Rood vlees en depressie

In reactie op mijn post over Australisch onderzoek naar de effectiviteit van een voedingsinterventie voor depressieve patiënten, twitterde @GJVU

//platform.twitter.com/widgets.js 

Tja, daar krijg ik woorden in de mond gelegd, die ik niet geschreven heb. En daarom schrijf ik ze nu.

red-meat_newstarget
-Afbeelding van newstarget.com naar aanleiding van WHO rapport over carcinogene effecten van rood vlees. Paleoleap.com gaf trouwens een heldere nuancerende uitleg-

Laat ik voorop stellen, dat de hypothese dat mensen minder depressief worden van rood vlees nooit onderzocht is. Dat ga ik dus ook niet beweren. Er is wel een aantal aanwijzingen, dat het misschien geen klinkklare onzin is.

De eerste aanwijzing komt van epidemiologisch onderzoek. Dat is onderzoek waar aan grote groepen mensen gevraagd is wat ze eten en hoe depressief ze zich voelen. En daar komt steevast uit dat mensen die geen vlees of vis eten vaker te maken hebben met depressies dan mensen die wel vlees of vis eten (Burkert et al., 2014; Jacka et al., 2012).

Uit dit soort onderzoek kun je geen conclusies trekken over oorzaak en gevolg. Michalak en collega’s probeerden die vraag toch een beetje te beantwoorden. Ze hebben in een grote groep mensen gezocht naar vegetariërs die te maken hebben (gehad) met depressie. Aan die mensen vroegen ze hoe oud ze waren toen ze stopten met het eten van vlees en vis en hoe oud ze waren toen ze voor het eerst met depressies te maken kregen. En, nee, de depressies leken niet het gevolg te zijn van het vegetarische voedingspatroon. Het leek eerder andersom. Deze mensen kregen gemiddeld op hun 25ste voor het eerst een depressie en stopten op gemiddeld 30-jarige leeftijd met het eten van vlees en vis.

Aan de andere kant zijn er ook twee publicaties in jongeren, waarin ook gevonden wordt dat jongeren die vegetarisch eten vaker te maken hadden met depressie. In een van die onderzoeken waren de onderzoeksdeelnemers gemiddeld 15 jaar oud. Dat maakt het volgens mij minder waarschijnlijk dat het vegetarische voedingspatroon volgde op de depressie.

Een sterkere lijn van bewijsvoering kun je zoeken in interventiestudies. Niet alleen omdatde deelnemers daadwerkelijk iets veranderd hebben in hun voedingspatroon en veranderingen in depressieve klachten gemeten zijn, maar ook omdat hier duidelijker onderscheid gemaakt kan worden tussen vis en rood vlees. Er zijn best veel van dat soort onderzoeken gedaan. Opie en collega’s hebben een mooie opsomming van als die onderzoeken gemaakt.  En zij winden er geen doekjes om. Onderzoeken waarin geadviseerd werdom minder rood vlees en/of minder cholesterol te eten leidde minder vaak tot minder depressieve klachten dan onderzoeken waarin dat niet geadviseerd werd. Het overgrote deel van dat onderzoek werd gedaan niet-depressieve mensen, de Australische trial waar ik eerder over schreef, is eigenlijk de eerste goed uitgevoerde voedingsinterventie bij depressieve patiënten. En inderdaad, hun advies was om iedere week 3 tot 4 porties rood vlees te eten.

Nu rest de vraag wat er dan in rood vlees zit, waarmee dit verband verklaard zou kunnen worden? Ik weet het niet. Jij?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s