All posts by Esther Nederhof

About Esther Nederhof

Wetenschapper | Moeder | Thuiskok

Vlees als duurzame optie

Mijn zoon van 13 moest voor biologie een duurzaamheidstest doen. Hoe meer punten, hoe groter zijn voetafdruk, hoe minder duurzaam. Onder de 20 punten was TOP, onder de 40 punten OK, aldus de test. Hij was nogal verontwaardigd over het feit dat vlees eten bij iedere warme maaltijd 28 punten opleverde. “Dat hóeft helemaal niet slecht te zijn! Volgens de test is er 1,8 hectare per persoon beschikbaar. Nou, moet je eens kijken, als je op een stukje daarvan groente verbouwt en er verder schapen laat grazen. Dat eet ik in een jaar niet op, hoor!” En hij heeft gelijk. Aan minder dan een halve hectare grond per persoon heb je genoeg om zoveel vlees te eten als je op kunt.

Een tijd geleden raakte ik ervan overtuigd dat vee kan helpen humus op te bouwen, CO2 vast te leggen, het bodemleven te stimuleren en de waterbufferende capaciteit van land te verhogen. De laatste tijd begon ik mij steeds meer af te vragen hoeveel vee je eigenlijk op een regeneratieve manier kunt houden per hectare land. Het antwoord op die vraag vond ik niet gemakkelijk. Ik ging bij een aantal boeren op bezoek, maar niemand werkte zoals ik voor ogen had: meerdere diersoorten, twee keer per dag nieuw gras, zo min mogelijk op stal in de winter. En ik vond geen enkel bedrijf dat grasgevoerd werkte met jongvee voor vlees.

Foto van PureGraze.com

Veel mensen zien jongvee over het hoofd. Om een koe te kunnen melken, moet ze ieder jaar een kalf baren. Die kalveren gaan uiteraard niet allemaal óók melk leveren. Als een koe gemiddeld zes jaar mee gaat, heb je om de zes jaar een vervanger nodig, en houd je dus vijf kalfjes ‘over’. Sowieso kun je verwachten dat minstens de helft stierkalfjes zijn. Die kalveren worden in het huidige systeem op stal gehouden en gevoerd met gras, snijmaïs en graan. Als de boer ervoor zorgt dat de pens goed blijft werken, levert dat een prima product op. Misschien wat minder smaakvol dan vlees van kruidenrijk land, de vetzuurverhouding is in elk geval gunstiger dan bijvoorbeeld in kip.

Voor de bodem is die manier van werken minder gunstig. Maïsteelt is behoorlijk desastreus voor het bodemleven. Omdat maïs van nature in Nederland niet kan groeien, het is een tropische plant, zijn veel middelen nodig die het bodemleven om zeep helpen. Of al lang geleden om zeep geholpen hebben. Maar ook het uitrijden van drijfmest die geproduceerd wordt door dieren die op stal staan heeft niet bepaald een gunstige uitwerking. Een gevolg van een gebrek aan bodemleven is dat er geen CO2 vastgelegd kan worden en er geen humus opgebouwd wordt. Het gevolg daarvan is dat het land in tijden van regen erg nat is, en in tijden van droogte uitdroogt. En dat je uiteindelijk met onbruikbare grond kunt komen te zitten. Die cyclus is volledig anders als je werkt met vee dat je maximaal 3 dagen op hetzelfde stuk gras laat staan.

Dit stuk theorie is goed terug te vinden op internet, al merkte ik bij mijn bedrijfsbezoeken dat het zeker geen common knowledge is. De vraag hoeveel vee je per hectare kunt houden, kon ik veel lastiger terugvinden. Die vraag is ook veel minder prangend in gebieden waar de grond goedkoper is dan in Nederland. Zoals in Zweden waar Richard Perkins zijn bedrijf heeft, in Missouri in de VS waar Greg Judy werkt, of in Ierland. Informatie uit Nederland kon ik eigenlijk niet vinden, maar is wel essentieel. Als je land zou willen pachten, zou dat al snel €1.000 per hectare per jaar kosten. Als de opbrengsten dan €1.100 per jaar zijn, kan het dus alleen als hobby, nooit bedrijfsmatig.

Zo’n vijf jaar geleden stelde ik Ado Bloemendal van Pure Graze dezelfde vraag voor zijn presentatie tijdens mijn inauguratie als lector: “Wat levert een grasgevoerd systeem op?”. Ado beantwoordde die vraag niet echt tijdens zijn lezing. Gefrustreerd door mijn geschatte winst van €100 per hectare per jaar nam ik opnieuw contact op Ado, die mijn wereld in één klap een stuk zonniger maakte. Mijn schatting was gebaseerd op 1 GVE (grootvee eenheid) per hectare. Ik vermoedde dat we wel naar 1,25 zouden moeten kunnen als we runderen en schapen zouden houden, maar was daar niet zeker van, met name omdat we hier op zandgrond zitten met op zich nog wel een mooie laag zwarte aarde daarboven. Maar dan nog, 25% erbij en je kunt er nog lang niet bedrijfsmatig van op aan.

Ado Bloemendal kwam echter met heel andere schattingen, gebaseerd op veel praktijkervaring. Hij rekent met 3 GVE per hectare met één diersoort (rund), en nog een beetje hoger met een tweede diersoort erbij. En dan wordt het ineens wel héél aantrekkelijk. Dan kun je al op 20 hectare genoeg verdienen om een gezin te onderhouden. Ado rekende mij voor dat je met een vleesprijs van €4,50 per kilo geslacht gewicht op een winst van zo’n €4.000 per hectare uitkomt in plaats van op mijn schamele €100. Nu was de vleesprijs in 2020 veel lager, zo’n €2,50, waardoor mijn buurboer 1,6 miljoen verlies leed. “Gelukkig” kan dit verlies verdeeld worden over 3 gezinnen. Een kleine rekensom leerde mij dat hij geen verlies geleden zou hebben als hij gewerkt had met het systeem van Pure Graze. In plaats daarvan zou hij €650.000 winst gemaakt hebben. Met vijf mensen op de loonlijst, en feitelijk minimaal 11 medewerkers, is dat niet per se een vetpot, maar altijd beter dan de 1,6 miljoen verlies over 2020.

Foto van PureGraze.com

Verbaasd stel ik mij nu de vraag: Waarom werken boeren dan niet op die manier? Waarom zitten ze in voorjaar en najaar dag en nacht op de trekker om te ploegen, te zaaien en te oogsten, terwijl ze ook het hele jaar door 2x per dag hun vee kunnen groeten terwijl ze ze een nieuw stuk gras geven? Waarom gebruiken ze met pijn in hun hart duur betaalde middelen? Waarom?

Maar ook: waarom leert mijn zoon dat vlees eten onduurzaam is? Een systeem met 5 pinken per hectare levert minimaal 1.000 kg vlees per jaar. Stel dat je alleen nog maar vlees zou willen eten, en een kilo per dag op kunt, dan heb je aan minder dan een halve hectare land per persoon al meer dan genoeg! En dat ook nog terwijl je CO2 op kunt slaan, het bodemleven en de waterhuishouding kan verbeteren. Om over een enorme verbetering van het dierenwelzijn en het boerenwelzijn nog maar niet te spreken.

Spirituelen vaker sceptisch

Kopte NRC op 12 oktober 2021. In een interview met Bastiaan Rutjens wordt duidelijk dat zijn onderzoek duidelijk wijst op een omgekeerde relatie tussen spitirualiteit en vertrouwen in de wetenschap. Met andere woorden, hoe meer iemand zichzelf beschouwt als spiritueel, hoe minder vertrouwen die persoon heeft in de wetenschap. Bastiaan Rutjens lijkt zich daar zorgen over te maken. Hij stelt bijvoorbeeld voor om al op jonge leeftijd kinderen de waarde van wetenschap bij te brengen. Zo zouden ze later een sterker geloof hebben in de wetenschap en zich gemakkelijker laten overhalen tot bijvoorbeeld een vaccin.

Dat is voor mij zeer interessant, omdat ik mij eerst sterk wetenschappelijk en pas later spiritueel ontwikkeld heb. Juist doordat ik van binnenuit veelvuldig aangelopen ben tegen de grenzen van de wetenschap, ben ik kritischer geworden. Ik heb niet meer het heilige geloof in wetenschappelijke kennis dat ik had.

Als kind voelde ik mij sterk verbonden met de natuur, maar kon ook goed leren. Vanaf eind groep 7 realiseerde ik mij dat ik zodanig goed kon leren, dat ik als eerste van mijn familie een hoge opleiding zou kunnen volgen. Zo geschiedde. Ik rondde mijn VWO af met achten voor natuur- en scheikunde en ging Bewegingswetenschappen studeren. Tijdens die studie leerde ik dat je altijd vraagtekens moet stellen bij wat als waarheid gepresenteerd wordt. Galileo Galilei kreeg de rest van zijn leven huisarrest, omdat hij volhield dat de aarde om de zon draaide. Door een zelfde soort wantrouwen ontdekte William Harvey dat het bloed één richting op stroomt, en niet heen en weer, zoals sinds 1500 jaar bekend was. Onderzoek doen is twijfelen, zo leerde ik.

Na een studiebeurs voor een masterstage in het buitenland gewonnen te hebben, begon een promotie steeds realistischer te lijken. Die promotieplek vond ik en rondde mijn proefschrift keurig binnen vier jaar af. Daarna kwamen er kinderen terwijl ik werkte als postdoctoraal onderzoeker. Een paar jaar later kwam het eerste moment waarop ik begon te twijfelen aan de wetenschap.

Aan het eind van een tijdelijk contract, en voor het begin van een hernieuwd tijdelijk contract, kreeg ik de kans om met mijn gezin naar Tucson, Arizona te gaan om te werken in een groep evolutionair ontwikkelingspsychologen. Gefascineerd door het evolutionaire proces, kwam ik in contact met het idee dat je ook voeding vanuit evolutionair perspectief kunt benaderen. Uit nieuwsgierigheid probeerde ik het uit en merkte al snel dat ik veel minder hoofdpijn had, minder moe was en minder buikpijn had.

In mijn tweede periode als postdoctoraal onderzoeker in het UMCG liep ik steeds vaker heel concreet tegen de grenzen van de wetenschap aan. Zeker in de medische wetenschap wordt veel waarde gehecht aan het identificeren van dé oorzaak. Voelde ik mij beter met evolutionaire voeding doordat ik geen gluten meer at, doordat ik geen lactose meer binnen kreeg of doordat de vetzuurverhouding anders was? Daar kom je niet uit, en dat zouden we ook niet moeten willen.

Vroeger leek de relatie tussen voeding en ziekte simpel. Een tekort aan vitamine D veroorzaakt Engelse ziekte. Geef meer vitamine D en het is opgelost. Een tekort aan vitamine C veroorzaakt scheurbuik. Geef meer vitamine C en het is opgelost. Maar de aandoeningen die nu de grootste ziektelast veroorzaken, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, auto-immuunaandoeningen en depressie, zijn allemaal multifactorieel van aard. Ze worden niet door een tekort of teveel aan één ding veroorzaakt, ze zijn het gevolg van een cascade aan belastingen voor het lichaam waardoor problemen ontstaan. En dat is óók het geval bij vatbaarheid voor infectieziekten. In die context heeft het dus weinig zin monofactorieel onderzoek te willen doen. Dat werd echter wel van mij gevraagd als wetenschapper. Ik ben daar veelvuldig tegenaan gelopen.

En ik zie dat nog steeds gebeuren, en op zich is dat logisch. Een enkelvoudige relatie is immers gemakkelijker uit te leggen en te begrijpen dan een complexe relatie. Neem COVID-19. Al heel snel wordt duidelijk dat mensen met obesitas veel kwetsbaarder zijn dan mensen met een normaal gewicht. En dat mensen met andere aandoeningen óók kwetsbaarder zijn. En dat de kans om te overlijden aan COVID-19 vrijwel parallel loopt aan de kans om in de komende 12 maanden überhaupt te overlijden.

Zodra een vaccin beschikbaar komt, worden zij als eerste ingeënt, waar ik volledig achter sta. Er wordt echter geen uitleg gegeven over de onderliggende oorzaken van die kwetsbaarheid. Volgens mij, omdat monofactorieel denkende wetenschappers hun vingers niet durven te branden aan het uitleggen van complexe relaties. De oorzaken van ál die onderliggende aandoeningen zijn samen te vatten in insulineresistentie, oxidatieve stress en chronische laaggradige ontstekingsreacties. Eén van de snelstwerkende, maar weinig onderzochte remedies is voeding. Omdat daar niet over gerept wordt, wordt zo’n vroege inenting niet zelden gevierd met gebak.

De kwetsbaarsten zijn nu beter beschermd, maar nog steeds moet de hele bevolking zich aanpassen. De grootste last daarvan wordt gedragen door mensen die een zeer lage kans hebben om ziek te worden van COVID-19, laat staan eraan te overlijden, namelijk kinderen en jongeren. Uit mijn tijd als onderzoeker bij de afdeling Psychiatrie in het UMCG heb ik dondersgoed onthouden dat de kans op een depressie twee keer zo groot is bij mensen die al eerder depressief geweest zijn, en met iedere episode toeneemt. En ook dat het (gehad) hebben van een depressie de kans op andere ellende vergroot. Door de strikte scheiding binnen vrijwel alle (Universitair) Medische Centra tussen kop en romp, zaten er natuurlijk geen psychiaters in het OMT. Er zaten überhaupt geen wetenschappers van buiten het rompgedeelte van de UMC’s in. Er lijkt dus ook hier sprake geweest te zijn van een zeer monofactoriële kijk op (de gevolgen van) (maatregelen tegen) COVID-19.

Bastiaan Rutjens noemt als oorzaak voor spirituele scepsis dat veel mensen geen wetenschappers kennen en denken dat wetenschap vrijwel volledig wordt gefinancierd door het bedrijfsleven. Bij mij is van het eerste duidelijk geen sprake, ik bén wetenschapper. Dat wetenschap gefinancierd moet worden door het bedrijfsleven is een punt waar ik in mijn aanstelling als lector tegenaan liep. Het was erg lastig om onderzoek naar onbewerkte voeding gefinancierd te krijgen, omdat die geproduceerd wordt door vele verschillende boerenbedrijven. De grote concerns die wel genoeg geld verdienen aan voeding om wetenschappelijk onderzoek te financieren, verdienen hun geld allemaal aan vooral (hoog) bewerkte voeding. Bij COVID-19 zien we natuurlijk precies hetzelfde. Onderzoek naar de relatie tussen leefstijl (die insulineresistentie, oxidatieve stress en laaggradige ontstekingsreacties drastisch kan verlagen) en kwetsbaarheid voor COVID-19 zou niet alleen veel langer duren dan (halfslachtig) onderzoek naar een vaccin, maar ook veel lastiger te financieren zijn. En dus moeten we allemaal ingeënt worden, terwijl we net zo ongezond mogen blijven leven als ons lief is.

En zo leerde ik mijn intuïtie te volgen en werd ik sceptisch. Bijna altijd wanneer ik me ga verdiepen in de wetenschappelijke literatuur, blijkt mijn intuïtie te kloppen. En laat dat nou net binnen de definitie van Rutjens over spiritualiteit vallen: vertrouwen op je intuïtie. In mijn geval dan wél met wetenschappelijke onderbouwing.

Lees ook mijn post over de verschillende lagen van gezondheid

Meewerkweken

Sinds mei 2017 wonen wij op de Olde Hof, tussen Norg en Een. We proberen daar zoveel mogelijk principes van zelfvoorzienend leven toe te passen. In de tuin gebruiken we permacultuur– en agroforestryprincipes om een eetbare tuin te ontwikkelen. We hebben een moestuin en verschillende eetbare vaste planten en fruitbomen aangeplant en hebben een paar schapen, kippen en varkens voor terreinonderhoud. Bij de verdere aanleg van ons terrein kunnen we wel wat hulp gebruiken.

In de herfst van 2020 gaan we de vijver renoveren. De vijver is groot genoeg om in te zwemmen. Hij is nu echter overwoekerd door planten en het water wordt niet goed vastgehouden. In de zomer is de waterkwaliteit daardoor te laag. Deze herfst wordt de vijver uitgebaggerd en daarna dichtgesmeerd met leem. Daarna moet hij opnieuw beplant worden. We hebben een ontwerp gemaakt met ongeveer de helft zwemgedeelte en een helft plantenfilter, gedeeltelijk van eetbare planten.

ontwerp eetbare zwemvijver enederhof

Het is een spannend project, omdat we eigenlijk nergens een voorbeeld hebben kunnen vinden van een grote (zwem)vijver die waterdicht gemaakt is met leem. In theorie werkt het, en er zijn praktijkvoorbeelden van kleine vijvers. Daarnaast willen we er een eetbare vijver van maken, waar ook niet heel veel informatie over te vinden is. We nemen ons daarom voor om zoveel mogelijk vast te leggen en te delen, zodat we er over een aantal jaren een mooie informatiebron bij hebben.

In de weken van 28 september en 5 oktober organiseren we daarom twee meewerkweken. We stellen de vakantiewoning de we normaliter verhuren beschikbaar aan mensen die komen helpen. Je verblijft daar met maximaal 3 andere mensen, tenzij je zelf met een groepje van 5 of 6 komt, dat past ook. We werken iedere dag van 9 – 14 uur aan de vijver, waarbij wij steeds onze kennis over permacultuur, agroforestry en voedselvijvers delen. Je kunt de meewerkweken zien als een gratis cursus. Daarna is er tijd voor een wandeling door de bossen, om een vuurtje te stoken of bijvoorbeeld Veenhuizen te bezoeken.  De meewerkweken kun je dus ook zien als een gratis vakantie. Of beide.

Wat kun je van ons verwachten?

  • Je verblijft gratis met maximaal 3 anderen in onze vakantiewoning (tenzij je zelf met een groepje van 5 of 6 mensen komt, dat kan ook)
  • Wij geven een rondleiding over het erf met uitleg over de verschillende systemen
  • Wij delen onze kennis over permacultuur/agroforestry
  • Wij zorgen voor het benodigde (plant)materiaal
  • Wij zorgen voor koffie en thee
  • Wij verzorgen een (feest)maal op de laatste avond met producten van eigen erf
  • Wij verzorgen de eindschoonmaak van de vakantiewoning
  • Op nachten aansluitend aan de meewerkweek ontvang je 20% korting
  • Kom je twee weken meewerken, dan verblijf je het tussenliggende weekend gratis

Wat verwachten wij van jou?

  • Je helpt van maandag tot vrijdag iedere dag van 9 – 14 uur
  • Je zorgt zelf of samen met anderen voor je maaltijden, behalve de laatste avond
  • Je neemt schoon beddengoed en handdoeken mee
  • Het is fijn als je tuingereedschap meeneemt (kruiwagen, spade, snoeischaar, …)

Wat moet er gebeuren? in de eerste week (28 sept – 2 okt 2020)

  • Vijver leegpompen, daar huren wij apparatuur voor
  • Planten die we willen behouden uitgraven en opslaan
  • Wordt de vijver uitgebaggerd door een loonwerker
  • Vrijgekomen materiaal verplaatsen naar andere plekken in de tuin
  • Foto’s maken en een tekstje schrijven voor publicatie

In de tweede week (5 – 9 okt 2020)

  • Wordt de vijver dichtgesmeerd met leem door een loonwerker
  • Opgeslagen planten terugplaatsen in de vijver
  • Vijver opnieuw vullen
  • En alle andere (onvoorziene) activiteiten die ik hier niet genoemd heb
  • Foto’s maken en een tekstje schrijven voor publicatie

Er zijn ook altijd andere (binnen)klusjes te doen!

Lijkt het je leuk om een of twee weken te komen helpen? Stuur een e-mail aan enederhof @ gmail . com of neem contact op via 06-26 69 69 53

We hebben de volgende informatie van je nodig:

  • naam
  • woonplaats
  • e-mailadres
  • telefoonnummer
  • kom je alleen of samen
  • als je samen komt: met wie en deel je een slaapkamer met tweepersoonsbed of met twee eenpersoonsbedden?
  • wat doe je graag
  • wat kun je goed
  • wat wil je leren
  • wat wil je niet doen

In november/december 2020 organiseren we nog een of twee meewerkweken. Heb je interesse? Laat het alvast weten!

Gezondheid heeft minimaal 6 niveaus

Op dit blog schreef ik tot nu toe vooral over leefstijl als methode om gezond te worden of te blijven. Ik liet daarin zo nu en dan doorschemeren dat een (ultra?) gezonde leefstijl voor mij niet afdoende was. Ondanks een strikt voedingspatroon kreeg ik toch weer last van migraine. Ondanks een zo oorspronkelijk mogelijk beweegpatroon en koudetraining kreeg ik toch meerdere gewrichtsklachten. En ook mijn buikklachten verdwenen nooit écht. Dat roept vragen op bij een onderzoeker zoals ik.

Een jaar geleden liep mijn contract als lector af en kwam ik thuis te zitten mét een burn-out, ondanks (of eerder dankzij) al mijn inspanningen om zo gezond mogelijk te blijven. Dat heeft mij aan het voelen gezet. Denken had immers dit patroon veroorzaakt.

Mijn eerste impuls was contact op te nemen met een bioresonantietherapeut. Behalve ontelbare voedselintoleranties, legde zij ook heel wat andere belastingen bloot. Niet alleen bacteriële, virale en parasitaire belastingen die je via een heel goede reguliere arts misschien ook gevonden zou hebben, maar ook veel, heel veel erfelijke belastingen. Mijn gevoel zij, en mijn therapeut vertelde mij, dat die erfelijke belastingen een bredere betekenis hadden dan een kwetsbaar genoom door pech. En dan ga je zoeken. En al heel snel gaf iemand mij een deel van het antwoord: “Jij bent een sjamaan”, waarop ik vroeg: “Wat is dat?”. “Google maar even, dan vind je het wel”.

De Paleo dokter

Sjamanisme is de oudste vorm van geneeskunde die de mensheid kent. Bij álle stammen in álle windstreken was er tenminste één sjamaan aanwezig. Die sjamaan had technieken om te weten te komen welke kruiden een zieke nodig had om weer beter te worden, begeleidde overledenen op weg naar het hiernamaals en de sjamaan kon communiceren met de doden, met goden en had veel kennis van de menselijke ziel. En het fascinerende is dat er zoveel overeenkomsten zijn tussen culturen die werelddelen van elkaar verwijderd zijn. Ik kan maar één conclusie trekken. Die wijsheid heeft een gezamenlijke bron. In evolutionaire termen zou ik zeggen dat de oorspronkelijke mens, die in Oost-Afrika leefde, deze wijsheid heeft meegenomen op haar tocht naar de rest van de wereld. In spirituele termen zou je kunnen zeggen dat er een oerbron is van informatie waaruit al deze mensen putten. Hoe dan ook, dít is ancestral health, dít is Paleo!

Gezondheid op zes niveaus

Gezondheidsniveaus

Na een jaar van voelen, lezen en ervaren trek ik voorzichtig de conclusie dat gezondheid opgebouwd is uit tenminste zes lagen. De onderste laag representeert het leven. Eten wanneer je trek hebt, slapen wanneer het jou uitkomt en lui zijn wanneer het kan. Héérlijk, tot je erachter komt dat onze wereld niet geheel paste op de behoefte van jouw lichaam en er klachten ontstaan. Op dat moment gaan de meeste mensen naar niveau 2: de dokter. De dokter schrijft medicijnen voor die moleculen bevatten die een verandering aanbrengen in jouw lichaam, waardoor je minder last zou moeten hebben van de klachten.

Niveau 3

De dokter neemt echter vrijwel nooit oorzaken weg. Daarvoor moet je naar niveau 3: leefstijl. Pas als je je voedingspatroon aanpast, kun je mogelijke voedingsoorzaken van je klachten wegnemen. Pas als je je beweegpatroon aanpast, kun je mogelijke bewegingsoorzaken wegnemen. Fantastische resultaten worden geboekt: diabetespatiënten kunnen hun medicatie afbouwen, migrainelijders zijn jarenlang vrij van aanvallen, mensen met Crohn kunnen de deur weer uit.

Niveau 4

Klachten zijn weg, maar vaak blijkt er geen sprake volledig herstel. Met een koolhydraatarm voedingspatroon kunnen veel diabetespatiënten hun medicatie weliswaar afbouwen, ze kunnen nog steeds geen koolhydraatrijke voeding eten. Hetzelfde geldt voor mensen met Crohn. En in mijn geval kwamen mijn klachten weer terug. Na een paar jaar nauwelijks last gehad te hebben van migraine, kreeg ik weer regelmatige aanvallen, ondanks het feit dat ik niets veranderde aan mijn voeding. En ondanks meerdere ‘kuren’ tegen opgeblazen buiken, bleef dat terugkomen. Waarschijnlijk ging ik daarom intuïtief aan de slag met bioresonantie, waarmee je het zelfhelend vermogen van het lichaam stimuleert: niveau 4. Dat kan overigens met uiteenlopende methodes, eigenlijk alle methodes die met frequenties en/of energieën werken, zoals reflexologie, acupunctuur, homeopathie en nog veel meer andere methodes. Wat mij daarin opvalt, is dat veel van de niveau 4 methodes al heel oud zijn. Mijns inziens zijn dat methodes die ontdekt zijn door mensen die in contact stonden met die oorspronkelijke bron van wijsheid. De sjamaan had dat contact en wist welke kruiden nodig waren of welke energiebanen gestimuleerd moesten worden om dat zelfhelend vermogen te stimuleren.

Niveau 5

En nu kom ik terug op mijn conclusie dat de erfelijke belastingen die gevonden werden met bioresonantie een bredere betekenis hadden dan domme pech ofwel genetica. Vrijwel alle aandoeningen lijken namelijk een zielsoorzaak te hebben: niveau 5. En ook dat is informatie die uit die oorspronkelijke bron lijkt te komen. Bij mijn klachten stonden een laag gevoel van eigenwaarde, angst niet goed genoeg te zijn en mij niet serieus genomen voelen centraal. Affirmaties lijken daar een goede eenvoudige methode voor, de psycholoog kan je daar vast bij helpen, of hypnosetherapie zoals EMDR.

Niveau 6

Ik heb niet gewerkt op niveau 5, omdat het voor mij niet klopte. Ik heb altijd goed gepresteerd op school en in mijn werk, ik heb twee slimme, mooie kinderen, een lieve, zorgzame partner, ik woon op een fantastische plek. Er is helemaal geen aanleiding voor een laag gevoel van eigenwaarde of voor het idee niet goed genoeg te zijn of niet serieus genomen te worden. En daarin ben ik niet de enige! En dat brengt mij op het idee van het zesde niveau waarop gezondheid ontstaat: het spirituele niveau. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat ik allerlei onopgeloste problemen van mijn voorouders op mij genomen heb en daar nu last van heb. Lieve mensen vertellen mij dat ik die op mij genomen heb, omdat ik sterk genoeg ben op een stuk daarvan op te gaan lossen, dus ga ik ermee aan de slag. En ook op niveau 6 kom ik uit op methodes die stammen uit die oorspronkelijke bron van wijsheid. Dit is heel typisch het niveau waarop de sjamaan werkte, de sjamaan kon immers communiceren met doden en goden. En dat is in feite ook wat in systemisch werk gebeurt, en zo zijn er nog wel wat methodes waarmee gezondheid vanuit het zesde niveau gestimuleerd kan worden. Maar niet zonder contact te houden met álle lagere niveaus. Geniet van het leven, snoep verstandig!

Eikenprocessierups, bosbranden en sprinkhanen

De eikenprocessierups is terug, Arizona staat in brand en in Oost-Afrika woedt de derde sprinkhanenplaag in korte tijd. Op het eerste gezicht hebben de eikenprocessierups, bosbranden en sprinkhanen weinig gemeen. Toch zijn er gemene delers. Klimaatverandering wordt aangewezen als de hoofdschuldige en preventie van zowel de eikenprocessierups, bosbranden als sprinkhanenplagen vraagt om meer biodiversiteit.

Eikenprocessierups

Overal eiken met wit-rode waarschuwingslinten: eikenprocessierups.De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. Zowel de larve als de nachtvlinder heeft veel natuurlijke vijanden, waaronder vogels, vleermuizen en sluipwespen. Een uitnodigende omgeving voor vogels, vleermuizen en sluipwespen is een omgeving waarin de nesten van de eikenprocessierups lang zo groot niet worden als een strak gemaaide berm met enkel eiken.

eikenprocessierups.jpeg

foto: Nanno haasjes

Hoe nodig je vogels uit om in de buurt van eiken te komen wonen? Vogels hebben, net als mensen, twee basisbehoeften: eten en onderdak. Onderdak voor onder andere mezen en boomklevers kunnen we regelen door nestkasten voor bijvoorbeeld koolmezen op te hangen. In de afgelopen winter zijn er veel bijgekomen, met name binnen de bebouwde kom, daarbuiten zie ik er nog erg weinig. Vleermuiskasten zie ik nog veel minder. Zowel vogels als vleermuizen eten in de vroege zomer, wanneer de jongen in het nest zitten, veel insecten. In eiken huizen doorgaans veel verschillende insecten, waaronder wintervlinders, voorjaarsuilen, bladwespen en meikevers. Later in het seizoen zijn dat met name plakkers en eikenprocessierupsen. Op dat moment een goede plek om voedsel te vinden voor hun jongen! Het is echter wel van belang dat er ook de rest van het jaar genoeg te eten is. Dat kunnen we bereiken door tussen de eiken allerlei andere planten te laten groeien die bessen en zaden geven om in het najaar en de winter van te kunnen eten. Dat kunnen allerlei planten zijn, waaronder planten die spontaan opkomen, zoals braam en Amerikaanse vogelkers. En dat is op de meeste plekken buiten de bebouwde kom een groot probleem. Alle bermen worden kortgehouden, zodat het een weinig aantrekkelijke woonplaats is, zelfs al zouden er aantrekkelijke nestplaatsen zijn.

Sluipwespen en sluipvliegen leggen eitjes in de rupsen. De larven die uit de eitjes komen, eten de rupsen van binnenuit leeg. Een beetje wreed, maar wél effectief. En jawel, ook sluipwespen en sluipvliegen kun je aantrekken door te zorgen dat ze eten en onderdak hebben. Nestkasten zijn niet nodig voor deze beestjes, zij nemen genoegen met holle stengels van dode planten. Dus ook dat vraagt om een heel ander maaibeleid. Ze eten nectar, dus dat vraagt om bloemen. Die kunnen jaarlijks ingezaaid worden, maar het gebruik van vaste planten is ook heel goed mogelijk. Niet alleen de boven genoemde braam en vogelkers leveren nectar, ook bijvoorbeeld fluitekruid, paardenbloem, distel en wilg. Allemaal planten die vanzelf op zullen komen zodra je stopt met maaien.

De gemeente Westerveld deed een proef met natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups met nestkasten en minder maaien. Al in één zomer waren er 85% minder nesten!

Bosbranden

Arizona staat in brand. Vorig jaar waren er grootschalige bosbranden in Australië. Uiteraard is de oplossing daar niet zo snel effectief als bij de bestrijding van de eikenprocessierups. Preventie van bosbranden vraagt om een veel langere termijn. Toch kunnen we de oplossing in dezelfde hoek zoeken: meer biodiversiteit en vooral ook andere soorten. Arizona is vooral woestijn met veel uiterst brandbare bosjes. Volgens Alan Savory is het goed mogelijk dat soort woestijngebieden te vergroenen, wat hun kwetsbaarheid voor bosbranden zou moeten verminderen. De Australische bossen die maanden lang brandden, bestaan voor een groot deel uit monoculturen. Brandbare monoculturen van eucalyptus, melaleuca en naaldbomen. Ook in andere delen van de wereld die regelmatig geteisterd worden door bosbranden, zoals Californië en Portugal, is sprake van monoculturen van zeer brandbare planten.

Wanneer in die gebieden veel meer planten gebruikt zouden worden die veel water vasthouden, een strakke, dikke schors hebben en/of planten met een heel dicht bladerdak, zou de kans op bosbrand veel kleiner worden. Naast de keuze voor de planten moeten er ook een aantal structurele dingen veranderd worden, zoals zorg voor wateropvang, óók in de bodem, en vuurvrije zones rondom bijvoorbeeld huizen. Er

Op dit moment vormt met name eucalyptus een belangrijke inkomstenbron voor Australië. Natuurlijk moeten we daarover nadenken. Op meerdere continenten, waaronder Australië, hebben mensen laten zien dat inkomsten niet hoeven te dalen wanneer (veel) meer diversiteit wordt toegevoegd aan teeltsystemen. In de meeste gevallen daalt de kostprijs en stijgt de werkvreugde. Rekening houden met zowel de bruikbaarheid áls brandbaarheid van de beplanting lijkt heel goed mogelijk.

Sprinkhanen

De ergste plaag in tientallen jaren in het noordoosten van Afrika. Een rampzalig groot gebied wordt kaalgevreten. En dat al voor de derde keer in een jaar. Ook hier lijkt het gebrek aan biodiversiteit de plaag in de hand te werken. Een veel grotere biodiversiteit betekent immers veel meer natuurlijke vijanden.

En de crux is dat een veel grotere biodiversiteit ook zal leiden tot een koeler klimaat…

Het vierde Nederlandse AHS was een succes! Wie helpt het vijfde te organiseren?

Afgelopen weekend vond het vierde Nederlandse Ancestral Health Symposium plaats in Velp. De sfeer was weer goed, de lezingen interessant, de workshops activerend en de lunch heerlijk! Van een aantal mensen kregen we zelfs te horen dat dit symposium het beste was tot nu toe. Dat vond ik interessant, omdat we niet echt iets anders gedaan hadden. Of toch wel?

Ik kan twee dingen bedenken. Ten eerste is het bij de twee voorlaatste symposia, dus Leiden en Maastricht, niet gelukt om accreditatie voor artsen te krijgen. Voor dit symposium in Velp hebben we die wens van tevoren losgelaten. We hebben geen accreditatie aangevraagd. Waarschijnlijk hebben we ons daardoor vrijer gevoeld om een programma neer te zetten dat wíj interessant vonden, in plaats van rekening te houden met wat een accreditatiecommissie mogelijk van het programma zou kunnen vinden. Blijkbaar had dat een goede uitwerking!

De tweede wijziging ten opzichte van voorgaande edities is het besluit van het huidige bestuur om de organisatie van een volgend symposium niet meer op ons te nemen, maar op zoek te gaan naar een nieuw organisatiecomité. Ik heb dat tijdens het symposium goed gemerkt. Doordat ik de ambitie om een terugkerend symposium te organiseren heb losgelaten, kon ik veel meer genieten van de dag. Ik heb me geen moment afgevraagd hoe we bij een volgende editie kunnen voorkomen dezelfde steekjes te laten vallen als in Velp en dat geeft ruimte om te genieten. Het zou natuurlijk kunnen, dat een aantal deelnemers dat ook gevoeld heeft.

De wens bestond al langer om een stapje terug te doen en geen kartrekker meer te zijn. Afgelopen jaar hebben we daarom twee nieuwe (kandidaat) bestuursleden verwelkomd, maar helaas namen zij snel ook weer afscheid. Het bleek lastig om zich snel in te werken en zich thuis te voelen in een groep die al meerdere jaren samenwerkt. Achteraf denk ik dat de huidige vrijwilligers, en dan spreek ik in ieder geval voor mijzelf, onvoldoende in staat waren om los te laten, waardoor er te weinig ruimte kwam voor nieuwe mensen. Het lijkt daarom voordehandliggend om het stokje over te dragen aan een nieuw bestuur dat haar eigen koers bepaalt. Uiteraard zullen wij hen inwerken en daarna desgevraagd bijstaan met raad en daad.
Wat voor mensen hebben we nodig?

Communicatie
We hebben een hoofd communicatie nodig die verantwoordelijk is voor alle communicatie, zowel intern (notulen, communicatie met vrijwilligers) als extern (website, nieuwsbrief, sociale media en contacten met sprekers, experts, deelnemers, sponsors en bloggers). Dat hoeft het hoofd communicatie natuurlijk niet allemaal zelf te doen. Op dit moment hebben we Bram die de website bijhoudt, Birgit die de nieuwsbrieven verzorgt en Robert die contact onderhoudt met de verschillende vakbladen en beroepsverenigingen.

Programma
We hebben ook een hoofd van de programmacommissie nodig, die een programmacommissie samenstelt (momenteel bestaat die uit Birgit, Marcel, Remko en mijzelf), het thema vaststelt, ervoor zorgt dat potentiële sprekers en experts hun ideeën voor lezingen en workshops in kunnen dienen en die eindverantwoordelijk is voor het programma.

Organisatie
En we hebben een financieel verantwoordelijke nodig, die niet alleen verantwoordelijkheid neemt voor de financiële administratie, maar ook voor de locatie, de catering en sponsoring.
Wil jij overwegen één van die nieuwe kartrekkers te zijn? Laat het weten! Dat kan via een berichtje op mijn blog of via een e-mail aan info@ancestralhealth.nl. Dan brengen wij je in contact met andere enthousiastelingen en maken een afspraak om jullie te helpen een goede start te maken.

Zaterdag 12 oktober 2019: het vierde Ancestral Health Symposium

Gebruik de kortingscode voedingenpsyche en krijg 10 Euro korting op de inschrijfkosten!

Na Groningen, Leiden en Maastricht organiseren we het vierde symposium in Velp, nabij Arnhem, grotendeels met dezelfde groep vrijwilligers als waarmee we in 2015 het eerste symposium organiseerden. Ieder symposium had tot nu toe zijn eigen charme, zijn eigen onderwerpen en zijn eigen uitdagingen. Zo ook dit jaar.

We weten nog niet wat de charme zal zijn van AHS-NL 2019. Wat we wél weten, is dat we te gast zijn op Hogeschool Van Hall Larenstein dat gelegen is op het prachtige landgoed Larenstein. Er is veel ruimte in en om de school, dus hopelijk wordt het mooi weer en worden de meeste workshops buiten gegeven! De eerste workshops (Mina en Lucie en Darryl Edwards) beginnen al om half negen. Als je dat te vroeg vindt, kun je natuurlijk komen voor de eerste keynote van Jaap Seidell om half tien. Om half elf en vier uur zijn er nog twee rondes workshops (Jaap van der Zand, Anouk Willems, Ruben Oude Rikmanspoel). Die workshops dragen zeker bij aan de unieke sfeer van dit symposium, omdat je na het zitten luisteren naar presentaties lekker naar buiten kunt om te bewegen. Echt veel leuker dan een dag luisteren en koffieleuten!

De onderwerpen van dit jaar zijn vet en cool. Het thema vet lijkt grotendeels ingevuld te worden als ‘vlees’, onder andere met een keynote van Amber O-Hearn aan het eind van de dag. Amber staat bekend als long-term carnivore, zij eet al meer dan tien jaar uitsluitend dierlijke producten, en schrijft daar meestal behoorlijk genuanceerde posts over op haar blog http://www.empiri.ca/, al was haar laatste post grappig, maar duidelijk bevooroordeeld. Naast haar keynote, gaat Amber O’Hearn ook de dialoog aan met Remko Kuipers over de vraag of rood vlees nu wel of niet gezond is. Peter Voshol geeft een lezing over zijn meer recente ervaringen met uitsluitend dierlijke voeding, met aansluitend een sessie met twee ervaringsdeskundigen op het gebied van ketogene voeding. Oud penningmeester Hielkje Hermsen-de Jong probeerde een tijdje haar kanker onder de duim te houden met ketogene voeding. Eerst probeerde ze dat met het ketogene dieet zoals Seyfried dat aanraadt, later onder begeleiding van Zsofia Clemens en Csaba Toth. Van beide pogingen kwam Hielkje terug. De tweede ervaringsdeskundige is ook een oud vrijwilliger: Tije Pietersma. Tije is sinds enkele jaren bekend met een hartritmestoornis die hij succesvol behandelt met vetrijke voeding. Het thema vet belooft dus stuk voor stuk interessante verhalen, en eigenlijk is dat jammer, want behalve bij de keynotes, zul je steeds moeten kiezen tussen vet en cool.

Het thema cool wordt ingevuld door workshops van Ruben Oude Rikmanspoel, door een sessie met ervaringsdeskundigen en door een lezing van Koen de Jong, bekend van sportrusten. Er zijn ook lezingen die iets minder goed in één van de thema’s passen. Zo konden we het aanbod van Darryl Edwards om zowel een lezing als een workshop te geven niet afslaan. Ik heb eerder lezingen en workshops van Darryl bijgewoond en vond hem echt fantastisch! Verder konden we de inzending van Laura Huiberts over lichtblootstelling ook echt niet afslaan, omdat we het onderwerp echt té interessant vonden. Hetzelfde geldt voor de inzending van Jonny Kat over de gezondheidseffecten van een 7-daagse wandeltocht op Kreta die hij jaarlijks organiseert.

Wil je erbij zijn? Schrijf je snel in! Voor 10 Euro korting kun je mijn kortingscode gebruiken: voedingenpsyche

Paleo niet afdoende bij migraine

In maart 2019 schreef ik een vrij uitgebreide post over migraine, maar niet over de aanleiding voor het stuk. Ja, ik schreef dat ik altijd veel last heb gehad van migraine, al vanaf mijn 10de, dat ik als student wekelijks een dag plat moest, meestal in het weekend en steevast na computerpractica. Ik schreef ook dat ik sinds ik stopte met het eten van granen, suiker, zuivel en plantaardige olie veel minder last heb gehad, nog maar zo’n drie aanvallen per jaar. Had, ja, verleden tijd. Want wat ik níet schreef, is dat ik sinds het voorjaar van 2017 op kraakheldere voorjaarsdagen regelmatig heftige hoofdpijn kreeg en sinds enige tijd ook vierwekelijkse migraineaanvallen, die samenhingen met mijn menstruatiecyclus. Dat was voor mij de aanleiding om de boeken van Josh Turknett en David Buchholz grondig te lezen. Met als hoofdvraag: “Doe ik het wel goed?”. Mijn vraag was of ik met behulp van die boeken leefstijlfactoren kon identificeren die mijn migraine mogelijk weer verergerd hadden. Het antwoord was: “nee”. Dat was voor mij een grote drijfveer om een voedingspatroon met alleen dierlijke producten uit te proberen. En warempel, dat werkte!

Een voedingspatroon met alleen dierlijke producten verminderde mijn hoofdpijn aanzienlijk, waarschijnlijk doordat ik een heel aantal voedselintoleranties bleek te hebben voor voedingsmiddelen die in een typisch Paleodieet veel gebruikt worden, zoals walnoten, amandelen en banaan. Ook koffie, zwarte thee en druiven (wijn!) staan op dat lijstje, wat waarschijnlijk verklaart waarom ik vaak juist in het weekend migraine had. Als ik nu die voedingsmiddelen weg laat, lijk ik veel minder last te hebben van hoofdpijn. En overigens ook van de andere klachten die ik beschreef in die post over mijn experiment met dierlijke producten.

“Leuk voor je”, hoor ik je zeggen, “maar wat kan ik daarmee?”. De moraal van dit verhaal zit hem in de voedselintoleranties. Ik denk nog steeds dat een voedingspatroon dat bestaat uit groente, fruit, vlees, vis, eieren en wat noten heel veel migrainelijders gaat helpen, maar, dat als je niet (meer) tevreden bent met het resultaat, het waardevol kan zijn om verder onderzoek te (laten) doen naar voedselintoleranties.

De vraag is dan natuurlijk hoe je kunt onderzoeken welke voedingsmiddelen jij wel en welke jij niet goed verdraagt. De eerste methode die ik daarop losgelaten heb is een eliminatiedieet, zoals het specifieke koolhydraten dieet. Je eet dan een tijdje een heel beperkt voedingspatroon en voegt steeds een voedingsmiddel toe en observeert enkele dagen wat dat voedingsmiddel met je doet. Als je geen reactie ervaart, ga je door naar het volgende voedingsmiddel. Onder een reactie moet je niet alleen het hoofdprobleem scharen, maar ook subtielere symptomen als een bonzend hart, slecht slapen, huidirritaties en bijvoorbeeld irritatie van de slijmvliezen lijkend op verkoudheid. Het voordeel van die methode is dat je niet alleen uitzoekt welke voedingsmiddelen je slecht tolereert, maar ook de darmen tijd geeft om te herstellen. Mijn ervaringen met die methode zijn echter niet geweldig. Misschien wel als methode om de darm gezonder te maken, maar niet als methode om erachter te komen waar ik wel en niet tegen kon. Ik heb er een aantal intoleranties mee opgespoord, zoals granen, koemelk, en noten, maar lang niet allemaal. Zo ben ik nooit op het spoor gekomen dat ik niet tegen druiven, perziken en aalbessen zou kunnen. Misschien ben ik te ongeduldig geweest om die eliminatiediëten goed uit te voeren. Ik denk dat je er zomaar een jaar voor moet uittrekken als je echt alle voedingsmiddelen bij langs wilt. En dan bestaat ook het gevaar dat je start met een of enkele voedingsmiddelen die wél op je lijstje horen. Bij mij waren dat rundvlees, zalm en kabeljauw.

Een tweede manier om voedselintoleranties op te sporen is het uit laten voeren van een IgG test. IgG staat voor immunoglobuline G. Dat wordt aangemaakt als het lichaam in contact komt met een lichaamsvreemde stof, zoals een bacterie, een virus of een groter molecuul, bijvoorbeeld afkomstig van een voedingsmiddel. Normaal gesproken horen er geen grotere voedingsmoleculen in het bloed terecht te komen, maar bij een lekkende darm gebeurt dat wel. Als dat vaak gebeurt, gaat het lichaam deze moleculen herkennen als antigenen en daar antistoffen tegen aanmaken. Die antistoffen kun je meten in bloed. Het voordeel van zo’n test is de snelheid. Je hoeft niet maandenlang nauwlettend in de gaten te houden wat je eet en wat voor reactie dat veroorzaakt. Het lichaam ruimt antistoffen echter ook weer op. Als je bepaalde voedingsmiddelen een tijd niet gegeten hebt, zul je er dus ook geen antistoffen tegen vinden. Dat was voor mij een groot nadeel, omdat ik door mijn experiment met dierlijke producten de meeste voedingsmiddelen waarvoor ik intolerant had kunnen zijn al langere tijd niet gegeten had. Voor zover ik weet, is er één laboratorium in Nederland dat een IgG test aanbiedt. Volgens dat lab was de beste oplossing om gedurende 10 weken zoveel mogelijk verschillende voedingsmiddelen te eten waarvoor ik mogelijk intolerant zou zijn, om antistoffen daartegen weer op te kunnen sporen. En daar had ik dus geen zin in. Het zou voor jou wel een goede mogelijkheid kunnen zijn als je op het punt staat je voedingspatroon aan te gaan passen, maar dat nog niet gedaan hebt.

Ik heb het hier trouwens alleen over vertraagde allergische reacties (IgG), omdat ik er vanuit ga de acute allergische reacties (IgE) makkelijker op te sporen zijn met bijvoorbeeld een eliminatiedieet. Als je denkt dat er bij jou wel eens sprake zou kunnen zijn van acute allergische reacties, biedt alleen een IgG test geen uitkomst!

De optie waar ik uiteindelijk voor gekozen heb, is bioresonantie. Bioresonantie is gebaseerd op de observatie dat atomen bestaan uit protonen, neutronen en elektronen die samen de zogenoemde elektronenwolk vormen. Een elektronenwolk is echter niet direct waarneembaar, maar wordt beschreven als een golffunctie, ofwel een frequentie. Iedere atoomsoort heeft zijn eigen frequentie en die frequentie kun je meten. Zo kun je meten of er bijvoorbeeld bepaalde metalen aanwezig zijn in het lichaam, door de unieke frequentie van dat metaal op te sporen. Moleculen zijn opgebouwd uit atomen en hebben daardoor ook hun eigen unieke frequentie. Ook de aanwezigheid van bepaalde moleculen kun je dus meten door hun frequenties op te sporen. En dit komt van pas bij het bepalen van voedselintoleranties tegen voedingsmiddelen die je al een tijd niet gegeten hebt. Het lichaam maakt alleen antistoffen aan tegen moleculen die door het geheugen van het immuunsysteem, de T-cellen, aangewezen worden als gevaarlijk. Alles wat het immuunsysteem ooit onthouden heeft, ligt opgeslagen in die T-cellen. We hebben echter veel te veel verschillende T-cellen om die via een bloedtest te meten. Het opsporen van de frequenties die opgeslagen liggen, zou met bioresonantie wél mogelijk zijn. Het lijkt mij geholpen te hebben. Vooralsnog heb ik het gevoel dat ik aanzienlijk minder last heb van hoofdpijn als ik de voedingsmiddelen mijd waar ik volgens de bioresonantietest niet tegen zou kunnen.

Een ander vermeend voordeel van een bioresonantietest versus een antigenentest is het omzeilen van een uitgeputte allergie of intolerantie. Binnen de bioresonantie staat dit bekend als de uitputtingsfase. Ze gaan er vanuit dat het lichaam in eerste instantie meteen reageert op blootstelling aan een lichaamsvreemde stof. Dit zou overeen kunnen komen met een IgE reactie. Blijft het contact met het antigeen voortduren, komt het lichaam in de aanpassingsfase. Het reageert niet meer meteen, maar pas na enkele uren of dagen. Dit zou overeen kunnen komen met een IgG reactie. Blijft blootstelling dan voortduren, zou het immuunsysteem uitgeput raken en maakt het geen antistoffen meer aan tegen de betreffende stof. Dat betekent echter niet dat de stof geen schade meer aanricht. Integendeel, niemand lijkt nu nog een idee te hebben van de oorzaken van de ziekte waar de betreffende persoon later last van krijgt. Omdat de kenmerken van het antigeen nog wel opgeslagen liggen in het geheugen van het immuunsysteem, kun je ze met bioresonantie wél opsporen. Mijns inziens kan dat verklaren waarom sommigen volgens de IgG test intolerant zouden zijn tegen normale voedingsmiddelen als groente en fruit, maar niet tegen evolutionair gezien nieuwe voedingsmiddelen als granen en koemelk. Ik wil hier wel bij zeggen, dat ik dit een lastig onderwerpvind, omdat ik in de wetenschappelijke literatuur niet heb kunnen verifiëren of het klopt, terwijl mijn intuïtie zegt dat het immuunsysteem wel degelijk uitputting kan vertonen. Ahum, dat is geen intuïtie, dat het immuunsysteem uitputting kan vertonen is een, ook wetenschappelijk, onomstoten feit. Wat ik bedoel, is dat het immuunsysteem wel degelijk uitgeput kan raken van voortdurende blootstelling aan een lichaamsvreemde stof en dan kan stoppen met het maken van antistoffen tegen die stof.

Ik ben benieuwd wat jouw ervaringen zijn met leefstijl en voedselintoleranties als het gaat om migraine!

Een bizar experiment

Een tijdje geleden werd ik door een bevriende onderzoeker, Peter Voshol van het Louis Bolk Instituut, op het spoor van het carnivorendieet gezet. Een voedingspatroon waarbij je alleen dierlijke producten eet, dus vlees, vis, gevogelte, eieren en eventueel wat zuivel. Bizar. Hij was er heel wat kilo’s mee kwijtgeraakt en voelde hij zich sterker en fitter. Ik wil niet afvallen. Ik ben wel nieuwsgierig. Dus ging ik luisteren, kijken en lezen en besloot zelf ook een experiment te doen. Vier weken alleen dierlijke producten. Het is nu week zes. In week vijf heb ik mondjesmaat weer wat plantaardige voeding geïntroduceerd, maar dat beviel me niet. Ik kreeg weer het gevoel alsof er iets in mijn buik zit dat niet bij mij hoort. Een licht opgeblazen gevoel, zeg maar. En ik zou zweren dat ik juist in die week weer wat last kreeg van de blessures aan mijn schouder, elleboog en hiel, waar ik al maaaanden mee liep.

meat

Na mijn gesprek met Peter Voshol ging ik achter mijn computer zitten om te verifiëren wat hij mij vertelde. Ik stuitte al snel op Shawn Baker. Een Amerikaanse arts en bodybuilder met een nogal vierkante kop. Na een paar filmpjes dacht ik: “Zo’n gast gelóóf je toch niet?”. En op vader en dochter Peterson, die extreme gezondheidsklachten omkeerden met rundvlees en water. Tja. Daarna stuitte ik op het werk van Amber O’Hearn. Een wetenschapper zonder medische achtergrond die alles tot op de bodem uitzoekt en daar presentaties over geeft en een blog over bijhoudt. Heel interessant. In haar blogs refereert ze niet aan wetenschappelijke artikelen met alleen een link, ze geeft ook de precieze passages uit ieder artikel weer waarop ze haar tekst baseert. Echt heel grondig.

Zo schreef ze meerdere blogs over vitamine C. Over de verminderde behoefte aan vitamine C in de context van weinig koolhydraten. Vers vlees is immers een bekende remedie tegen scheurbuik, wat veroorzaakt wordt door een tekort aan vitamine C. De hypothese luidt meestal dat vitamine C aanwezig is in bindweefsel, omdat het nodig is om bindweefsel te synthetiseren. Amber schrijft dat ze twijfelt aan de geldigheid van die aanname, omdat dierstudies laten zien dat het eiwit waarvoor vitamine C nodig is om het te maken, niet ingebouwd wordt in het lichaam van de dieren en ze niet helpt bij wondgenezing. In plaats van de bindweefselhypothese, stelt Amber O’Hearn de carnitinehypothese voor. Voor het maken van carnitine is ook vitamine C nodig. Omdat het lichaam geen carnitine hoeft aan te maken wanneer het voldoende vlees krijgt, heeft het ook minder vitamine C nodig.

Ze schrijft ook over de vitamine C waardes in de USDA database. Ze achterhaalde dat het aannames zijn, geen gemeten waardes. Ook in de NEVO tabellen staat vitamine C voor de meeste vleessoorten op 0, behalve voor kalfsvlees, waar ze op 1 staat. Ik weet niet of dat werkelijke metingen betreft of ook op aannames gebaseerd is. Amber vond een tamelijk recent Duits artikel waarin vitamine C waardes in verschillende delen van verschillende dieren gemeten werd, waaruit blijkt dat óók in spierweefsel (zeg maar gewoon vlees) kleine hoeveelheden vitamine C aanwezig zijn. Ja, in lever en hersenen zit méér vitamine C, maar in vlees zit het óók.

Ik kwam ook werk van Joseph Everett tegen. Hij legt op zijn youtubekanaal What I’ve Learned uit dat die verminderde behoefte aan vitamine C ook te maken zou kunnen hebben met de gelijkenis tussen vitamine C moleculen en glucosemoleculen, waardoor glucose wel eens zou kunnen concurreren om transporters met vitamine C. Hoe minder glucose in je voedingspatroon, hoe beter vitamine C zich door het lichaam kan verplaatsen. Hij laat in die video ook zien dat onderzoek rondom constipatie en voedingsvezels bepaald geen éénduidig bewijs vóór voedingsvezels vindt. Sterker nog, onderzoeker Paul Mason vond dat patiënten met constipatie het beste af waren met voedingsvezelloze voeding. De groep die het voedingspatroon met nul voedingsvezels toegewezen kreeg, had nadien precies nul klachten. Slechts één studie, ja, maar wel stof tot nadenken. En dan gaat Joseph in dezelfde video ook nog in op gifstoffen in planten. Veelal wordt aangenomen dat de giffen die planten aanmaken om te voorkomen dat ze opgegeten worden, een positief effect hebben via hormesis. Een kleine dosis zou een gunstig effect hebben, grote doses zouden negatieven effecten hebben. Maar wat voor de één een kleine dosis is, zou voor de ander heel goed een te grote dosis kunnen zijn.

Ik zit nu dus in week zes van het experiment dat vier weken zou duren. Na de eerste twee dagen een lichte hoofdpijn te hebben gehad, heb ik nog een keer migraine gehad. Ik had de avond ervoor een half glas rode wijn gedronken en overdag wat noten en notenpasta had gegeten. Van opgeblazen buiken had ik ook geen last. Niet dat ik er dik uitzie, maar ik vermeed al geruime tijd strakzittende kleding om mijn bolle buikje te verhullen. In week drie en vier had ik daar geen moeite meer mee. Ook mijn jongste zoontje (7) viel het op dat mijn buik minder dik was. En ik had geen eetbuien meer. Ik wil niet medicaliseren, dus je zult mij nooit horen zeggen dat ik een eetstoornis heb of had, maar ik kon wel behoorlijk dooreten. Vooral als ik alleen thuis was. Na het eten nog een dadel met wat boter, en nog een en nog een. En nog wat nootjes, omdat ik me niet vol wil eten aan dadels. En nog een … je snapt hem misschien. Stoppen met eten vond ik moeilijk, zeker als er geen sociale controle was. En daar had tijdens mijn carnivorenexperiment veel minder last van. En ik zou zweren dat ik minder last had van mijn schouder, elleboog en hiel.

Ik heb in die vier weken ook wat andere dingen over mezelf geleerd. Ik bleef in de eerste weken trek houden in koffie, chocolade en noten, waarop ik besloot om magnesium te gaan suppleren. Daarna verstilde mijn trek in die producten. Ik voelde me ook steeds misselijk als ik langere tijd niets gegeten had, en had zwarte wallen onder mijn ogen, wat mij op het spoor bracht van een slechte eiwitvertering. Na wat onderzoek gedaan te hebben, besloot ik betaïne HCL te suppleren, wat een positief effect leek te hebben.

Mijn man was erg blij dat mijn experiment afgelopen was. Dan zou ik weer gewoon eten wat de rest van het gezin at. Ik besloot dat heel voorzichtig aan te pakken. Op de eerste avond wat zelfgemaakte rabarber bij de yoghurt. Dat gaf me een fijn, verzadigd gevoel. Op de tweede avond weer een klein stukje nashi peer voor het avondeten wat verder uit alleen vlees en vet bestond. Die nacht slecht geslapen. Op de derde avond wat zoete aardappel en een paaseitje. Op de vierde dag koffie, chocolade, na het avondeten een beetje rabarber met te veel yoghurt, nog een paaseitje. Dus misschien was magnesiumsuppletie toch niet de sleutel? Of is er met magnesium net zoiets aan de hand als met vitamine C? Joseph Everett zegt in zijn video over het carnivorendieet dat magnesiumniveaus beter worden naarmate een persoon minder koolhydraten eet, maar zoveel koolhydraten nam ik niet in week vijf. Op dag 5 na het experiment werd ik al om 5 uur ’s ochtends wakker en heb ik weer allerlei klachten: een opgeblazen buik, een pijnlijke hiel en elleboog. Die dag neem ik een omelet met droge worst en avocado als ontbijt een stukje kaas als lunch, en 2 asperges met ham en ei bij het diner. Aan het eind van de zesde dag waarop ik weer groente en fruit introduceer besluit ik terug over te stappen naar alleen dierlijke producten. En warempel, in de loop van de zesde week verdwijnen mijn klachten weer.

Mijn conclusie is dat ik op dit moment niet erg goed reageer op plantaardig voedsel, al zou ik nog zo graag willen dat ik er wel goed tegen kon. Mijn conclusie is nadrukkelijk niet dat plantaardig voedsel negatieve effecten heeft voor ieder mens. Ik denk wel, dat een voedingspatroon met alleen dierlijke producten mensen kan helpen die met een koolhydraatarm Paleodieet niet van (al) hun klachten af komen.