All posts by Esther Nederhof

About Esther Nederhof

Wetenschapper | Moeder | Thuiskok

Een bizar experiment

Een tijdje geleden werd ik door een bevriende onderzoeker, Peter Voshol van het Louis Bolk Instituut, op het spoor van het carnivorendieet gezet. Een voedingspatroon waarbij je alleen dierlijke producten eet, dus vlees, vis, gevogelte, eieren en eventueel wat zuivel. Bizar. Hij was er heel wat kilo’s mee kwijtgeraakt en voelde hij zich sterker en fitter. Ik wil niet afvallen. Ik ben wel nieuwsgierig. Dus ging ik luisteren, kijken en lezen en besloot zelf ook een experiment te doen. Vier weken alleen dierlijke producten. Het is nu week zes. In week vijf heb ik mondjesmaat weer wat plantaardige voeding geïntroduceerd, maar dat beviel me niet. Ik kreeg weer het gevoel alsof er iets in mijn buik zit dat niet bij mij hoort. Een licht opgeblazen gevoel, zeg maar. En ik zou zweren dat ik juist in die week weer wat last kreeg van de blessures aan mijn schouder, elleboog en hiel, waar ik al maaaanden mee liep.

meat

Na mijn gesprek met Peter Voshol ging ik achter mijn computer zitten om te verifiëren wat hij mij vertelde. Ik stuitte al snel op Shawn Baker. Een Amerikaanse arts en bodybuilder met een nogal vierkante kop. Na een paar filmpjes dacht ik: “Zo’n gast gelóóf je toch niet?”. En op vader en dochter Peterson, die extreme gezondheidsklachten omkeerden met rundvlees en water. Tja. Daarna stuitte ik op het werk van Amber O’Hearn. Een wetenschapper zonder medische achtergrond die alles tot op de bodem uitzoekt en daar presentaties over geeft en een blog over bijhoudt. Heel interessant. In haar blogs refereert ze niet aan wetenschappelijke artikelen met alleen een link, ze geeft ook de precieze passages uit ieder artikel weer waarop ze haar tekst baseert. Echt heel grondig.

Zo schreef ze meerdere blogs over vitamine C. Over de verminderde behoefte aan vitamine C in de context van weinig koolhydraten. Vers vlees is immers een bekende remedie tegen scheurbuik, wat veroorzaakt wordt door een tekort aan vitamine C. De hypothese luidt meestal dat vitamine C aanwezig is in bindweefsel, omdat het nodig is om bindweefsel te synthetiseren. Amber schrijft dat ze twijfelt aan de geldigheid van die aanname, omdat dierstudies laten zien dat het eiwit waarvoor vitamine C nodig is om het te maken, niet ingebouwd wordt in het lichaam van de dieren en ze niet helpt bij wondgenezing. In plaats van de bindweefselhypothese, stelt Amber O’Hearn de carnitinehypothese voor. Voor het maken van carnitine is ook vitamine C nodig. Omdat het lichaam geen carnitine hoeft aan te maken wanneer het voldoende vlees krijgt, heeft het ook minder vitamine C nodig.

Ze schrijft ook over de vitamine C waardes in de USDA database. Ze achterhaalde dat het aannames zijn, geen gemeten waardes. Ook in de NEVO tabellen staat vitamine C voor de meeste vleessoorten op 0, behalve voor kalfsvlees, waar ze op 1 staat. Ik weet niet of dat werkelijke metingen betreft of ook op aannames gebaseerd is. Amber vond een tamelijk recent Duits artikel waarin vitamine C waardes in verschillende delen van verschillende dieren gemeten werd, waaruit blijkt dat óók in spierweefsel (zeg maar gewoon vlees) kleine hoeveelheden vitamine C aanwezig zijn. Ja, in lever en hersenen zit méér vitamine C, maar in vlees zit het óók.

Ik kwam ook werk van Joseph Everett tegen. Hij legt op zijn youtubekanaal What I’ve Learned uit dat die verminderde behoefte aan vitamine C ook te maken zou kunnen hebben met de gelijkenis tussen vitamine C moleculen en glucosemoleculen, waardoor glucose wel eens zou kunnen concurreren om transporters met vitamine C. Hoe minder glucose in je voedingspatroon, hoe beter vitamine C zich door het lichaam kan verplaatsen. Hij laat in die video ook zien dat onderzoek rondom constipatie en voedingsvezels bepaald geen éénduidig bewijs vóór voedingsvezels vindt. Sterker nog, onderzoeker Paul Mason vond dat patiënten met constipatie het beste af waren met voedingsvezelloze voeding. De groep die het voedingspatroon met nul voedingsvezels toegewezen kreeg, had nadien precies nul klachten. Slechts één studie, ja, maar wel stof tot nadenken. En dan gaat Joseph in dezelfde video ook nog in op gifstoffen in planten. Veelal wordt aangenomen dat de giffen die planten aanmaken om te voorkomen dat ze opgegeten worden, een positief effect hebben via hormesis. Een kleine dosis zou een gunstig effect hebben, grote doses zouden negatieven effecten hebben. Maar wat voor de één een kleine dosis is, zou voor de ander heel goed een te grote dosis kunnen zijn.

Ik zit nu dus in week zes van het experiment dat vier weken zou duren. Na de eerste twee dagen een lichte hoofdpijn te hebben gehad, heb ik nog een keer migraine gehad. Ik had de avond ervoor een half glas rode wijn gedronken en overdag wat noten en notenpasta had gegeten. Van opgeblazen buiken had ik ook geen last. Niet dat ik er dik uitzie, maar ik vermeed al geruime tijd strakzittende kleding om mijn bolle buikje te verhullen. In week drie en vier had ik daar geen moeite meer mee. Ook mijn jongste zoontje (7) viel het op dat mijn buik minder dik was. En ik had geen eetbuien meer. Ik wil niet medicaliseren, dus je zult mij nooit horen zeggen dat ik een eetstoornis heb of had, maar ik kon wel behoorlijk dooreten. Vooral als ik alleen thuis was. Na het eten nog een dadel met wat boter, en nog een en nog een. En nog wat nootjes, omdat ik me niet vol wil eten aan dadels. En nog een … je snapt hem misschien. Stoppen met eten vond ik moeilijk, zeker als er geen sociale controle was. En daar had tijdens mijn carnivorenexperiment veel minder last van. En ik zou zweren dat ik minder last had van mijn schouder, elleboog en hiel.

Ik heb in die vier weken ook wat andere dingen over mezelf geleerd. Ik bleef in de eerste weken trek houden in koffie, chocolade en noten, waarop ik besloot om magnesium te gaan suppleren. Daarna verstilde mijn trek in die producten. Ik voelde me ook steeds misselijk als ik langere tijd niets gegeten had, en had zwarte wallen onder mijn ogen, wat mij op het spoor bracht van een slechte eiwitvertering. Na wat onderzoek gedaan te hebben, besloot ik betaïne HCL te suppleren, wat een positief effect leek te hebben.

Mijn man was erg blij dat mijn experiment afgelopen was. Dan zou ik weer gewoon eten wat de rest van het gezin at. Ik besloot dat heel voorzichtig aan te pakken. Op de eerste avond wat zelfgemaakte rabarber bij de yoghurt. Dat gaf me een fijn, verzadigd gevoel. Op de tweede avond weer een klein stukje nashi peer voor het avondeten wat verder uit alleen vlees en vet bestond. Die nacht slecht geslapen. Op de derde avond wat zoete aardappel en een paaseitje. Op de vierde dag koffie, chocolade, na het avondeten een beetje rabarber met te veel yoghurt, nog een paaseitje. Dus misschien was magnesiumsuppletie toch niet de sleutel? Of is er met magnesium net zoiets aan de hand als met vitamine C? Joseph Everett zegt in zijn video over het carnivorendieet dat magnesiumniveaus beter worden naarmate een persoon minder koolhydraten eet, maar zoveel koolhydraten nam ik niet in week vijf. Op dag 5 na het experiment werd ik al om 5 uur ’s ochtends wakker en heb ik weer allerlei klachten: een opgeblazen buik, een pijnlijke hiel en elleboog. Die dag neem ik een omelet met droge worst en avocado als ontbijt een stukje kaas als lunch, en 2 asperges met ham en ei bij het diner. Aan het eind van de zesde dag waarop ik weer groente en fruit introduceer besluit ik terug over te stappen naar alleen dierlijke producten. En warempel, in de loop van de zesde week verdwijnen mijn klachten weer.

Mijn conclusie is dat ik op dit moment niet erg goed reageer op plantaardig voedsel, al zou ik nog zo graag willen dat ik er wel goed tegen kon. Mijn conclusie is nadrukkelijk niet dat plantaardig voedsel negatieve effecten heeft voor ieder mens. Ik denk wel, dat een voedingspatroon met alleen dierlijke producten mensen kan helpen die met een koolhydraatarm Paleodieet niet van (al) hun klachten af komen.

Advertisements

Migraine: een gevolg van de druppel die de emmer doet overlopen

Migraine. Josh Turknett noemt hem ‘The Beast’. Ik heb er nooit een bijnaam voor gehad, maar ben er wel veelvuldig door gekweld, in mijn studententijd wekelijks. Volgens mijn moeder had ik er op de basisschool al last van. Ik kan mij dat niet herinneren, en kan mij voorstellen dat mijn zoontje die nu 10 is, zich dat later ook niet meer kan herinneren. Toch heb ik hem al een paar keer gezien bij hem. Net zoals Turknett schrijft, er is niks vreselijkers dan migraine te herkennen bij je eigen kind.

Een van mijn eerste posts op dit blog ging over migraine. Niet voor niets. Dat was in augustus 2014. Ik was in november 2012 overgestapt op het Paleodieet en was nog steeds erg onder de indruk wat dat voor mijn hoofdpijnen betekende. Ik had niet alleen veel minder migraineaanvallen, nog maar zo’n drie per jaar, maar ook veel minder ‘gewone’ hoofdpijn. Ik refereerde daar in mijn inaugurele rede in september 2016 ook aan.

Hoofdpijn, álle hoofdpijn inculsief migraine, wordt veroorzaakt door een soort omgekeerd vuren van neuronen in de hersenen. Hersencellen kunnen eigenlijk alleen signalen verzenden, maar in dit geval lijkt het alsof ze signalen ontvangen. Omgekeerd vuren. En dat voelt als hoofdpijn. Dat omgekeerd vuren kan bij zo ongeveer alle dieren opgewekt worden. Er zijn sterke aanwijzingen dat het een overbelaste hypothalamus is, die de problemen veroorzaakt. Het rookalarm gaat af. Dat komt, schreef ik in mijn post in augustus 2014, enerzijds doordat het in onze maatschappij moeilijk is om homeostase te handhaven, en anderzijds doordat het vermogen van de hypothalamus ernstig beperkt wordt door ‘ontstekingen’.

In die post schrijf ik niet dat de hypothalamus niet beschermd is door de bloed-hersenbarrière. De bloed-hersenbarrière beschermt de hersenen tegen stoffen die daar niet thuis horen, die daar schade aan zouden kunnen richten. De hypothalamus dus niet. Ook visuele input en geur komen zonder filter aan bij de hypothalamus. Een overbelaste, of ‘ontstoken’, hypothalamus kan het gevolg zijn. En die slaat dus eerder alarm dan een gezonde hypothalamus. Migraine is overigens bij lange na niet de enige manier waarop een ontstoken hypothalamus tot uiting kan komen. Zo ongeveer alle psychische aandoeningen worden ermee in verband gebracht, maar dat terzijde.

Het meeste onderzoek naar de relatie tussen voeding en migraine richt zich op één of enkele verdachte voedingsmiddelen, bijvoorbeeld chocolade, kaas of gluten. En meestal geeft dat nul op het rekest. Dat is logisch als je weet dat er sprake is van chronische overbelasting van de hypothalamus die op allerlei vlakken homeostase moet zien te bewaren in een verstorende wereld. Zie het als een emmer in plaats van een lichtknopje. Met chocolade, kaas of E621 zet je niet het licht aan (of uit), maar doe je een druppel in een emmer. En soms is die chocolade de druppel die de emmer doet overlopen, maar soms ook niet. De ene dag zit de emmer immers voller dan de andere dag, waardoor er geen wetenschappelijk bewijs te vinden is voor chocolade (of kaas of E621 of wat dan ook) als trigger voor migraine. Naar de relatie tussen voeding en migraine volgens de emmertheorie is naar mijn weten nog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan.

druppel emmer

Wat zijn zoal zaken die de emmer kunnen vullen? Het antwoord is simpel: “Alles wat de homeostase verstoort”. En dat is nogal wat. Weersveranderingen, homonale veranderingen, geuren, fel licht, verstoorde slaap, inspanning, stress én voeding. De lijst met vulmiddelen kun je opdelen in drie categorieën: zaken waar je geen invloed op hebt, zaken die je niet wilt vermijden omdat het je kwaliteit van leven te ongunstig zou beïnvloeden en zaken die je zelf in de hand kunt houden. Weersveranderingen, waaronder luchtdrukveranderingen, hormonale veranderingen zijn typisch zaken waar je zelf écht geen invloed op hebt. Geur is typisch iets waar je zelf wel wat invloed op hebt, je bepaalt immers zelf of je geparfumeerde zeep gebruikt, geparfumeerde schoonmaakmiddelen en of je rookt. Maar je bepaalt dat niet voor een ander. Parfums, schoonmaakmiddelen en cigarettenrook van anderen zijn zaken waar je niet omheen wílt, omdat het jouw kwaliteit van leven of dat van anderen té negatief zou beïnvloeden. Dat geldt ook voor slaap en fel licht. Je kunt er niets aan doen wanneer je kinderen je ’s nachts uit je slaap halen, maar je kunt wél op tijd naar bed gaan. En om nou altijd maar binnen te blijven als de zon schijnt…

Inspanning is een ander verhaal. Ja, inspanning kan je emmer vullen. Nee, inspanning kan en wíl je niet vermijden. Denk alleen al aan die trein die je nog nét kunt halen of aan seks. Inspanning kan ook je emmer vergroten. En dat is handig, want een grote emmer overstroomt minder gemakkelijk dan een kleine emmer. Fit worden of blijven is daarom erg belangrijk, en daarbij kun je inspanning niet vermijden. Je kunt wel plannen. Geen zware inspanning als je toch al het gevoel hebt dat de emmer tot het randje gevuld is, of wanneer je zéker geen aanval kunt gebruiken. Al kan seks ook verlichtend werken als er sprake is van lichte hoofdpijn.

En dan voeding. Veel Westerse voeding is ontstekingsbevorderend en zou daarom vermeden moeten worden. En dan heb ik het bijvoorbeeld over de verhouding tussen omega-3 en omega-6 vetzuren., waarbij omega-3 vetzuren vooral in vette vis zitten en omega-6 vetzuren vooral in plantaardige zaadoliën, zoals zonnebloemolie, arachideolie en sojaolie, in eigenlijk alles wat margarine, vloeibaar bakvet en frituurvet heet.

Een andere ontstekingsbevorderende factor zijn gluten. Gluten maken de darmwand doorlaatbaar (lekkende darm), wat ervoor zorgt dat er allerlei stoffen in het bloed terecht komen die daar niet horen. Het is overigens aannemelijk dat ook de andere barrières, zoals de bloed-hersenbarrière en die van de placenta en de bloed-melk barrière in de borst verhoogd doorlaatbaar worden. And remember, de hypothalamus is niet beschermd door de bloed-hersenbarrière. Overigens zorgen ook alcohol en de combinatie snelle koolhydraten met vet voor een verhoogde doorlaatbaarheid. Dat verklaart misschien (deels) de relatie tussen migraine en alcohol en migraine en ‘junk-food’.

Als je blijft denken in triggers, kom je er dus nooit achter dat voedingsmiddelen die je dagelijks gebruikt, bijdragen aan migraine. Zolang je dagelijks je emmertje blijft vullen met margarine, frituurvet, gluten enzovoorts, líjken chocolade, kaas en E261 misschien triggers, maar kom je nooit verder dan dat. Je gaat nooit aan kunnen tonen dat er een relatie is met migraine, omdat je niet de complete inhoud én het formaat van de emmer bekijkt.

Goed, je laat nu dus alle plantaardige oliën links liggen, laat alle glutenhoudende granen staan en vermijdt alcohol. Ook insuline heeft invloed op de hypothalamus. Insuline wordt aangemaakt zodra er veel glucose circuleert, afkomstig uit koolhydraten in de voeding. Glutenvrije alternatieven bevatten doorgaans veel (snelle) koolhydraten en minder voedingsstoffen dan volkorengranen, en zijn daarom geen goed alternatief voor migrainelijders (of andere mensen). Je bent nu dus gedoemd tot een koolhydraatbeperkt voedingspatroon. Of gezegend met een koolhydraatbeperkt voedingspatroon!

Wanneer je veel minder koolhydraten gaat eten, moet je lichaam overschakelen op vetten als brandstof. De ketonlichamen die je lichaam daarbij aanmaakt, lijken een beschermende werking te hebben tegen hoofdpijn (en veel, heel veel andere ellende). Het maakt het omgekeerd vuren moeilijker, het beschermt tegen oxidatieve stress, en doet nog veel meer goeds. Met een ketogeen voedingspatroon kun je de emmer vergroten, waardoor je misschien wél weer dat ene glaasje wijn kunt tolereren. Met een stukje oude kaas of een stukje chocolade of een kopje koffie.

Ook een aantal andere dingen worden makkelijker. Een maaltijd overslaan is ook een gevreesde trigger voor migraine. Door ketogeen te eten, of je lichaam eraan te wennen regelmatig over te schakelen van glucoseverbranding op vetverbranding en vice versa, vergroot je niet alleen je emmer, maar ook je eigen vrijheid. Je hoeft niet meer altijd een Sultana op zak te hebben ‘voor het geval dat’.

Mijn voornaamste bronnen voor deze post waren The Migraine Miracle van Josh Turknett en Heal Your Headache van David Buchholz.

 

Beweeg meer van jezelf

Kun jij je sokken aantrekken terwijl je op één been staat? Kun jij op de vloer gaan zitten en weer opstaan zonder jezelf te ondersteunen of op te trekken? Kun je 1 minuut hangen aan een rekstok? Is jouw antwoord op één of meerdere vragen “nee”? Dan beweeg je te weinig van jezelf!

Bewegen is belangrijk voor een goede gezondheid, dat weet iedereen. Toch bewegen veel mensen te weinig. Oók mensen die een paar keer per week aan sport doen. Wetenschappers toonden zelfs aan dat meer bewegen in het dagelijks leven beter kan zijn dan een uur per dag sporten.

We zitten letterlijk vast. We zitten vast in de autogordels, vast op onze bureaustoel, vast in onze schoenen, aan onze smartphone, in huis. We zitten vast in onze gewoontes. Ook veel sporters zitten vast: altijd dezelfde houding op de schaats of op de fiets, steeds diezelfde beweging tijdens het hardlopen. Biomechanicus Katy Bowman ontwikkelde een methode om los te komen. Gewoon tijdens je werk, tijdens een wandeling, tijdens het spelen met je kinderen én tijdens het sporten. Bowmans methode leert mensen meer onderdelen van zichzelf te bewegen tijdens alledaagse bezigheden. Zij schreef daarover het boek ‘Move your DNA’ waarin ze het belang van beweging onderbouwt. Ze ontwikkelde ook een tweedaagse cursus. Op dinsdag 30 april en woensdag 1 mei vindt een Move Your DNA tweedaagse plaats op mijn woonboerderij in Norg!

Move your DNA

Tijdens de tweedaagse Move Your DNA cursus leer je alle opties van je gewrichten te benutten. Je leert hoe je meer van jezelf met plezier en gemak kunt bewegen in je schaarse en kostbare tijd. Je wordt sterker en soepeler, zonder over de grenzen van je lijf heen te gaan. Onder leiding van Katy’s ervaren instructeur Mina van Brunschot leer je niet alleen variaties van oefeningen uit het boek voor alle leeftijden en voor elke belastbaarheid, je leert ook met behulp van een totale lichaamsuitlijning en net een beetje andere gewoontes alle opties van je gewrichten te gebruiken. Move your DNA en je zult versteld staan van het effect.

Deelnemers beschrijven het als mini-retreat: de focus op beweging geeft  je een totaal nieuwe waardering voor je lijf. De Move your DNA tweedaagse is een verkenningstocht om al je cellen aan het werk te zetten, op een andere manier dan je gewend bent. Het is een bron van inspiratie om bewegend door het leven gaan!

De cursus vindt plaats op dinsdag 30 april en woensdag 1 mei en kost ongeveer 250 Euro. Wie zich nog voor eind februari opgeeft, krijgt meer dan 25 Euro korting. Voor meer informatie en om je op te geven kijk je op: https://www.nutritiousmovement.com/events/move-your-dna-weekend-norg-netherlands/.

Voeding als medicijn tegen auto-immuunaandoeningen

Auto-immuunaandoeningen komen veel voor in de Westerse wereld. Minstens 5% van de bevolking heeft last van een auto-immuunziekte. Voorbeelden van auto-immuunaandoeningen zijn psoriasis, diabetes type 1, multipele sclerose (MS), coeliakie, Hashimoto, maar ook bijvoorbeeld de ziekte van Crohn. Bij een auto-immuunaandoening valt het immuunsysteem lichaamseigen cellen aan in plaats van ziekteverwekkers. Het immuunsysteem is in de war. Het kan in de war geraakt zijn, doordat het vaak eiwitten tegenkwam op plaatsen waar die eiwitten niet hoorden. Er waren bijvoorbeeld regelmatig eiwitten uit voeding aanwezig in het bloed, terwijl voedingseiwitten in de darm hadden moeten blijven. In de darm moeten voedingseiwitten afgebroken worden tot enkelvoudige aminozuren. Die aminozuren horen in het bloed terecht te komen, daar zou het immuunsysteem niet van in de war moeten raken.

Hoe komen grotere eiwitten in het bloed terecht? Bij alle auto-immuunaandoeningen waarbij dit onderzocht is, werd een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand gevonden, een leaky gut. Bij een leaky gut staan de van nature aanwezige poortjes in de darmwand open. Die poortjes horen gesloten te zijn, tenzij het immuunsysteem even naar binnen wil kunnen kijken in de darm. Bij een leaky gut is die aansturing verstoord. Bij een leaky gut kunnen grotere moleculen, zoals eiwitten, maar ook bacteriën en virussen in het bloed terecht komen. Ze laten het immuunsysteem overuren draaien en in sommige gevallen raakt het immuunsysteem zodanig in de war, dat ze lichaamseigen cellen gaat aanzien voor indringers die aangevallen moeten worden.

Hoe ontstaat een leaky gut? De werking van de darmbarrière kan aangetast worden door bijvoorbeeld alcohol, milde chronische ontstekingsreacties, oxidatieve stress, een tekort aan vitamines A en D, te weinig voedingsvezels, door de combinatie tussen vet en koolhydraten uit granen, suiker en siropen, én door gluten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vermijden van granen, suiker en plantaardige zaadolie, en het eten van veel groente, fruit en vis kan helpen tegen auto-immuunaandoeningen. Sterker nog, voeding was hét medicijn tegen coeliakie tot vlak na de Tweede Wereldoorlog het gluteneiwit ontdekt werd. Sindsdien wordt mensen met coeliakie geadviseerd om alleen gluten uit tarwe (inclusief spelt), rogge en gerst te mijden, waarmee de slagingskans van de behandeling gedaald lijkt. Ook tegen andere auto-immuunaandoeningen, zoals de ziekte van Crohn en diabetes type 1 lijkt een voedingspatroon zonder granen, suiker en plantaardige zaadolie te helpen, al is het bewijs op dit moment nog gebaseerd op case studies. Bij auto-immuunaandoeningen waarbij meerdere organen tegelijk worden aangevallen, lijkt voeding minder goed te helpen. Ook bij MS lijkt voeding maar bij een deel van de patiënten effectief.

Waar kun je goede informatie vinden over voeding en auto-immuunaandoeningen? In het geval van een auto-immuunaandoening waarbij ook sprake is van een verstoorde spijsvertering (en gedragsproblemen), zou je kunnen kijken op www.breakingtheviciouscycle.info of op www.gapsdiet.com , het boek Gut and Psychology Syndrome is naar het Nederlands vertaald. Al lijkt het boek afgaand op de titel alleen te gaan over gedragsprobemen, de beschrijving van het effect van voeding op de gezondheid van de darm (en daarmee de hersenen) is heel verhelderend. Een ketogeen voedingspatroon, ook wel koolhydraatarm of low carb-high fat (LCHF) genoemd, kan ook een goede optie zijn, maar ook een Paleolithisch of oerdieet kan effectief zijn. Als er sprake is van meerdere auto-immuunaandoeningen, kun je ook eens kijken naar het Paleo auto-immuun protocol. Al is dat misschien een aanpak waarbij te veel voedselgroepen uitgesloten worden. En dat is misschien niet voor iedereen even hard nodig. Er is vaak sprake van individuele intoleranties, waar je achter kunt komen met behulp van een eliminatiedieet, zoals het specifieke koolhydraten dieet of GAPS. En dan hoef je dus niet álle potentiële allergenen uit te sluiten. In hoeverre (medische) tests voor voedselintoleranties effectief zijn, weet ik niet.

Mijn conclusie is dat het vermijden van álle granen en suikers en het vermijden van zaadolie misschien wel de belangrijkste zijn. Verder is het waarschijnlijk gunstig om, naast een grote variatie in groente, fruit en dierlijke producten, bewust producten met een nóg hogere voedingswaarde toe te voegen, zoals zeewier en orgaanvlees.

Heb jij ervaring met speciale voeding voor auto-immuunaandoeningen? Deel je ervaring!

Hoe (on)duurzaam is vlees?

Een tijdje geleden onderbouwde ik mijn stelling dat rood vlees waarschijnlijk niet de veroorzaker is van menig welvaartsziekte, maar een Westers voedingspatroon. Nu verscheen er een interessant stuk in The Guardian waarin beargumenteerd wordt dat de stelling dat vleesproductie meer broeikasgassen veroorzaakt dan alle transport bij elkaar berust op een verkeerde vergelijking. In de laatste paragraaf beargumenteert de schrijver ook nog eens dat we vlees nódig hebben om een groeiende wereldbevolking te voorzien van voldoende voedingsstoffen. Die conclusies kloppen bij wat ik eerder las en keek over broeikasgaseffecten van vleesproductie én over de voedingwaarde van dierlijke producten.

 

Over landbouw en welzijn

Landbouw bracht welvaart, maar bracht landbouw ook welzijn?

Wanneer ik lezingen geef over de geschiedenis van relatie tussen voeding en gezondheid, krijg ik regelmatig de vraag hoe het kan dat landbouw ongezondheid én bevolkingsgroei bracht. Met andere woorden, gingen welzijn en welvaart dan niet hand in hand? Tot nu toe had ik nooit echt een goed onderbouwd antwoord op die vraag. Tot ik de boeken Sapiens van Yuval Noah Harari en Vuur en beschaving van Joop Goudsblom las. Beide auteurs beantwoorden de vraag negatief. Landbouw ging gepaard met een toename in welvaart voor de samenleving als geheel, maar met een afname in welvaart voor de meeste individuen in die samenleving.

Sapiens_VuurEnBeschaving

Homo sapiens is begonnen landbouw te bedrijven toen jagen en verzamelen niet meer voldoende op kon brengen voor de groeiende bevolking op steeds permanentere verblijfsplaatsen. Met niet voldoende opbrengen bedoel ik hier dat er simpelweg te veel land nodig was om in de voedingsbehoefte te kunnen voorzien. Doordat Homo sapiens al geruime tijd in staat was op een gecontroleerde manier vuur te gebruiken, kon ze enerzijds meer planten eetbaar maken door middel van bijvoorbeeld koken en bakken, en kon ze anderzijds de natuur naar haar hand zetten en die gewassen laten groeien die veel opbrengst gaven per hectare. Denk aan graan. Alle andere begroeiing werd met behulp van vuur verwijderd, er werd graan gezaaid, er werd graan geoogst, er werd graan bewaard en eetbaar gemaakt. Met als effect dat de bevolking verder groeide. Voor die gegroeide bevolking moest meer voedsel verbouwd worden.

Spoedig was de beschikbare hoeveelheid land onvoldoende om periodiek stukken land plat te branden om er enkele jaren graan op te kunnen verbouwen. Ploegen, irrigeren en bemesten waren de oplossing. Oplossingen die méér arbeid vergden dan platbranden met als gevolg dat de meeste mensen uit die samenleving harder moesten werken. Hun welzijn nam daardoor af.

Tegelijkertijd vond een steeds grotere mate van specialisatie plaats. De een specialiseerde zich in het verbouwen van graan, de ander in het bakken van brood en weer een ander in het bouwen van ovens. Die toegenomen mate van specialisatie vroeg om een grotere mate van organisatie, wat onherroepelijk leidde tot ongelijkheid tussen mensen. Waar de mensen die aan het roer stonden in deze samenlevingen een riant leven leidden, werkte het grootste deel van de bevolking zich te pletter. De gewone man zag méér kinderen misschien als uitweg. Dan zouden er immers meer handen zijn om al het werk te doen. Meer kinderen vroeg onherroepelijk ook om meer eten. Er ontstond een vicieuze cirkel van een almaar groeiende bevolking en almaar grotere sociale ongelijkheid. Als ik dat beeld combineer met het beeld van meer ongezondheid dat ik in mijn presentaties altijd schets, zal het je niet verbazen dat één op de drie kinderen de leeftijd van 20 niet haalde.

Waarom zocht de mens dan niet naar een andere oplossing? Waarschijnlijk omdat de veranderingen, steeds harder werken, een almaar groeiende bevolking en een almaar ongezondere bevolking, zo geleidelijk gingen, dat ze voor het individu niet zichtbaar waren. Op individueel niveau zal de mens geredeneerd hebben dat een beetje harder werken zou leiden tot een betere oogst en dat daarmee honger uitgebannen zou worden. Een samenleving met een grote voorraad was echter ook kwetsbaar voor diefstal. Een deel van de mensen uit die samenleving moest zich daarom specialiseren in het verdedigen van die voorraden. Er werden muren gebouwd om de nu permanente verblijfplaatsen, er werd een leger ingericht. En er waren minder mensen beschikbaar om het land te bewerken, brood te bakken, ovens te bouwen, wat tot gevolg had dat er weer harder gewerkt moest worden. Er was geen uitweg.

Er leek toen geen uitweg, maar hebben we die intussen nu wel gevonden? Na de Tweede Wereldoorlog is de landbouw verder geïntensiveerd. Dit maal niet met behulp van menselijke arbeid, maar met behulp van machines. Landbouwmechanisatie. Ik denk dat dit in eerste instantie geleid heeft tot een beter bestaan voor een groot deel van de bevolking. De voornaamste voordelen dat ik zie, is dat de gemiddelde mens veel meer vrije tijd heeft gekregen en veel minder zware arbeid hoeft te verrichten. Zoals een aantal stappen hierboven ook in eerste instantie tot een beter bestaan leidden. We zijn nu echter op het punt aangeland waar we hernieuwde zorgen om gezondheid van de mensen in die samenlevingen hebben. We worden op steeds jongere leeftijd chronisch ziek. Er zijn ook zorgen om de volhoudbaarheid van de huidige intensieve landbouw. De grond zou uitgeput kunnen raken. We zouden steeds meer last kunnen krijgen van plagen, waar droogte er nu (augustus 2018) slechts één van is.

Een voordeel van de tijd waarin we nu leven is het overzicht dat we hebben over de geschiedenis van Homo sapiens. Wellicht zouden we die kennis kunnen gebruiken om een landbouwsysteem te ontwerpen waarin de valkuilen uit de geschiedenis vermeden worden. Ik denk daarbij aan een veel nauwere samenwerking met de natuur. Zet natuurlijke hulpbronnen in voor voedselproductie en laat die ondersteunen door natuurlijke processen. Een aantal pioniers werkt al jaren op die manier. Denk aan een Sepp Holzer in Oostenrijk, aan Mark Shepard in Wisconsin, USA, aan David Holmgren in Australië, of aan Martin Crawford in het Verenigd Koningkrijk. In Nederland lijkt de beweging nog iets jonger, maar ook hier wordt geëxperimenteerd met natuurlijke landbouw, bijvoorbeeld in Groesbeek door Wouter van Eck, door de neven Jukema in Friesland en door de familie Bloemendal vanuit Den Ham. Op moestuinschaal is Vera Greutink één van de Nederlandse pioniers. Zij schreef het mijns inziens beste Nederlandse boek Tuin Smakelijk.

Of het dé oplossing is moeten we leren. Eén van de bedreigingen die ik zie, is dat er weer meer menselijke arbeid nodig zal zijn. De hypothese die ik heb, is dat samenwerken met de natuur kwalitatief hoogwaardige arbeid oplevert. Misschien wel in tegenstelling tot de computerbanen die velen van ons nu hebben. Ik ben benieuwd hoe jij daarover denkt! Laat je reactie achter bij de post op mijn blog.

Academicus wordt leefstijlcoach

Sinds januari 2018 werk ik niet meer als onderzoeker in het UMCG. Ik werk nu de halve week als lector gezonde en duurzame voeding en welvaartsziekten aan Van Hall Larenstein en heb de andere halve week voor andere dingen, zoals mijn kinderen, het ontwerpen en aanleggen van een eetbare tuin met dieren, én ik ga als zelfstandig leefstijladviseur aan de slag. Ohja, en de verbouwing van onze boerderij.

Als onderzoeker in het UMCG raakte ik meerdere malen gefrustreerd door ‘het systeem’. Medisch wetenschappelijk onderzoek is heel erg gericht op unifactoriële relaties tussen oorzaak en gevolg. Voorbeelden van unifactoriële relaties tussen voeding en ziekte zijn een tekort aan vitamine D dat Engelse ziekte veroorzaakt en een tekort aan vitamine C dat scheurbuik veroorzaakt. De ziektes waar we op dit moment in onze maatschappij het meest mee te maken hebben, zijn echter multifactorieel. Er is niet één aanwijsbare oorzaak voor diabetes, er is niet één aanwijsbare oorzaak voor depressie, er zijn véél aanwijsbare oorzaken. We weten al wel heel veel over het palet van oorzaken van welvaartsziekten, en mijns inziens kunnen we onder andere met radicaal gezondere voedingspatronen aan de slag om die multifactoriële aandoeningen te voorkomen en soms zelfs te genezen. Dat is alleen heel erg lastig in een systeem dat helemaal gericht is op unifactoriële relaties tussen oorzaak en ziekte. Daarin wil je uitvinden welke factor precies de oorzaak is van de ziekte of juist het medicijn. Dat is kansloos voor multifactoriële oplossingen zoals voeding, en niet eens nodig. Als een oplossing werkt, een diabetespatiënt heeft bijvoorbeeld geen medicatie meer nodig met koolhydraatbeperkte voeding, of iemand raakt van zijn depressie af met oervoeding, kan een (huis)arts hiermee aan de slag, zonder te weten welke factor uit koolhydraatbeperkte voeding of oervoeding precies de werkzame factor is. Sterker nog, ik denk dat je daar niet uitkomt, omdat een voedingspatroon en zeker leefstijl in bredere zin, op meerdere factoren tegelijk aangrijpt. Je zou er dus niet eens uit moet wíllen komen. En daar gaat het huidige systeem van medisch wetenschappelijk onderzoek nog niet in mee.

Een andere oorzaak van frustratie was geld. Om onderzoek op te kunnen zetten op de manier waarop dat in de farmaceutische industrie gebruikelijk is, heb je bakken met geld nodig. Die bakken met geld zijn er niet als het gaat om voedingspatronen, om dat er geen grote bedrijven zijn die daar snel geld mee kunnen verdienen. De enige die daar geld mee bespaart, is de maatschappij. En al geeft onze maatschappij wel degelijk bakken met geld uit aan wetenschappelijk onderzoek, dat gaat natuurlijk niet alleen naar onderzoek naar voedingspatronen. En dus is het heel lastig om je onderzoek zo goed gefinancierd te krijgen, dat je kunt voldoen aan de strenge normen van bovengenoemd systeem.

Mijn derde frustratie ligt veel dichter bij mijzelf. Als onderzoeker schrijf je wetenschappelijke artikelen die gepubliceerd worden in internationale tijdschriften. Mijn familie leest die niet, de mensen uit het dorp waar ik woon ook niet, de kans dat een (huis)artsen uit de buurt mijn artikelen leest is al even klein, tenzij ik zelf mijn artikelen onder hun aandacht zou brengen. Maar daar ‘scoort’ een onderzoeker niet mee. Het gaat erom geciteerd te worden door collega-onderzoekers van over de hele wereld. Die mensen in mijn omgeving hebben mij doen beslissen mij, naast mijn werk als onderzoeker aan een hogeschool, te specialiseren als leefstijladviseur.

coach-drawing-4

In 2017 leidde ik een leefstijlprogramma voor mensen met depressie en/of angst bij Lentis in Groningen. Dat programma was niet alleen heel succesvol, ik vond het ook erg leuk om te doen. Het gaf mij veel voldoening om de kennis die ik in jaren had opgebouwd toe te passen in de praktijk en te zien en te ervaren hoeveel beter een aantal deelnemers zich begon te voelen.

In het voorjaar van 2018 heb ik een aantal mensen individueel gecoacht. Ook dat vond ik heel leuk. Waar het programma in een groepstraining van tevoren al grotendeels vaststaat, komt het er bij individuele coaching op aan zo goed mogelijk te luisteren en te reageren op het individuele verhaal. Dat ging mij goed af, aldus mijn eerste slachtoffer. Dat was een vrouw die al van kind af aan worstelde met haar gewicht. Ik adviseerde haar in eerste instantie vrij voorzichtig om een ontbijt zonder koolhydraten te gaan eten. Het kwartje viel bij haar snel, ze schakelde vrijwel meteen over op een voedingspatroon zonder granen en andere zetmeelrijke producten. Na een eerste moeilijke week, was ze tamelijk lyrisch over haar nieuwe voedingspatroon. Ze had zich in de afgelopen 30 jaar nooit zo goed gevoeld, vertelde ze. En dat maakt mij blij. Veel blijer dan van een publicatie in een mooi wetenschappelijk tijdschrift. Wat mij betreft is de combi tussen een lectoraat en een bestaan als zelfstandig leefstijladviseur daarom vrij ideaal. Aan kennisontwikkeling doen in een nog niet zo vastgeroest systeem als de academie en die kennis toepassen ten bate van mensen in je directe omgeving. Wat wil een mens nog meer?

Heb je interesse in leefstijlbegeleiding door mij? Neem dan contact met mij op via enederhof@gmail.com