt hoeven verwerken en je krijgt in één keer 75 gram dan is dat niet zomaar weg.
    2) Verder hebben ze het over lean meats en vooral mono en poly-unsaturated fats. Weinig verzadigd vet dus, wat wel degelijk een belangrijk onderdeel van een paleo dieet is.
    3) Ze meten markers, geen harde eindpunten. Betekenen de waarden van deze markers werkelijk wat we denken?

    Aan de resultaten te zien zou ik zeggen dat ze het matig volgehouden hebben. Dit staat haaks op wat ik zie in de praktijk bij mensen met overgewicht die paleo gaan eten iig. Die 5 kg vetverlies wordt bijna de eerste maand al gehaald (!). Mijn gok is dat 1) het advies (focus op metabolisme-kapotmakende onverzadigde vetzuren ipv verzadigde vetzuren) niet deugd en 2) de participanten (wellicht door reden 1) zich niet goed aan de studie hebben gehouden.

    1. Ik vind het een beetje te makkelijk om te zeggen dat het advies niet deugde, omdat de resultaten niet zijn wat je ervan verwachtte. Ik kan mij heel goed voorstellen dat het moeilijk is om vol te houden als je niet heel erg intrinsiek voor gemotiveerd bent om het paleo te blijven eten, bijvoorbeeld omdat je er niet direct voordelen van merkt, of omdat je meedoet aan onderzoek waarin twee gezonde voedingspatronen met elkaar vergeleken worden, zoals in dit onderzoek.
      Overigens komt advies om mager vlees en een kleine hoeveelheid olijfolie te eten overeen met adviezen van gerespecteerde paleodieetwetenschappers als Lindeberg en Cordain. Al ben ik het met je eens dat er niet alleen aanwijzingen zijn voor mager vlees, maar ook voor het systematisch openmaken van botten voor het beenmerg. Dus mager vlees én vet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s