All posts by Esther Nederhof

About Esther Nederhof

Wetenschapper | Moeder | Thuiskok

Zaterdag 12 oktober 2019: het vierde Ancestral Health Symposium

Gebruik de kortingscode voedingenpsyche en krijg 10 Euro korting op de inschrijfkosten!

Na Groningen, Leiden en Maastricht organiseren we het vierde symposium in Velp, nabij Arnhem, grotendeels met dezelfde groep vrijwilligers als waarmee we in 2015 het eerste symposium organiseerden. Ieder symposium had tot nu toe zijn eigen charme, zijn eigen onderwerpen en zijn eigen uitdagingen. Zo ook dit jaar.

We weten nog niet wat de charme zal zijn van AHS-NL 2019. Wat we wél weten, is dat we te gast zijn op Hogeschool Van Hall Larenstein dat gelegen is op het prachtige landgoed Larenstein. Er is veel ruimte in en om de school, dus hopelijk wordt het mooi weer en worden de meeste workshops buiten gegeven! De eerste workshops (Mina en Lucie en Darryl Edwards) beginnen al om half negen. Als je dat te vroeg vindt, kun je natuurlijk komen voor de eerste keynote van Jaap Seidell om half tien. Om half elf en vier uur zijn er nog twee rondes workshops (Jaap van der Zand, Anouk Willems, Ruben Oude Rikmanspoel). Die workshops dragen zeker bij aan de unieke sfeer van dit symposium, omdat je na het zitten luisteren naar presentaties lekker naar buiten kunt om te bewegen. Echt veel leuker dan een dag luisteren en koffieleuten!

De onderwerpen van dit jaar zijn vet en cool. Het thema vet lijkt grotendeels ingevuld te worden als ‘vlees’, onder andere met een keynote van Amber O-Hearn aan het eind van de dag. Amber staat bekend als long-term carnivore, zij eet al meer dan tien jaar uitsluitend dierlijke producten, en schrijft daar meestal behoorlijk genuanceerde posts over op haar blog http://www.empiri.ca/, al was haar laatste post grappig, maar duidelijk bevooroordeeld. Naast haar keynote, gaat Amber O’Hearn ook de dialoog aan met Remko Kuipers over de vraag of rood vlees nu wel of niet gezond is. Peter Voshol geeft een lezing over zijn meer recente ervaringen met uitsluitend dierlijke voeding, met aansluitend een sessie met twee ervaringsdeskundigen op het gebied van ketogene voeding. Oud penningmeester Hielkje Hermsen-de Jong probeerde een tijdje haar kanker onder de duim te houden met ketogene voeding. Eerst probeerde ze dat met het ketogene dieet zoals Seyfried dat aanraadt, later onder begeleiding van Zsofia Clemens en Csaba Toth. Van beide pogingen kwam Hielkje terug. De tweede ervaringsdeskundige is ook een oud vrijwilliger: Tije Pietersma. Tije is sinds enkele jaren bekend met een hartritmestoornis die hij succesvol behandelt met vetrijke voeding. Het thema vet belooft dus stuk voor stuk interessante verhalen, en eigenlijk is dat jammer, want behalve bij de keynotes, zul je steeds moeten kiezen tussen vet en cool.

Het thema cool wordt ingevuld door workshops van Ruben Oude Rikmanspoel, door een sessie met ervaringsdeskundigen en door een lezing van Koen de Jong, bekend van sportrusten. Er zijn ook lezingen die iets minder goed in één van de thema’s passen. Zo konden we het aanbod van Darryl Edwards om zowel een lezing als een workshop te geven niet afslaan. Ik heb eerder lezingen en workshops van Darryl bijgewoond en vond hem echt fantastisch! Verder konden we de inzending van Laura Huiberts over lichtblootstelling ook echt niet afslaan, omdat we het onderwerp echt té interessant vonden. Hetzelfde geldt voor de inzending van Jonny Kat over de gezondheidseffecten van een 7-daagse wandeltocht op Kreta die hij jaarlijks organiseert.

Wil je erbij zijn? Schrijf je snel in! Voor 10 Euro korting kun je mijn kortingscode gebruiken: voedingenpsyche

Paleo niet afdoende bij migraine

In maart 2019 schreef ik een vrij uitgebreide post over migraine, maar niet over de aanleiding voor het stuk. Ja, ik schreef dat ik altijd veel last heb gehad van migraine, al vanaf mijn 10de, dat ik als student wekelijks een dag plat moest, meestal in het weekend en steevast na computerpractica. Ik schreef ook dat ik sinds ik stopte met het eten van granen, suiker, zuivel en plantaardige olie veel minder last heb gehad, nog maar zo’n drie aanvallen per jaar. Had, ja, verleden tijd. Want wat ik níet schreef, is dat ik sinds het voorjaar van 2017 op kraakheldere voorjaarsdagen regelmatig heftige hoofdpijn kreeg en sinds enige tijd ook vierwekelijkse migraineaanvallen, die samenhingen met mijn menstruatiecyclus. Dat was voor mij de aanleiding om de boeken van Josh Turknett en David Buchholz grondig te lezen. Met als hoofdvraag: “Doe ik het wel goed?”. Mijn vraag was of ik met behulp van die boeken leefstijlfactoren kon identificeren die mijn migraine mogelijk weer verergerd hadden. Het antwoord was: “nee”. Dat was voor mij een grote drijfveer om een voedingspatroon met alleen dierlijke producten uit te proberen. En warempel, dat werkte!

Een voedingspatroon met alleen dierlijke producten verminderde mijn hoofdpijn aanzienlijk, waarschijnlijk doordat ik een heel aantal voedselintoleranties bleek te hebben voor voedingsmiddelen die in een typisch Paleodieet veel gebruikt worden, zoals walnoten, amandelen en banaan. Ook koffie, zwarte thee en druiven (wijn!) staan op dat lijstje, wat waarschijnlijk verklaart waarom ik vaak juist in het weekend migraine had. Als ik nu die voedingsmiddelen weg laat, lijk ik veel minder last te hebben van hoofdpijn. En overigens ook van de andere klachten die ik beschreef in die post over mijn experiment met dierlijke producten.

“Leuk voor je”, hoor ik je zeggen, “maar wat kan ik daarmee?”. De moraal van dit verhaal zit hem in de voedselintoleranties. Ik denk nog steeds dat een voedingspatroon dat bestaat uit groente, fruit, vlees, vis, eieren en wat noten heel veel migrainelijders gaat helpen, maar, dat als je niet (meer) tevreden bent met het resultaat, het waardevol kan zijn om verder onderzoek te (laten) doen naar voedselintoleranties.

De vraag is dan natuurlijk hoe je kunt onderzoeken welke voedingsmiddelen jij wel en welke jij niet goed verdraagt. De eerste methode die ik daarop losgelaten heb is een eliminatiedieet, zoals het specifieke koolhydraten dieet. Je eet dan een tijdje een heel beperkt voedingspatroon en voegt steeds een voedingsmiddel toe en observeert enkele dagen wat dat voedingsmiddel met je doet. Als je geen reactie ervaart, ga je door naar het volgende voedingsmiddel. Onder een reactie moet je niet alleen het hoofdprobleem scharen, maar ook subtielere symptomen als een bonzend hart, slecht slapen, huidirritaties en bijvoorbeeld irritatie van de slijmvliezen lijkend op verkoudheid. Het voordeel van die methode is dat je niet alleen uitzoekt welke voedingsmiddelen je slecht tolereert, maar ook de darmen tijd geeft om te herstellen. Mijn ervaringen met die methode zijn echter niet geweldig. Misschien wel als methode om de darm gezonder te maken, maar niet als methode om erachter te komen waar ik wel en niet tegen kon. Ik heb er een aantal intoleranties mee opgespoord, zoals granen, koemelk, en noten, maar lang niet allemaal. Zo ben ik nooit op het spoor gekomen dat ik niet tegen druiven, perziken en aalbessen zou kunnen. Misschien ben ik te ongeduldig geweest om die eliminatiediëten goed uit te voeren. Ik denk dat je er zomaar een jaar voor moet uittrekken als je echt alle voedingsmiddelen bij langs wilt. En dan bestaat ook het gevaar dat je start met een of enkele voedingsmiddelen die wél op je lijstje horen. Bij mij waren dat rundvlees, zalm en kabeljauw.

Een tweede manier om voedselintoleranties op te sporen is het uit laten voeren van een IgG test. IgG staat voor immunoglobuline G. Dat wordt aangemaakt als het lichaam in contact komt met een lichaamsvreemde stof, zoals een bacterie, een virus of een groter molecuul, bijvoorbeeld afkomstig van een voedingsmiddel. Normaal gesproken horen er geen grotere voedingsmoleculen in het bloed terecht te komen, maar bij een lekkende darm gebeurt dat wel. Als dat vaak gebeurt, gaat het lichaam deze moleculen herkennen als antigenen en daar antistoffen tegen aanmaken. Die antistoffen kun je meten in bloed. Het voordeel van zo’n test is de snelheid. Je hoeft niet maandenlang nauwlettend in de gaten te houden wat je eet en wat voor reactie dat veroorzaakt. Het lichaam ruimt antistoffen echter ook weer op. Als je bepaalde voedingsmiddelen een tijd niet gegeten hebt, zul je er dus ook geen antistoffen tegen vinden. Dat was voor mij een groot nadeel, omdat ik door mijn experiment met dierlijke producten de meeste voedingsmiddelen waarvoor ik intolerant had kunnen zijn al langere tijd niet gegeten had. Voor zover ik weet, is er één laboratorium in Nederland dat een IgG test aanbiedt. Volgens dat lab was de beste oplossing om gedurende 10 weken zoveel mogelijk verschillende voedingsmiddelen te eten waarvoor ik mogelijk intolerant zou zijn, om antistoffen daartegen weer op te kunnen sporen. En daar had ik dus geen zin in. Het zou voor jou wel een goede mogelijkheid kunnen zijn als je op het punt staat je voedingspatroon aan te gaan passen, maar dat nog niet gedaan hebt.

Ik heb het hier trouwens alleen over vertraagde allergische reacties (IgG), omdat ik er vanuit ga de acute allergische reacties (IgE) makkelijker op te sporen zijn met bijvoorbeeld een eliminatiedieet. Als je denkt dat er bij jou wel eens sprake zou kunnen zijn van acute allergische reacties, biedt alleen een IgG test geen uitkomst!

De optie waar ik uiteindelijk voor gekozen heb, is bioresonantie. Bioresonantie is gebaseerd op de observatie dat atomen bestaan uit protonen, neutronen en elektronen die samen de zogenoemde elektronenwolk vormen. Een elektronenwolk is echter niet direct waarneembaar, maar wordt beschreven als een golffunctie, ofwel een frequentie. Iedere atoomsoort heeft zijn eigen frequentie en die frequentie kun je meten. Zo kun je meten of er bijvoorbeeld bepaalde metalen aanwezig zijn in het lichaam, door de unieke frequentie van dat metaal op te sporen. Moleculen zijn opgebouwd uit atomen en hebben daardoor ook hun eigen unieke frequentie. Ook de aanwezigheid van bepaalde moleculen kun je dus meten door hun frequenties op te sporen. En dit komt van pas bij het bepalen van voedselintoleranties tegen voedingsmiddelen die je al een tijd niet gegeten hebt. Het lichaam maakt alleen antistoffen aan tegen moleculen die door het geheugen van het immuunsysteem, de T-cellen, aangewezen worden als gevaarlijk. Alles wat het immuunsysteem ooit onthouden heeft, ligt opgeslagen in die T-cellen. We hebben echter veel te veel verschillende T-cellen om die via een bloedtest te meten. Het opsporen van de frequenties die opgeslagen liggen, zou met bioresonantie wél mogelijk zijn. Het lijkt mij geholpen te hebben. Vooralsnog heb ik het gevoel dat ik aanzienlijk minder last heb van hoofdpijn als ik de voedingsmiddelen mijd waar ik volgens de bioresonantietest niet tegen zou kunnen.

Een ander vermeend voordeel van een bioresonantietest versus een antigenentest is het omzeilen van een uitgeputte allergie of intolerantie. Binnen de bioresonantie staat dit bekend als de uitputtingsfase. Ze gaan er vanuit dat het lichaam in eerste instantie meteen reageert op blootstelling aan een lichaamsvreemde stof. Dit zou overeen kunnen komen met een IgE reactie. Blijft het contact met het antigeen voortduren, komt het lichaam in de aanpassingsfase. Het reageert niet meer meteen, maar pas na enkele uren of dagen. Dit zou overeen kunnen komen met een IgG reactie. Blijft blootstelling dan voortduren, zou het immuunsysteem uitgeput raken en maakt het geen antistoffen meer aan tegen de betreffende stof. Dat betekent echter niet dat de stof geen schade meer aanricht. Integendeel, niemand lijkt nu nog een idee te hebben van de oorzaken van de ziekte waar de betreffende persoon later last van krijgt. Omdat de kenmerken van het antigeen nog wel opgeslagen liggen in het geheugen van het immuunsysteem, kun je ze met bioresonantie wél opsporen. Mijns inziens kan dat verklaren waarom sommigen volgens de IgG test intolerant zouden zijn tegen normale voedingsmiddelen als groente en fruit, maar niet tegen evolutionair gezien nieuwe voedingsmiddelen als granen en koemelk. Ik wil hier wel bij zeggen, dat ik dit een lastig onderwerpvind, omdat ik in de wetenschappelijke literatuur niet heb kunnen verifiëren of het klopt, terwijl mijn intuïtie zegt dat het immuunsysteem wel degelijk uitputting kan vertonen. Ahum, dat is geen intuïtie, dat het immuunsysteem uitputting kan vertonen is een, ook wetenschappelijk, onomstoten feit. Wat ik bedoel, is dat het immuunsysteem wel degelijk uitgeput kan raken van voortdurende blootstelling aan een lichaamsvreemde stof en dan kan stoppen met het maken van antistoffen tegen die stof.

Ik ben benieuwd wat jouw ervaringen zijn met leefstijl en voedselintoleranties als het gaat om migraine!

Een bizar experiment

Een tijdje geleden werd ik door een bevriende onderzoeker, Peter Voshol van het Louis Bolk Instituut, op het spoor van het carnivorendieet gezet. Een voedingspatroon waarbij je alleen dierlijke producten eet, dus vlees, vis, gevogelte, eieren en eventueel wat zuivel. Bizar. Hij was er heel wat kilo’s mee kwijtgeraakt en voelde hij zich sterker en fitter. Ik wil niet afvallen. Ik ben wel nieuwsgierig. Dus ging ik luisteren, kijken en lezen en besloot zelf ook een experiment te doen. Vier weken alleen dierlijke producten. Het is nu week zes. In week vijf heb ik mondjesmaat weer wat plantaardige voeding geïntroduceerd, maar dat beviel me niet. Ik kreeg weer het gevoel alsof er iets in mijn buik zit dat niet bij mij hoort. Een licht opgeblazen gevoel, zeg maar. En ik zou zweren dat ik juist in die week weer wat last kreeg van de blessures aan mijn schouder, elleboog en hiel, waar ik al maaaanden mee liep.

meat

Na mijn gesprek met Peter Voshol ging ik achter mijn computer zitten om te verifiëren wat hij mij vertelde. Ik stuitte al snel op Shawn Baker. Een Amerikaanse arts en bodybuilder met een nogal vierkante kop. Na een paar filmpjes dacht ik: “Zo’n gast gelóóf je toch niet?”. En op vader en dochter Peterson, die extreme gezondheidsklachten omkeerden met rundvlees en water. Tja. Daarna stuitte ik op het werk van Amber O’Hearn. Een wetenschapper zonder medische achtergrond die alles tot op de bodem uitzoekt en daar presentaties over geeft en een blog over bijhoudt. Heel interessant. In haar blogs refereert ze niet aan wetenschappelijke artikelen met alleen een link, ze geeft ook de precieze passages uit ieder artikel weer waarop ze haar tekst baseert. Echt heel grondig.

Zo schreef ze meerdere blogs over vitamine C. Over de verminderde behoefte aan vitamine C in de context van weinig koolhydraten. Vers vlees is immers een bekende remedie tegen scheurbuik, wat veroorzaakt wordt door een tekort aan vitamine C. De hypothese luidt meestal dat vitamine C aanwezig is in bindweefsel, omdat het nodig is om bindweefsel te synthetiseren. Amber schrijft dat ze twijfelt aan de geldigheid van die aanname, omdat dierstudies laten zien dat het eiwit waarvoor vitamine C nodig is om het te maken, niet ingebouwd wordt in het lichaam van de dieren en ze niet helpt bij wondgenezing. In plaats van de bindweefselhypothese, stelt Amber O’Hearn de carnitinehypothese voor. Voor het maken van carnitine is ook vitamine C nodig. Omdat het lichaam geen carnitine hoeft aan te maken wanneer het voldoende vlees krijgt, heeft het ook minder vitamine C nodig.

Ze schrijft ook over de vitamine C waardes in de USDA database. Ze achterhaalde dat het aannames zijn, geen gemeten waardes. Ook in de NEVO tabellen staat vitamine C voor de meeste vleessoorten op 0, behalve voor kalfsvlees, waar ze op 1 staat. Ik weet niet of dat werkelijke metingen betreft of ook op aannames gebaseerd is. Amber vond een tamelijk recent Duits artikel waarin vitamine C waardes in verschillende delen van verschillende dieren gemeten werd, waaruit blijkt dat óók in spierweefsel (zeg maar gewoon vlees) kleine hoeveelheden vitamine C aanwezig zijn. Ja, in lever en hersenen zit méér vitamine C, maar in vlees zit het óók.

Ik kwam ook werk van Joseph Everett tegen. Hij legt op zijn youtubekanaal What I’ve Learned uit dat die verminderde behoefte aan vitamine C ook te maken zou kunnen hebben met de gelijkenis tussen vitamine C moleculen en glucosemoleculen, waardoor glucose wel eens zou kunnen concurreren om transporters met vitamine C. Hoe minder glucose in je voedingspatroon, hoe beter vitamine C zich door het lichaam kan verplaatsen. Hij laat in die video ook zien dat onderzoek rondom constipatie en voedingsvezels bepaald geen éénduidig bewijs vóór voedingsvezels vindt. Sterker nog, onderzoeker Paul Mason vond dat patiënten met constipatie het beste af waren met voedingsvezelloze voeding. De groep die het voedingspatroon met nul voedingsvezels toegewezen kreeg, had nadien precies nul klachten. Slechts één studie, ja, maar wel stof tot nadenken. En dan gaat Joseph in dezelfde video ook nog in op gifstoffen in planten. Veelal wordt aangenomen dat de giffen die planten aanmaken om te voorkomen dat ze opgegeten worden, een positief effect hebben via hormesis. Een kleine dosis zou een gunstig effect hebben, grote doses zouden negatieven effecten hebben. Maar wat voor de één een kleine dosis is, zou voor de ander heel goed een te grote dosis kunnen zijn.

Ik zit nu dus in week zes van het experiment dat vier weken zou duren. Na de eerste twee dagen een lichte hoofdpijn te hebben gehad, heb ik nog een keer migraine gehad. Ik had de avond ervoor een half glas rode wijn gedronken en overdag wat noten en notenpasta had gegeten. Van opgeblazen buiken had ik ook geen last. Niet dat ik er dik uitzie, maar ik vermeed al geruime tijd strakzittende kleding om mijn bolle buikje te verhullen. In week drie en vier had ik daar geen moeite meer mee. Ook mijn jongste zoontje (7) viel het op dat mijn buik minder dik was. En ik had geen eetbuien meer. Ik wil niet medicaliseren, dus je zult mij nooit horen zeggen dat ik een eetstoornis heb of had, maar ik kon wel behoorlijk dooreten. Vooral als ik alleen thuis was. Na het eten nog een dadel met wat boter, en nog een en nog een. En nog wat nootjes, omdat ik me niet vol wil eten aan dadels. En nog een … je snapt hem misschien. Stoppen met eten vond ik moeilijk, zeker als er geen sociale controle was. En daar had tijdens mijn carnivorenexperiment veel minder last van. En ik zou zweren dat ik minder last had van mijn schouder, elleboog en hiel.

Ik heb in die vier weken ook wat andere dingen over mezelf geleerd. Ik bleef in de eerste weken trek houden in koffie, chocolade en noten, waarop ik besloot om magnesium te gaan suppleren. Daarna verstilde mijn trek in die producten. Ik voelde me ook steeds misselijk als ik langere tijd niets gegeten had, en had zwarte wallen onder mijn ogen, wat mij op het spoor bracht van een slechte eiwitvertering. Na wat onderzoek gedaan te hebben, besloot ik betaïne HCL te suppleren, wat een positief effect leek te hebben.

Mijn man was erg blij dat mijn experiment afgelopen was. Dan zou ik weer gewoon eten wat de rest van het gezin at. Ik besloot dat heel voorzichtig aan te pakken. Op de eerste avond wat zelfgemaakte rabarber bij de yoghurt. Dat gaf me een fijn, verzadigd gevoel. Op de tweede avond weer een klein stukje nashi peer voor het avondeten wat verder uit alleen vlees en vet bestond. Die nacht slecht geslapen. Op de derde avond wat zoete aardappel en een paaseitje. Op de vierde dag koffie, chocolade, na het avondeten een beetje rabarber met te veel yoghurt, nog een paaseitje. Dus misschien was magnesiumsuppletie toch niet de sleutel? Of is er met magnesium net zoiets aan de hand als met vitamine C? Joseph Everett zegt in zijn video over het carnivorendieet dat magnesiumniveaus beter worden naarmate een persoon minder koolhydraten eet, maar zoveel koolhydraten nam ik niet in week vijf. Op dag 5 na het experiment werd ik al om 5 uur ’s ochtends wakker en heb ik weer allerlei klachten: een opgeblazen buik, een pijnlijke hiel en elleboog. Die dag neem ik een omelet met droge worst en avocado als ontbijt een stukje kaas als lunch, en 2 asperges met ham en ei bij het diner. Aan het eind van de zesde dag waarop ik weer groente en fruit introduceer besluit ik terug over te stappen naar alleen dierlijke producten. En warempel, in de loop van de zesde week verdwijnen mijn klachten weer.

Mijn conclusie is dat ik op dit moment niet erg goed reageer op plantaardig voedsel, al zou ik nog zo graag willen dat ik er wel goed tegen kon. Mijn conclusie is nadrukkelijk niet dat plantaardig voedsel negatieve effecten heeft voor ieder mens. Ik denk wel, dat een voedingspatroon met alleen dierlijke producten mensen kan helpen die met een koolhydraatarm Paleodieet niet van (al) hun klachten af komen.

Migraine: een gevolg van de druppel die de emmer doet overlopen

Migraine. Josh Turknett noemt hem ‘The Beast’. Ik heb er nooit een bijnaam voor gehad, maar ben er wel veelvuldig door gekweld, in mijn studententijd wekelijks. Volgens mijn moeder had ik er op de basisschool al last van. Ik kan mij dat niet herinneren, en kan mij voorstellen dat mijn zoontje die nu 10 is, zich dat later ook niet meer kan herinneren. Toch heb ik hem al een paar keer gezien bij hem. Net zoals Turknett schrijft, er is niks vreselijkers dan migraine te herkennen bij je eigen kind.

Een van mijn eerste posts op dit blog ging over migraine. Niet voor niets. Dat was in augustus 2014. Ik was in november 2012 overgestapt op het Paleodieet en was nog steeds erg onder de indruk wat dat voor mijn hoofdpijnen betekende. Ik had niet alleen veel minder migraineaanvallen, nog maar zo’n drie per jaar, maar ook veel minder ‘gewone’ hoofdpijn. Ik refereerde daar in mijn inaugurele rede in september 2016 ook aan.

Hoofdpijn, álle hoofdpijn inculsief migraine, wordt veroorzaakt door een soort omgekeerd vuren van neuronen in de hersenen. Hersencellen kunnen eigenlijk alleen signalen verzenden, maar in dit geval lijkt het alsof ze signalen ontvangen. Omgekeerd vuren. En dat voelt als hoofdpijn. Dat omgekeerd vuren kan bij zo ongeveer alle dieren opgewekt worden. Er zijn sterke aanwijzingen dat het een overbelaste hypothalamus is, die de problemen veroorzaakt. Het rookalarm gaat af. Dat komt, schreef ik in mijn post in augustus 2014, enerzijds doordat het in onze maatschappij moeilijk is om homeostase te handhaven, en anderzijds doordat het vermogen van de hypothalamus ernstig beperkt wordt door ‘ontstekingen’.

In die post schrijf ik niet dat de hypothalamus niet beschermd is door de bloed-hersenbarrière. De bloed-hersenbarrière beschermt de hersenen tegen stoffen die daar niet thuis horen, die daar schade aan zouden kunnen richten. De hypothalamus dus niet. Ook visuele input en geur komen zonder filter aan bij de hypothalamus. Een overbelaste, of ‘ontstoken’, hypothalamus kan het gevolg zijn. En die slaat dus eerder alarm dan een gezonde hypothalamus. Migraine is overigens bij lange na niet de enige manier waarop een ontstoken hypothalamus tot uiting kan komen. Zo ongeveer alle psychische aandoeningen worden ermee in verband gebracht, maar dat terzijde.

Het meeste onderzoek naar de relatie tussen voeding en migraine richt zich op één of enkele verdachte voedingsmiddelen, bijvoorbeeld chocolade, kaas of gluten. En meestal geeft dat nul op het rekest. Dat is logisch als je weet dat er sprake is van chronische overbelasting van de hypothalamus die op allerlei vlakken homeostase moet zien te bewaren in een verstorende wereld. Zie het als een emmer in plaats van een lichtknopje. Met chocolade, kaas of E621 zet je niet het licht aan (of uit), maar doe je een druppel in een emmer. En soms is die chocolade de druppel die de emmer doet overlopen, maar soms ook niet. De ene dag zit de emmer immers voller dan de andere dag, waardoor er geen wetenschappelijk bewijs te vinden is voor chocolade (of kaas of E621 of wat dan ook) als trigger voor migraine. Naar de relatie tussen voeding en migraine volgens de emmertheorie is naar mijn weten nog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan.

druppel emmer

Wat zijn zoal zaken die de emmer kunnen vullen? Het antwoord is simpel: “Alles wat de homeostase verstoort”. En dat is nogal wat. Weersveranderingen, homonale veranderingen, geuren, fel licht, verstoorde slaap, inspanning, stress én voeding. De lijst met vulmiddelen kun je opdelen in drie categorieën: zaken waar je geen invloed op hebt, zaken die je niet wilt vermijden omdat het je kwaliteit van leven te ongunstig zou beïnvloeden en zaken die je zelf in de hand kunt houden. Weersveranderingen, waaronder luchtdrukveranderingen, hormonale veranderingen zijn typisch zaken waar je zelf écht geen invloed op hebt. Geur is typisch iets waar je zelf wel wat invloed op hebt, je bepaalt immers zelf of je geparfumeerde zeep gebruikt, geparfumeerde schoonmaakmiddelen en of je rookt. Maar je bepaalt dat niet voor een ander. Parfums, schoonmaakmiddelen en cigarettenrook van anderen zijn zaken waar je niet omheen wílt, omdat het jouw kwaliteit van leven of dat van anderen té negatief zou beïnvloeden. Dat geldt ook voor slaap en fel licht. Je kunt er niets aan doen wanneer je kinderen je ’s nachts uit je slaap halen, maar je kunt wél op tijd naar bed gaan. En om nou altijd maar binnen te blijven als de zon schijnt…

Inspanning is een ander verhaal. Ja, inspanning kan je emmer vullen. Nee, inspanning kan en wíl je niet vermijden. Denk alleen al aan die trein die je nog nét kunt halen of aan seks. Inspanning kan ook je emmer vergroten. En dat is handig, want een grote emmer overstroomt minder gemakkelijk dan een kleine emmer. Fit worden of blijven is daarom erg belangrijk, en daarbij kun je inspanning niet vermijden. Je kunt wel plannen. Geen zware inspanning als je toch al het gevoel hebt dat de emmer tot het randje gevuld is, of wanneer je zéker geen aanval kunt gebruiken. Al kan seks ook verlichtend werken als er sprake is van lichte hoofdpijn.

En dan voeding. Veel Westerse voeding is ontstekingsbevorderend en zou daarom vermeden moeten worden. En dan heb ik het bijvoorbeeld over de verhouding tussen omega-3 en omega-6 vetzuren., waarbij omega-3 vetzuren vooral in vette vis zitten en omega-6 vetzuren vooral in plantaardige zaadoliën, zoals zonnebloemolie, arachideolie en sojaolie, in eigenlijk alles wat margarine, vloeibaar bakvet en frituurvet heet.

Een andere ontstekingsbevorderende factor zijn gluten. Gluten maken de darmwand doorlaatbaar (lekkende darm), wat ervoor zorgt dat er allerlei stoffen in het bloed terecht komen die daar niet horen. Het is overigens aannemelijk dat ook de andere barrières, zoals de bloed-hersenbarrière en die van de placenta en de bloed-melk barrière in de borst verhoogd doorlaatbaar worden. And remember, de hypothalamus is niet beschermd door de bloed-hersenbarrière. Overigens zorgen ook alcohol en de combinatie snelle koolhydraten met vet voor een verhoogde doorlaatbaarheid. Dat verklaart misschien (deels) de relatie tussen migraine en alcohol en migraine en ‘junk-food’.

Als je blijft denken in triggers, kom je er dus nooit achter dat voedingsmiddelen die je dagelijks gebruikt, bijdragen aan migraine. Zolang je dagelijks je emmertje blijft vullen met margarine, frituurvet, gluten enzovoorts, líjken chocolade, kaas en E261 misschien triggers, maar kom je nooit verder dan dat. Je gaat nooit aan kunnen tonen dat er een relatie is met migraine, omdat je niet de complete inhoud én het formaat van de emmer bekijkt.

Goed, je laat nu dus alle plantaardige oliën links liggen, laat alle glutenhoudende granen staan en vermijdt alcohol. Ook insuline heeft invloed op de hypothalamus. Insuline wordt aangemaakt zodra er veel glucose circuleert, afkomstig uit koolhydraten in de voeding. Glutenvrije alternatieven bevatten doorgaans veel (snelle) koolhydraten en minder voedingsstoffen dan volkorengranen, en zijn daarom geen goed alternatief voor migrainelijders (of andere mensen). Je bent nu dus gedoemd tot een koolhydraatbeperkt voedingspatroon. Of gezegend met een koolhydraatbeperkt voedingspatroon!

Wanneer je veel minder koolhydraten gaat eten, moet je lichaam overschakelen op vetten als brandstof. De ketonlichamen die je lichaam daarbij aanmaakt, lijken een beschermende werking te hebben tegen hoofdpijn (en veel, heel veel andere ellende). Het maakt het omgekeerd vuren moeilijker, het beschermt tegen oxidatieve stress, en doet nog veel meer goeds. Met een ketogeen voedingspatroon kun je de emmer vergroten, waardoor je misschien wél weer dat ene glaasje wijn kunt tolereren. Met een stukje oude kaas of een stukje chocolade of een kopje koffie.

Ook een aantal andere dingen worden makkelijker. Een maaltijd overslaan is ook een gevreesde trigger voor migraine. Door ketogeen te eten, of je lichaam eraan te wennen regelmatig over te schakelen van glucoseverbranding op vetverbranding en vice versa, vergroot je niet alleen je emmer, maar ook je eigen vrijheid. Je hoeft niet meer altijd een Sultana op zak te hebben ‘voor het geval dat’.

Mijn voornaamste bronnen voor deze post waren The Migraine Miracle van Josh Turknett en Heal Your Headache van David Buchholz.

 

Beweeg meer van jezelf

Kun jij je sokken aantrekken terwijl je op één been staat? Kun jij op de vloer gaan zitten en weer opstaan zonder jezelf te ondersteunen of op te trekken? Kun je 1 minuut hangen aan een rekstok? Is jouw antwoord op één of meerdere vragen “nee”? Dan beweeg je te weinig van jezelf!

Bewegen is belangrijk voor een goede gezondheid, dat weet iedereen. Toch bewegen veel mensen te weinig. Oók mensen die een paar keer per week aan sport doen. Wetenschappers toonden zelfs aan dat meer bewegen in het dagelijks leven beter kan zijn dan een uur per dag sporten.

We zitten letterlijk vast. We zitten vast in de autogordels, vast op onze bureaustoel, vast in onze schoenen, aan onze smartphone, in huis. We zitten vast in onze gewoontes. Ook veel sporters zitten vast: altijd dezelfde houding op de schaats of op de fiets, steeds diezelfde beweging tijdens het hardlopen. Biomechanicus Katy Bowman ontwikkelde een methode om los te komen. Gewoon tijdens je werk, tijdens een wandeling, tijdens het spelen met je kinderen én tijdens het sporten. Bowmans methode leert mensen meer onderdelen van zichzelf te bewegen tijdens alledaagse bezigheden. Zij schreef daarover het boek ‘Move your DNA’ waarin ze het belang van beweging onderbouwt. Ze ontwikkelde ook een tweedaagse cursus. Op dinsdag 30 april en woensdag 1 mei vindt een Move Your DNA tweedaagse plaats op mijn woonboerderij in Norg!

Move your DNA

Tijdens de tweedaagse Move Your DNA cursus leer je alle opties van je gewrichten te benutten. Je leert hoe je meer van jezelf met plezier en gemak kunt bewegen in je schaarse en kostbare tijd. Je wordt sterker en soepeler, zonder over de grenzen van je lijf heen te gaan. Onder leiding van Katy’s ervaren instructeur Mina van Brunschot leer je niet alleen variaties van oefeningen uit het boek voor alle leeftijden en voor elke belastbaarheid, je leert ook met behulp van een totale lichaamsuitlijning en net een beetje andere gewoontes alle opties van je gewrichten te gebruiken. Move your DNA en je zult versteld staan van het effect.

Deelnemers beschrijven het als mini-retreat: de focus op beweging geeft  je een totaal nieuwe waardering voor je lijf. De Move your DNA tweedaagse is een verkenningstocht om al je cellen aan het werk te zetten, op een andere manier dan je gewend bent. Het is een bron van inspiratie om bewegend door het leven gaan!

De cursus vindt plaats op dinsdag 30 april en woensdag 1 mei en kost ongeveer 250 Euro. Wie zich nog voor eind februari opgeeft, krijgt meer dan 25 Euro korting. Voor meer informatie en om je op te geven kijk je op: https://www.nutritiousmovement.com/events/move-your-dna-weekend-norg-netherlands/.

Voeding als medicijn tegen auto-immuunaandoeningen

Auto-immuunaandoeningen komen veel voor in de Westerse wereld. Minstens 5% van de bevolking heeft last van een auto-immuunziekte. Voorbeelden van auto-immuunaandoeningen zijn psoriasis, diabetes type 1, multipele sclerose (MS), coeliakie, Hashimoto, maar ook bijvoorbeeld de ziekte van Crohn. Bij een auto-immuunaandoening valt het immuunsysteem lichaamseigen cellen aan in plaats van ziekteverwekkers. Het immuunsysteem is in de war. Het kan in de war geraakt zijn, doordat het vaak eiwitten tegenkwam op plaatsen waar die eiwitten niet hoorden. Er waren bijvoorbeeld regelmatig eiwitten uit voeding aanwezig in het bloed, terwijl voedingseiwitten in de darm hadden moeten blijven. In de darm moeten voedingseiwitten afgebroken worden tot enkelvoudige aminozuren. Die aminozuren horen in het bloed terecht te komen, daar zou het immuunsysteem niet van in de war moeten raken.

Hoe komen grotere eiwitten in het bloed terecht? Bij alle auto-immuunaandoeningen waarbij dit onderzocht is, werd een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand gevonden, een leaky gut. Bij een leaky gut staan de van nature aanwezige poortjes in de darmwand open. Die poortjes horen gesloten te zijn, tenzij het immuunsysteem even naar binnen wil kunnen kijken in de darm. Bij een leaky gut is die aansturing verstoord. Bij een leaky gut kunnen grotere moleculen, zoals eiwitten, maar ook bacteriën en virussen in het bloed terecht komen. Ze laten het immuunsysteem overuren draaien en in sommige gevallen raakt het immuunsysteem zodanig in de war, dat ze lichaamseigen cellen gaat aanzien voor indringers die aangevallen moeten worden.

Hoe ontstaat een leaky gut? De werking van de darmbarrière kan aangetast worden door bijvoorbeeld alcohol, milde chronische ontstekingsreacties, oxidatieve stress, een tekort aan vitamines A en D, te weinig voedingsvezels, door de combinatie tussen vet en koolhydraten uit granen, suiker en siropen, én door gluten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vermijden van granen, suiker en plantaardige zaadolie, en het eten van veel groente, fruit en vis kan helpen tegen auto-immuunaandoeningen. Sterker nog, voeding was hét medicijn tegen coeliakie tot vlak na de Tweede Wereldoorlog het gluteneiwit ontdekt werd. Sindsdien wordt mensen met coeliakie geadviseerd om alleen gluten uit tarwe (inclusief spelt), rogge en gerst te mijden, waarmee de slagingskans van de behandeling gedaald lijkt. Ook tegen andere auto-immuunaandoeningen, zoals de ziekte van Crohn en diabetes type 1 lijkt een voedingspatroon zonder granen, suiker en plantaardige zaadolie te helpen, al is het bewijs op dit moment nog gebaseerd op case studies. Bij auto-immuunaandoeningen waarbij meerdere organen tegelijk worden aangevallen, lijkt voeding minder goed te helpen. Ook bij MS lijkt voeding maar bij een deel van de patiënten effectief.

Waar kun je goede informatie vinden over voeding en auto-immuunaandoeningen? In het geval van een auto-immuunaandoening waarbij ook sprake is van een verstoorde spijsvertering (en gedragsproblemen), zou je kunnen kijken op www.breakingtheviciouscycle.info of op www.gapsdiet.com , het boek Gut and Psychology Syndrome is naar het Nederlands vertaald. Al lijkt het boek afgaand op de titel alleen te gaan over gedragsprobemen, de beschrijving van het effect van voeding op de gezondheid van de darm (en daarmee de hersenen) is heel verhelderend. Een ketogeen voedingspatroon, ook wel koolhydraatarm of low carb-high fat (LCHF) genoemd, kan ook een goede optie zijn, maar ook een Paleolithisch of oerdieet kan effectief zijn. Als er sprake is van meerdere auto-immuunaandoeningen, kun je ook eens kijken naar het Paleo auto-immuun protocol. Al is dat misschien een aanpak waarbij te veel voedselgroepen uitgesloten worden. En dat is misschien niet voor iedereen even hard nodig. Er is vaak sprake van individuele intoleranties, waar je achter kunt komen met behulp van een eliminatiedieet, zoals het specifieke koolhydraten dieet of GAPS. En dan hoef je dus niet álle potentiële allergenen uit te sluiten. In hoeverre (medische) tests voor voedselintoleranties effectief zijn, weet ik niet.

Mijn conclusie is dat het vermijden van álle granen en suikers en het vermijden van zaadolie misschien wel de belangrijkste zijn. Verder is het waarschijnlijk gunstig om, naast een grote variatie in groente, fruit en dierlijke producten, bewust producten met een nóg hogere voedingswaarde toe te voegen, zoals zeewier en orgaanvlees.

Heb jij ervaring met speciale voeding voor auto-immuunaandoeningen? Deel je ervaring!

Hoe (on)duurzaam is vlees?

Een tijdje geleden onderbouwde ik mijn stelling dat rood vlees waarschijnlijk niet de veroorzaker is van menig welvaartsziekte, maar een Westers voedingspatroon. Nu verscheen er een interessant stuk in The Guardian waarin beargumenteerd wordt dat de stelling dat vleesproductie meer broeikasgassen veroorzaakt dan alle transport bij elkaar berust op een verkeerde vergelijking. In de laatste paragraaf beargumenteert de schrijver ook nog eens dat we vlees nódig hebben om een groeiende wereldbevolking te voorzien van voldoende voedingsstoffen. Die conclusies kloppen bij wat ik eerder las en keek over broeikasgaseffecten van vleesproductie én over de voedingwaarde van dierlijke producten.

 

Over landbouw en welzijn

Landbouw bracht welvaart, maar bracht landbouw ook welzijn?

Wanneer ik lezingen geef over de geschiedenis van relatie tussen voeding en gezondheid, krijg ik regelmatig de vraag hoe het kan dat landbouw ongezondheid én bevolkingsgroei bracht. Met andere woorden, gingen welzijn en welvaart dan niet hand in hand? Tot nu toe had ik nooit echt een goed onderbouwd antwoord op die vraag. Tot ik de boeken Sapiens van Yuval Noah Harari en Vuur en beschaving van Joop Goudsblom las. Beide auteurs beantwoorden de vraag negatief. Landbouw ging gepaard met een toename in welvaart voor de samenleving als geheel, maar met een afname in welvaart voor de meeste individuen in die samenleving.

Sapiens_VuurEnBeschaving

Homo sapiens is begonnen landbouw te bedrijven toen jagen en verzamelen niet meer voldoende op kon brengen voor de groeiende bevolking op steeds permanentere verblijfsplaatsen. Met niet voldoende opbrengen bedoel ik hier dat er simpelweg te veel land nodig was om in de voedingsbehoefte te kunnen voorzien. Doordat Homo sapiens al geruime tijd in staat was op een gecontroleerde manier vuur te gebruiken, kon ze enerzijds meer planten eetbaar maken door middel van bijvoorbeeld koken en bakken, en kon ze anderzijds de natuur naar haar hand zetten en die gewassen laten groeien die veel opbrengst gaven per hectare. Denk aan graan. Alle andere begroeiing werd met behulp van vuur verwijderd, er werd graan gezaaid, er werd graan geoogst, er werd graan bewaard en eetbaar gemaakt. Met als effect dat de bevolking verder groeide. Voor die gegroeide bevolking moest meer voedsel verbouwd worden.

Spoedig was de beschikbare hoeveelheid land onvoldoende om periodiek stukken land plat te branden om er enkele jaren graan op te kunnen verbouwen. Ploegen, irrigeren en bemesten waren de oplossing. Oplossingen die méér arbeid vergden dan platbranden met als gevolg dat de meeste mensen uit die samenleving harder moesten werken. Hun welzijn nam daardoor af.

Tegelijkertijd vond een steeds grotere mate van specialisatie plaats. De een specialiseerde zich in het verbouwen van graan, de ander in het bakken van brood en weer een ander in het bouwen van ovens. Die toegenomen mate van specialisatie vroeg om een grotere mate van organisatie, wat onherroepelijk leidde tot ongelijkheid tussen mensen. Waar de mensen die aan het roer stonden in deze samenlevingen een riant leven leidden, werkte het grootste deel van de bevolking zich te pletter. De gewone man zag méér kinderen misschien als uitweg. Dan zouden er immers meer handen zijn om al het werk te doen. Meer kinderen vroeg onherroepelijk ook om meer eten. Er ontstond een vicieuze cirkel van een almaar groeiende bevolking en almaar grotere sociale ongelijkheid. Als ik dat beeld combineer met het beeld van meer ongezondheid dat ik in mijn presentaties altijd schets, zal het je niet verbazen dat één op de drie kinderen de leeftijd van 20 niet haalde.

Waarom zocht de mens dan niet naar een andere oplossing? Waarschijnlijk omdat de veranderingen, steeds harder werken, een almaar groeiende bevolking en een almaar ongezondere bevolking, zo geleidelijk gingen, dat ze voor het individu niet zichtbaar waren. Op individueel niveau zal de mens geredeneerd hebben dat een beetje harder werken zou leiden tot een betere oogst en dat daarmee honger uitgebannen zou worden. Een samenleving met een grote voorraad was echter ook kwetsbaar voor diefstal. Een deel van de mensen uit die samenleving moest zich daarom specialiseren in het verdedigen van die voorraden. Er werden muren gebouwd om de nu permanente verblijfplaatsen, er werd een leger ingericht. En er waren minder mensen beschikbaar om het land te bewerken, brood te bakken, ovens te bouwen, wat tot gevolg had dat er weer harder gewerkt moest worden. Er was geen uitweg.

Er leek toen geen uitweg, maar hebben we die intussen nu wel gevonden? Na de Tweede Wereldoorlog is de landbouw verder geïntensiveerd. Dit maal niet met behulp van menselijke arbeid, maar met behulp van machines. Landbouwmechanisatie. Ik denk dat dit in eerste instantie geleid heeft tot een beter bestaan voor een groot deel van de bevolking. De voornaamste voordelen dat ik zie, is dat de gemiddelde mens veel meer vrije tijd heeft gekregen en veel minder zware arbeid hoeft te verrichten. Zoals een aantal stappen hierboven ook in eerste instantie tot een beter bestaan leidden. We zijn nu echter op het punt aangeland waar we hernieuwde zorgen om gezondheid van de mensen in die samenlevingen hebben. We worden op steeds jongere leeftijd chronisch ziek. Er zijn ook zorgen om de volhoudbaarheid van de huidige intensieve landbouw. De grond zou uitgeput kunnen raken. We zouden steeds meer last kunnen krijgen van plagen, waar droogte er nu (augustus 2018) slechts één van is.

Een voordeel van de tijd waarin we nu leven is het overzicht dat we hebben over de geschiedenis van Homo sapiens. Wellicht zouden we die kennis kunnen gebruiken om een landbouwsysteem te ontwerpen waarin de valkuilen uit de geschiedenis vermeden worden. Ik denk daarbij aan een veel nauwere samenwerking met de natuur. Zet natuurlijke hulpbronnen in voor voedselproductie en laat die ondersteunen door natuurlijke processen. Een aantal pioniers werkt al jaren op die manier. Denk aan een Sepp Holzer in Oostenrijk, aan Mark Shepard in Wisconsin, USA, aan David Holmgren in Australië, of aan Martin Crawford in het Verenigd Koningkrijk. In Nederland lijkt de beweging nog iets jonger, maar ook hier wordt geëxperimenteerd met natuurlijke landbouw, bijvoorbeeld in Groesbeek door Wouter van Eck, door de neven Jukema in Friesland en door de familie Bloemendal vanuit Den Ham. Op moestuinschaal is Vera Greutink één van de Nederlandse pioniers. Zij schreef het mijns inziens beste Nederlandse boek Tuin Smakelijk.

Of het dé oplossing is moeten we leren. Eén van de bedreigingen die ik zie, is dat er weer meer menselijke arbeid nodig zal zijn. De hypothese die ik heb, is dat samenwerken met de natuur kwalitatief hoogwaardige arbeid oplevert. Misschien wel in tegenstelling tot de computerbanen die velen van ons nu hebben. Ik ben benieuwd hoe jij daarover denkt! Laat je reactie achter bij de post op mijn blog.

Academicus wordt leefstijlcoach

Sinds januari 2018 werk ik niet meer als onderzoeker in het UMCG. Ik werk nu de halve week als lector gezonde en duurzame voeding en welvaartsziekten aan Van Hall Larenstein en heb de andere halve week voor andere dingen, zoals mijn kinderen, het ontwerpen en aanleggen van een eetbare tuin met dieren, én ik ga als zelfstandig leefstijladviseur aan de slag. Ohja, en de verbouwing van onze boerderij.

Als onderzoeker in het UMCG raakte ik meerdere malen gefrustreerd door ‘het systeem’. Medisch wetenschappelijk onderzoek is heel erg gericht op unifactoriële relaties tussen oorzaak en gevolg. Voorbeelden van unifactoriële relaties tussen voeding en ziekte zijn een tekort aan vitamine D dat Engelse ziekte veroorzaakt en een tekort aan vitamine C dat scheurbuik veroorzaakt. De ziektes waar we op dit moment in onze maatschappij het meest mee te maken hebben, zijn echter multifactorieel. Er is niet één aanwijsbare oorzaak voor diabetes, er is niet één aanwijsbare oorzaak voor depressie, er zijn véél aanwijsbare oorzaken. We weten al wel heel veel over het palet van oorzaken van welvaartsziekten, en mijns inziens kunnen we onder andere met radicaal gezondere voedingspatronen aan de slag om die multifactoriële aandoeningen te voorkomen en soms zelfs te genezen. Dat is alleen heel erg lastig in een systeem dat helemaal gericht is op unifactoriële relaties tussen oorzaak en ziekte. Daarin wil je uitvinden welke factor precies de oorzaak is van de ziekte of juist het medicijn. Dat is kansloos voor multifactoriële oplossingen zoals voeding, en niet eens nodig. Als een oplossing werkt, een diabetespatiënt heeft bijvoorbeeld geen medicatie meer nodig met koolhydraatbeperkte voeding, of iemand raakt van zijn depressie af met oervoeding, kan een (huis)arts hiermee aan de slag, zonder te weten welke factor uit koolhydraatbeperkte voeding of oervoeding precies de werkzame factor is. Sterker nog, ik denk dat je daar niet uitkomt, omdat een voedingspatroon en zeker leefstijl in bredere zin, op meerdere factoren tegelijk aangrijpt. Je zou er dus niet eens uit moet wíllen komen. En daar gaat het huidige systeem van medisch wetenschappelijk onderzoek nog niet in mee.

Een andere oorzaak van frustratie was geld. Om onderzoek op te kunnen zetten op de manier waarop dat in de farmaceutische industrie gebruikelijk is, heb je bakken met geld nodig. Die bakken met geld zijn er niet als het gaat om voedingspatronen, om dat er geen grote bedrijven zijn die daar snel geld mee kunnen verdienen. De enige die daar geld mee bespaart, is de maatschappij. En al geeft onze maatschappij wel degelijk bakken met geld uit aan wetenschappelijk onderzoek, dat gaat natuurlijk niet alleen naar onderzoek naar voedingspatronen. En dus is het heel lastig om je onderzoek zo goed gefinancierd te krijgen, dat je kunt voldoen aan de strenge normen van bovengenoemd systeem.

Mijn derde frustratie ligt veel dichter bij mijzelf. Als onderzoeker schrijf je wetenschappelijke artikelen die gepubliceerd worden in internationale tijdschriften. Mijn familie leest die niet, de mensen uit het dorp waar ik woon ook niet, de kans dat een (huis)artsen uit de buurt mijn artikelen leest is al even klein, tenzij ik zelf mijn artikelen onder hun aandacht zou brengen. Maar daar ‘scoort’ een onderzoeker niet mee. Het gaat erom geciteerd te worden door collega-onderzoekers van over de hele wereld. Die mensen in mijn omgeving hebben mij doen beslissen mij, naast mijn werk als onderzoeker aan een hogeschool, te specialiseren als leefstijladviseur.

coach-drawing-4

In 2017 leidde ik een leefstijlprogramma voor mensen met depressie en/of angst bij Lentis in Groningen. Dat programma was niet alleen heel succesvol, ik vond het ook erg leuk om te doen. Het gaf mij veel voldoening om de kennis die ik in jaren had opgebouwd toe te passen in de praktijk en te zien en te ervaren hoeveel beter een aantal deelnemers zich begon te voelen.

In het voorjaar van 2018 heb ik een aantal mensen individueel gecoacht. Ook dat vond ik heel leuk. Waar het programma in een groepstraining van tevoren al grotendeels vaststaat, komt het er bij individuele coaching op aan zo goed mogelijk te luisteren en te reageren op het individuele verhaal. Dat ging mij goed af, aldus mijn eerste slachtoffer. Dat was een vrouw die al van kind af aan worstelde met haar gewicht. Ik adviseerde haar in eerste instantie vrij voorzichtig om een ontbijt zonder koolhydraten te gaan eten. Het kwartje viel bij haar snel, ze schakelde vrijwel meteen over op een voedingspatroon zonder granen en andere zetmeelrijke producten. Na een eerste moeilijke week, was ze tamelijk lyrisch over haar nieuwe voedingspatroon. Ze had zich in de afgelopen 30 jaar nooit zo goed gevoeld, vertelde ze. En dat maakt mij blij. Veel blijer dan van een publicatie in een mooi wetenschappelijk tijdschrift. Wat mij betreft is de combi tussen een lectoraat en een bestaan als zelfstandig leefstijladviseur daarom vrij ideaal. Aan kennisontwikkeling doen in een nog niet zo vastgeroest systeem als de academie en die kennis toepassen ten bate van mensen in je directe omgeving. Wat wil een mens nog meer?

Heb je interesse in leefstijlbegeleiding door mij? Neem dan contact met mij op via enederhof@gmail.com

Hoe (on)gezond is rood vlees?

Rood vlees is al een hele tijd onderwerp van discussie. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat mensen die meer rood vlees eten een hoger risico hebben op metabool syndroom, inclusief diabetes type 2 en hart- en vaatziekten, en op verschillende soorten kanker, waaronder dikke darm kanker en longkanker. En dat is geldt ook voor onbewerkt rood vlees, al zijn de risicoverhogingen steeds sterker voor bewerkt rood vlees.

Waarom raadt het voedingscentrum ons dan toch aan om 5 keer per week vlees te eten? En hoe zit het met nieuwerwetse voedingspatronen als het Paleodieet en koolhydraatbeperkte voeding, die in de wetenschappelijke literatuur hoge ogen gooien, juist als het gaat om het verlagen van het risico op metabool syndroom? Die bevatten toch ook rood vlees? Is dat niet in tegenspraak met elkaar?

Op dinsdag 5 juni 2018 geef ik in Groningen een lezing over deze vragen. Het wordt een leuke avond! Naast mijn saaie lezing, waarbij je ook op de grond mag zitten, gaan we ook lekker bewegen en lekker eten. Het bewegen en het eten worden verzorgd door Steven en Elke van Green Cafe op hun nieuwe locatie.  Wil je er ook bij zijn? Schrijf je in!

De criteria voor causatie in epidemiologisch onderzoek, ofwel de Hill criteria, vormen de rode draad in mijn lezing. En dat helpt me nu al in de voorbereidingen. Zoals ik hierboven al beschrijf, zijn de resultaten van meta-analyses heel consistent. Volgend Hill moeten we echter ook nog naar een heleboel andere aspecten kijken, voordat we de conclusie kunnen trekken of A de oorzaak van B zou kunnen zijn, in dit geval of het eten van rood vlees de oorzaak van welvaartsziekten zou kunnen zijn. En daar zitten toch heel wat addertjes onder het gras.

De eerste adder is de sterkte van de associatie. Het verband tussen het eten van rood vlees en verschillende welvaartsziekten is weliswaar consistent, maar van de sterkte van de associatie was ik niet heel erg onder de indruk. Om een voorbeeld te noemen, het risico op diabetes type 2 is 1,7% en wordt 2,4% voor iedere 50 gram bewerkt rood vlees die mensen per dag eten. Het risico op dikke darm kanker neemt toe van 4,5% naar 5,5% voor iedere 50 gram bewerkt rood vlees per dag. Het eten van onbewerkt rood vlees verhoogt het risico op de hierboven genoemde ziektes minder dan het eten van bewerkt rood vlees. Trek zelf je conclusies.

Wat mij ook, of misschien vooral, opviel in de voorbereiding van mijn presentatie, was het feit dat vrijwel nooit naar het hele voedingspatroon gekeken wordt. Nee, dat is niet waar. Er wordt wel degelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen voedingspatronen en welvaartsziektes. En daaruit blijkt ook iedere keer weer dat een Westers voedingspatroon een hoger risico met zich meebrengt. De vraag of dat komt door het eten van rood vlees of door alle andere aspecten van Westerse voeding wordt bijna nooit gesteld. In de enkele studie waarin die vraag wel gesteld wordt, bijvoorbeeld door te corrigeren voor andere voedingsgroepen, zoals deze Maastrichtse onderzoekers deden, of te scoren op vooraf bepaalde voedingspatronen, zoals deze Amerikaanse onderzoekers deden , verdwijnt het verhoogde risico als sneeuw voor de zon. En die conclusies lijken me in lijn met resultaten uit onderzoek met Paleolithisch-achtige voeding en low carb.

Dan blijven er nog een paar criteria over, waaronder het niet-noodzakelijke criterium van experimenteel bewijs. Hier maakte Georgia Ede eerder gehakt van. Kijk en huiver.

Mechanismen en analogie zijn de twee mechanismen waar ik me nog verder in moet verdiepen voor de 5de juni. Bij mechanismen wil ik me met name richten op neu5Gc, alleen weet ik nog niet zo goed waar ik moet beginnen. Wie weet een mooie beginnerstekst over neu5Gc?

Onder het kopje analogie wilde ik ingaan op de vraag of er ook gezondheidsvoordelen zitten aan het eten van rood vlees. Mijns inziens zijn gezondheidsbevorderende effecten niet precies het tegenovergestelde van gezondheidsrisico’s. Het zou best zo kunnen zijn dat je op de korte termijn meer energie krijgt van het eten van rood vlees, bijvoorbeeld door de goede biologische beschikbaarheid van ijzer, terwijl het op de lange termijn risicoverhogend werkt. Nou vind ik dat een hele moeilijke zoekopdracht. Welke zoektermen gebruik je om wetenschappelijke literatuur te vinden om die vraag te beantwoorden. Nogmaals, suggesties zijn welkom!

Inschrijven voor de lezing en het eten kan op de website van de Ancestral Health Stichting Nederland: https://ancestralhealth.nl/