Symposium over het microbioom in het UMCG

Op donderdag 27 oktober organiseerde Sasha Zhernakova, universitair hoofddocent in het UMCG, een symposium over het darmmicrobioom, dus over de beestjes die in onze darmen leven. En dat zijn er heel veel. Niet alleen in aantal, maar ook in soorten. En al die verschillende soorten leveren een enorme hoeveelheid DNA, waarmee allerlei taken vervuld kunnen worden, die je met menselijk DNA niet kunt. Zoals het omzetten van voedingsvezels in butyraat. Een verzadigd vet met slechts vier koolstofatomen, dat allerlei ontstekingsremmende eigenschappen heeft. Of het aanmaken van serotonine. 75% van alle serotonine in ons lichaam zou door darmbacteriën gemaakt worden. En bacteriën vechten voor hun eigen soort. Zo vechten onze vrienden de minder gewenste bacteriesoorten,zoals E. Coli, de tent uit.

Onderzoek naar het microbioom lijkt met name technologiegedreven. Er is in de afgelopen jaren zoveel mogelijk geworden als het gaat om het bestuderen van grote hoeveelheden DNA. En die technieken worden gretig toegepast om het leven in onze darm te onderzoeken. Wat je daarbij in je achterhoofd moet houden, is dat de producten van die bacteriën, dus bijvoorbeeld butyraat of serotonine. En de samenstelling van die producten blijkt veel stabieler te zijn dan de samenstelling van de verschillende bacteriesoorten, aldus Bas Dutilh van het UMC Utrecht.

Het grootste deel van de presentaties ging over ontstekingsgerelateerde darmziekten, zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Dat is niet verwonderlijk, bij deze ziekten is onderzoek naar het darmmicrobioom zo ongeveer begonnen. De samenstelling van de darmbacteriën is anders in mensen met darmontstekingen dan in mensen zonder darmontstekingen. Arnau Vich Vila, UMCG, ging daarbij in op de producten die meer of minder gemaakt worden door de darmbacteriën van mensen met darmontstekingen. Zo noemde hij onder andere dat hun darmbacteriën een verminderd anaeroob vermogen hebben, en minder vermogen om propionaat, ook weer zo’n korte keten verzadigd vet, om te zetten in butyraat. Ze hebben een verhoogd vermogen tot glycolyse, zeg maar het vrijmaken van energie uit koolhydraten, en meer antibioticaresistentie. Verder hebben ze een een verminderd gluconeogenese vermogen, dus ze kunnen minder glucose maken van andere stoffen, zoals lactaat en glycerine, de bouwstof van triglyceriden, wat een heel belangrijke risicofactor is voor hart- en vaatziekten. In dat licht mag het je niet verbazen dat aderverkalking in verband gebracht wordt met een verstoord darmmicrobioom.

Daar ging de presentatie van Eelke Brandsma, UMCG, over. Hij test bij muizen onder welke omstandigheden een verstoord darmmicrobioom tot aderverkalking leidt. Zijn conclusie was, dat dit alleen gebeurt bij voeding die voor 60% uit vet bestaat. Helaas wist hij niet hoeveel koolhydraten en eiwitten er in de voeding zaten, en hij ging ook niet in op de soorten vet in de muizenvoeding. Dat zou namelijk nogal wat uit kunnen maken voor de ontstekingsbevorderende werking van die voeding. Mijn voorlopige conclusie: waarschijnlijk leidt een verstoord darmmicrobioom met name tot aderverkalking als er tegelijkertijd ook sprake is van een verminderde darmintegriteit, ofwel leaky gut.

Mensen met darmontstekingen hebben ook een verminderd vermogen om voedingsvezels te fermenteren, aldus Arnau Vich Vila. En dat doet mij denken aan het specifieke koolhydraten dieet, zoals Natasha Campbell-McBride beschrijft in haar boek Gut and Psychology Syndrome. In het specifieke koolhydraten dieet worden in eerste instantie alle fermenteerbare voedingsstoffen weggelaten, om ze vervolgens heel langzaamaan weer toe te voegen. Een methode waar veel mensen enthousiast over zijn, maar waar dokters doorgaans niet achter staan.

Dat laatste heeft waarschijnlijk te maken met de manier waarop dokters denken over genezen. Ze kijken primair naar de aandoening. Zoals Harry Sokol van het Saint Antoine Ziekenhuis in Parijs aangaf na zijn presentatie, heeft het weinig zin om alleen de patiënt te behandelen, bijvoorbeeld door ontstekingsremmers te geven. Hij gaf ook aan, dat hij het weinig zinvol acht om alleen het microbioom aan te pakken, bijvoorbeeld door probiotica te geven of poeptransplantaties uit te voeren. Je moet beide aanpakken. En om blijvende veranderingen te bewerkstelligen, moet je ook naar het voedingspatroon van de patiënt kijken, aldus Harry Sokol. In zijn verhaal speelden AhR agonisten een belangrijke rol. Uit onderzoek met muizen bleek het toedienen van AhR agonisten de negatieve effecten van een verstoord darmmicrobioom tegen te kunnen gaan. En, jawel, voornamelijk groenten voorzien de darm van AhR agonisten. Maar dan zul je wel eerst de juiste bacteriën moeten hebben om die groenten te kunnen verteren, en juist van die soort, de firmicutes, hebben mensen met darmontstekingen er minder. En dan is het kringetje rond. Ik denk daarom dat Sokol gelijk heeft als hij zegt dat je alleen uit de vicieuze cirkel van darmontstekingen kunt komen door de darm tot rust te laten komen, het darmmicrobioom de juiste kant op de sturen én de goede voeding te eten om dat darmmicrobioom te onderhouden. Ik denk dan ook dat de wetenschap zich om dat soort combinatiebehandelingen moet gaan richten.

Marcel de Zoete van de Universiteit van Utrecht ging in zijn presentatie in op de vraag waaróm mensen met darmontstekingen die darmontstekingen hebben. Het is in ieder geval het gevolg van chronische laaggradige ontstekingen, zoals die ook in depressie en hart- en vaatziekten een rol spelen. Hij schrijft dat voornamelijk toe aan antistoffen die mensen (en muizen) maken tegen bepaalde soorten bacteriën. Mensen met darmontstekingen blijken antistoffen te maken tegen hetzelfde aantal soorten bacteriën als mensen zonder darmonstekingen, maar wel tegen andere soorten. Maar hoe dat dan komt? Dat is nog een mooie vraag voor toekomstig onderzoek.

Microbioom-cartoon.jpg

 

Eetbare wilde planten

Marion de Kort stuurde mij haar nieuwe boek Eetbare Wilde Planten, omdat ze benieuwd was wat ik ervan zou vinden. Eén woord: prachtig! In mijn vrije tijd verzamel ik graag voedsel uit de natuur. Heel leuk dus om dit boek te mogen reviewen.

eetbare-wp-omslag-definitief

Eetbare Wilde Planten bestaat voor het grootste deel uit recepten waarin verschillende soorten wilde planten verwerkt worden, zoals onkruiden, bloemen, vruchten en noten. Daar zitten veel soorten tussen die de meeste mensen nooit eten. Misschien omdat ze niet weten dat je ze kunt eten, misschien omdat ze niet weten wat je ermee kunt, misschien omdat deze planten niet te koop zijn in winkels waar ze doorgaans hun voedsel kopen.

Al de verschillende soorten eetbare wilde planten die Marion de Kort beschrijft kunnen de variatie in een voedingspatroon vergroten. Veel van onze gezonde voorouders aten veel meer verschillende soorten dan wij. Er zijn volkeren bekend die wel 300 verschillende soorten planten en dieren op hun menu hadden staan. Hoeveel verschillende planten en dieren staan er op jouw menu? Het lijkt daarom aannemelijk dat het vergroten van de variatie in je menu je gezondheid ten goede zou kunnen komen.

Marion de Kort deelt wilde planten in vijf categorieën, groene eetbare planten, bittere planten, planten die slijmstoffen aanmaken, geurende planten en wrange planten, die vijf verschillende stoffen maken: chlorofyl, bitterstoffen, slijmstoffen, aromatische stoffen en looizuur. Nadat ze de werking van de spijsvertering in heldere taal heeft uitgelegd, lichte ze toe hoe deze vijf verschillende soorten planten de spijsvertering beïnvloeden. Maar niet zonder waarschuwing. Waar Marion de Kort een gezondheidsbevorderende werking toekent aan kleine beetjes van de vijf stoffen, benadrukt ze ook dat grote hoeveelheden van deze stoffen de gezondheid kunnen schaden. Daarmee benadrukt ze het belang van een grote variëteit aan planten in onze voedingspatronen.

Nog een waarschuwing: eet wilde planten alleen als je er 1000% (nee, dat is geen typefout) zeker van bent dat je eetbare planten hebt verzameld. Helaas helpt het laatste stuk van het boek je daar onvoldoende bij. De prachtige foto’s helpen je niet altijd planten goed te kunnen determineren.

Eet groente, fruit, vlees en vis: het voedingsadvies van de toekomst?

Op vrijdagavond 30 september 2016 sprak ik als lector Gezonde en Duurzame Voeding en Welvaartsziekten aan de hogeschool Van Hall Larenstein mijn inaugurele rede uit: “Eet groente, fruit, vlees en vis: het voedingsadvies van de toekomst?”

20160929_inaugurelerede_nederhof

In 2012 woonde ik een tijdje hier, in Tucson, Arizona. Ik was daar om samen te werken met een hoogleraar evolutionaire ontwikkelingspsychologie. Ik  onderzocht  de hypothese dat kinderen die opgroeiden onder stressvolle omstandigheden, later beter gewapend zouden zijn tegen stress. Ik noemde dat de mismatch hypothese van depressie.

Vanuit evolutionair perspectief is dat logisch. Darwin zei al, dat die individuen die het best aangepast zijn aan de lokale omstandigheden, de grootste kans hebben om te overleven en zich voort te planten. Ik onderzocht of dat ook gold voor depressie. Met andere woorden, of kinderen die zich aangepast hadden aan de stressvolle omstandigheden in hun jeugd, later minder snel depressief zouden worden van stress. Ik heb inderdaad met data van jongeren uit Noord Nederland steun kunnen vinden voor die mismatch hypothese.

Daar in Tucson kwam ik iemand tegen die vertelde dat ze haar voedingspatroon had aangepast aan evolutionaire principes. Dus geen voedsel at van na de landbouwrevolutie, dat zijn met name granen en zuivel, en geen voedsel at van na de industriële revolutie, met name geraffineerde suiker, geraffineerd zout en plantaardige olie. Dat vond ik interessant, dat wilde ik proberen. Niet omdat ik dacht dat het wat voor probleem dan ook op zou lossen, maar gewoon, omdat ik evolutietheorie en de manier waarop dat vandaag de dag invloed heeft op ons leven interessant vond. Zoals dat ook bleek uit mijn onderzoek naar stress.

Ik had twee kleine kinderen, de jongste was altijd heel vroeg wakker. Martien en ik werkten beiden bijna full-time. We sportten en deden veel klussen in en om huis zelf. Ik vond het dus volslagen normaal dat ik ’s avonds om negen uur uitgeput was. Dat was het dus niet.

Al na enkele dagen overgestapt te zijn op dat evolutionaire voedingspatroon, ofwel oervoeding, merkte ik dat ik veel meer energie had. Daarnaast merkte ik dat ik veel minder buikpijn had, en ik had veel minder last van hoofdpijn. Uiteindelijk heb ik zelfs mijn migraine bijna volledig onder controle. Afgelopen jaar heb ik nog drie aanvallen gehad. Er zijn tijden geweest waarin ik wekelijks migraine had.

Had voeding invloed op de stress die mijn lichaam ervaarde? Was dat een mismatch tussen wat wij eten en wat ons lichaam aankan?

Omdat ik zulke enorme voordelen ervaarde van die oervoeding, ging ik, zoals het een wetenschapper betaamt, op zoek naar de vraag welke factor verantwoordelijk was voor die voordelen. Was het gluten? Was het lactose? Iets anders?

20160929_inaugurelerede_nederhof_2

Wetenschappers zijn daar goed in. Eén of enkele factoren isoleren en die tot in detail bestuderen. Er schuilt echter een gevaar in die benadering. Te vaak verliezen wetenschappers daarbij de context uit het oog en vergeten dat de geïsoleerde factoren die ze bestuderen hun normale werking hebben in een groter geheel.

Via die methode is bijvoorbeeld ontdekt dat het eten van rood vlees kanker kan veroorzaken. Ga je echter naar de bredere context kijken, dan valt een paar dingen op. Zo is er bijvoorbeeld een heel aantal primitieve volkeren die tamelijk veel rood vlees eten, maar geen kanker krijgen.

En in Westerse bevolkingen zie je dat mensen die meer rood vlees eten dan anderen, ook meer granen eten, meer zuivel, meer geraffineerde suikers, meer geraffineerd zout en meer plantaardige olie. Betrek je die context bij het onderzoek, zo blijkt uit een tweetal publicaties van een Maastrichtse onderzoeksgroep, kun je geen relatie meer vinden tussen rood vlees en kanker.

Kijkend naar enkele geïsoleerde factoren kwam ik er niet uit. Het waren niet de gluten, niet de lactose, geen enkele factor leek te kunnen verklaren waarom ik mij zoveel beter voelde. Ondertussen had ik er wel heel veel over gelezen. Ik kwam tot de conclusie, zoals Hanno Pijl in zijn presentatie uitlegde, dat oervoeding voordelen biedt via veel verschillende mechanismen. Ik kreeg het gevoel dat er écht iets in zat, in voeding volgens evolutionaire principes. Dat ik niet de enige was die er baat bij had.

Ondertussen belandde ik met mijn andere onderzoekslijn op een dood spoor. Niet dat mijn hypothese niet bleek te kloppen, inmiddels heb ik steun gevonden in nóg twee datasets, de voornaamste reden was dat er maar weinig datasets zijn waarin alle maten gemeten zijn die ik nodig had. Dat heeft vooral te maken met het feit dat oorzaak en gevolg heel ver uit elkaar liggen in de tijd.

Na overleg met mijn leidinggevende in het UMCG besloot ik mij te gaan richten op voeding en depressie, weer vanuit evolutionair perspectief. Ik besloot me niet vast te gaan bijten in details, in geïsoleerde factoren, maar mijn onderzoek te richten op het geheel. Op voedingspatronen.

Ongeveer een jaar later kreeg ik de kans om de relatie tussen voeding en gezondheid nog breder te onderzoeken. Niet alleen met depressie als uitkomstmaat, maar breder, met welvaartsziekten als opdracht. Net als in mijn onderzoek in het UMCG, leg ik ook in dit lectoraat de nadruk op het geheel, op het effect van voedingspatronen.

En dat het aan een hogeschool ging gebeuren, bood ook extra kansen. Wat ik bijvoorbeeld heel leuk vind aan het werken op een hogeschool, is dat de toepasbaarheid van kennis heel centraal staat. En het breed delen van kennis.

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen te beginnen aan dit lectoraat gezonde en duurzame voeding en welvaartsziekten. Al zijn gezond en duurzaam dubbelop, als je het mij vraagt. Als je duurzaam niet kunt vervangen voor gezond, is het volgens mij niet écht duurzaam.

20160929_inaugurelerede_nederhof_3

Ofwel, dat is het mensaspect van duurzaamheid. Als we het over duurzaamheid hebben, hebben we het vaak over people, planet en profit. Voeding is dus alleen duurzaam als het goed is voor de mens, goed is voor de aarde én winstgevend is. Op die drie factoren ga ik in.

Zoals Hanno Pijl concludeerde in zijn presentatie, lijkt oervoeding goed voor de mens. Het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van oervoeding begint zich langzaamaan op te stapelen.

20160929_inaugurelerede_nederhof_4

In deze grafiek ziet u de resultaten op triglyceriden van alle interventieonderzoeken met oervoeding die ik kon vinden. Triglyceriden zijn de belangrijkste vorm waarin vet wordt opgeslagen in het lichaam. De hoeveelheid triglyceriden in het bloed wordt gezien als een belangrijke maat voor risico op welvaartsziekten, zoals hart- en vaatziekten. Hoe meer triglyceriden in het bloed, hoe hoger het risico.

De lengte van de blauwe balkjes geeft de afname van triglyceriden aan bij deelnemers die het oervoeding moesten eten. Ik zeg expres afname, er was niet één onderzoek waarin triglyceriden toenamen. Staat er geen blauw bakje, dan zijn triglyceriden in het betreffende onderzoek niet gemeten.

De oranje balkjes geven de verandering weer van triglyceriden bij deelnemers die een ander voedingspatroon moesten volgen. Staat er geen oranje balkje, dan was er in dat onderzoek geen groep die een vergelijkend voedingspatroon moest volgen.

Hanno Pijl telde met internationale collega’s de resultaten van de onderzoeken binnen het groene kader bij elkaar op. Ze kozen voor deze onderzoeken, omdat die het best uitgevoerd werden. Opgeteld kwamen ze tot de conclusie dat oervoeding het risico op welvaartsziekten méér verlaagt dan de vergelijkende voedingspatronen, waaronder een Mediterraan voedingspatroon in het onderzoek van Lindeberg en de Nederlandse schijf van vijf in het onderzoek van Boers.

Dat Nederlandse onderzoek is interessant, omdat het gewicht van de onderzoeksdeelnemers gelijk gehouden werd. Begonnen de deelnemers af te vallen, dan kregen ze gewoon méér te eten. De afname in triglyceriden vond dus plaats zónder gewichtsverlies.

Masharani en collega’s gingen hierin nog een stapje verder. Zij hielden niet alleen gewicht gelijk, maar ook de verhouding koolhydraten, vetten en eiwitten. In hun onderzoek vond de afname in triglyceriden dus plaats zonder gewichtsverlies én met een gelijke verhouding koolhydraten, vetten en eiwitten in de voeding bij beide voedingspatronen. Met andere woorden, niet alleen hoeveel je eet, en niet alleen de verhouding vet en koolhydraten, maar ook wát je eet maakt uit voor je risico op welvaartsziekten. Onbewerkte voeding, uit groente, fruit, vlees en vis vermindert het risico op welvaartsziekten. En dat wijkt flink af van gangbare voedingspatronen, zoals de schijf van vijf, waarin granen een hoofdrol spelen.

Oervoeding is overigens niet het enige voedingspatroon dat beter lijkt te scoren dan de schijven van vijf van deze wereld. Ga je de resultaten van onderzoeken naar koolhydraatarme voedingspatronen op een rij zetten, dan ziet je grafiek er net zo uit. Hetzelfde geldt voor intermittent fasting. En ik denk dat je met onderzoeksresultaten van mindful eating ook een heel eind komt.

Daarom wil ik een methode ontwikkelen, waarmee mensen met behulp van dagelijkse vragen die ze op hun smartphone kunnen beantwoorden, informatie over zichzelf verzamelen om erachter te komen of een voedingspatroon werkt voor hén. Dat ga ik doen samen met Han Suelmann, een van de onderzoeksdocenten van VHL, en Laura Baars, een diëtiste met een master in marketing.  We willen ook proberen zo’n methode te integreren in het onderwijs.

Maar goed. Waarom zou je al die moeite nemen? Waarom zou je je in allerlei bochten wringen om gezond te eten? Je kunt met medicijnen toch ook je risico op allerlei aandoeningen verlagen? Een van de volgers van mijn weblog, Micha, schreef dat hij voor een hoge kwaliteit van leven gaat en daar van harte zijn gevulde koeken voor op wilde geven.

Wetenschappelijk gezien is er niets over bekend over een mogelijk effect van oervoeding op kwaliteit van leven. Geen één van de hier genoemde onderzoekers vroeg hoe de onderzoeksdeelnemers zich vóelden, wat voor klachten ze erbij kregen, welke klachten weggingen.

Dat is opmerkelijk, want zeg nou zelf, waardoor zou jij meer gemotiveerd zijn om een gezonde leefstijl vol te houden? Door betere bloedwaardes, of doordat je je beter vóelt? Daarom zijn klachten, zoals vermoeidheid, buikpijn en hoofdpijn, één van de belangrijkste uitkomstmaten van mijn onderzoek. We zullen dus, naast laboratoriumonderzoek, ook veel gebruik maken van vragenlijsten, zoals bijvoorbeeld de dagelijkse vragen op de smartphone, maar ook van langere vragenlijsten die via internet ingevuld kunnen worden.

20160929_inaugurelerede_nederhof_5

Resultaten uit een eerste haalbaarheidsonderzoek dat ik afgelopen jaar deed, winden er geen doekjes om. Deelnemers aan dit onderzoek ervaarden minder lichamelijke én minder psychische klachten als ze oervoeding moesten eten, vergeleken met de schijf van vijf.

En dat was niet allemaal bias. Deelnemers gaven vantevoren weliswaar aan hogere verwachtingen te hebben van oervoeding, achteraf bleek hun voorspelling lang niet altijd te kloppen met de werkelijke verandering in klachten. Sommigen verwachtten een grote afname, maar hun klachten bleven gelijk, anderen verwachtten geen verschil, terwijl bij hen het aantal klachten juist afnam.

Dit onderzoek gaan we in het komende jaar in het groot uitrollen. Martina Sura, ook een van de onderzoeksdocenten op Van Hall Larenstein, gaat dat onderzoek leiden. We willen zoveel mogelijk mensen vragen om gedurende vier weken te eten volgens de schijf van vijf en gedurende vier weken oervoeding te eten. Het mooiste cadeau dat je mij kunt geven, is deelname aan dit onderzoek. Het is nog niet begonnen, dus je kunt je nog niet aanmelden, maar als je mijn blog in de gaten houdt, of de facebook pagina van het lectoraat, ben je de eerste die het hoort! Je kunt ook een e-mailtje sturen aan lifesciences@hvhl.nl! Dat e-mailadres staat ook in de folder die u straks mee naar huis krijgt.

In dat onderzoek willen we niet alleen klachten meten, maar ook een aantal andere factoren die ons kunnen vertellen hóe oervoeding zou kunnen werken. Ja, toch weer een paar factoren isoleren, maar niet zonder de context uit het oog te verliezen.

We willen bijvoorbeeld een aantal druppels bloed vragen van de deelnemers. We kunnen die gebruiken om te onderzoeken of de vetzuursamenstelling van celwanden verandert. Dat is een bekende factor in depressie, maar ook in hart- en vaatziekten. We kunnen die druppels bloed ook gebruiken om onbedoelde ontstekingsprocessen in het lichaam in kaart te brengen. Ook die spelen een rol in zowel depressie, als hart- en vaatziekten als een heel aantal andere aandoeningen die veel voorkomen bij ons.

We willen ook graag wc-papiertjes verzamelen om te bekijken of het microbioom verandert als het voedingspatroon verandert. Dat is het bacteriële leven in de darm waar Jing Fu over vertelde. Dat lijkt heel logisch, maar het is tot nu toe nog nooit écht onderzocht. De fascinerende resultaten die Jing Fu presenteerde, zijn allemaal gebaseerd op gelijktijdige metingen. Daarmee kun je strikt genomen niks zeggen over oorzaak en gevolg. Dat kunnen wij straks wel.

We willen trouwens niet alleen naar het microbioom kijken van de deelnemers aan dit project, maar ook naar het microbioom van patiënten in zorginstellingen die een ander voedselbeleid voeren. Dat project gaat geleid worden door onderzoeksdocent Maaike Stoel.

20160929_inaugurelerede_nederhof_6

Een andere reden om je in allerlei bochten te wringen voor een gezonde leefstijl zou in de toekomst kunnen liggen. Onze levensverwachting neemt al jaren toe. Onze levensverwachting zonder chronische ziektes neemt al jaren af.

Een vrouw die in 1985 70 werd, had nog 5 gezonde levensjaren. Een vrouw die in dat jaar 35 werd, had nog 23 levensjaren zonder chronische ziektes. En werd dus op gemiddeld jongere leeftijd chronisch ziek dan de vorige generatie. Een meisje dat in 1985 geboren werd, had gemiddeld nog geen 50 levensjaren zonder chronische ziektes. Een meisje dat in 2015 geboren werd, heeft een levensverwachting zonder chronische ziektes van rond de 40! Voor mijn jongens, die hier voorin de zaal zitten, ziet het er ietsjes rooskleuriger uit. Zij hebben een levensverwachting zonder chronische ziektes van rond de 46. Nog steeds erg laag, al vraag je het mij.

Dus ook al heb je nu nooit klachten, dat geldt trouwens maar voor een tiende van de bevolking, zou je je voedingspatroon aan kunnen passen aan de meest recente kennis over het effect van voeding op risicofactoren voor welvaartsziektes. Dat gat tussen totale en gezonde levensverwachting wordt nu immers gevuld door de medische sector en veel mensen willen liever niet aan de pillen.

En dat brengt me bij het tweede aspect van duurzaamheid: planet. De medische sector zorgt namelijk voor milieuvervuiling. En via milieuvervuiling voor meer ongezondheid.

20160929_inaugurelerede_nederhof_7

In juni van dit jaar publiceerden twee Amerikaanse onderzoekers de resultaten van hun onderzoek naar milieuverontreiniging door de medische industrie. Ze keken naar CO2 uitstoot, luchtvervuiling, watervervuiling en bodemvervuiling. De cijfers zijn indrukwekkend.

Als de medische sector van de Verenigde Staten een land zouden zijn, zou ze 13de staan op de lijst van landen met de grootste CO2 uitstoot. De medische sector van de VS stoot meer CO2 uit dan Groot Brittannië. Dat is geen nieuws. Heel veel eerder onderzoek toonde al aan dat de medische sector een aanzienlijk deel van de CO2 uitstoot voor haar rekening neemt. Het grootste deel daarvan komt voor rekening van ziekenhuiszorg, de donkerblauwe balkjes.

Wat wel nieuw is aan dit onderzoek, is het aandeel van de medische sector op het gebied van bijvoorbeeld fijnstof, smog en verzuring. Ieder van die vervuilingscategorieën is verantwoordelijk voor 10% van de totale vervuiling in de Verenigde Staten. Voor afbraak van ozon geldt dat niet, daar valt wel de lengte van de gele balk op. Die balk representeert onder andere medicatie.

Dus ons medicijngebruik draagt bij aan de afbraak van ozon. Hoe groter het gat tussen de totale en de gezonde levensverwachting, hoe meer ozonafbraak.

Voor een aantal van deze vervuilers hebben de onderzoekers uitgerekend hoeveel ziektelast ze veroorzaken. Ze kwamen tot een totaal van 470.000 verloren gezonde levensjaren. Dat is nogal een abstract getal, dus de auteurs maakten een vergelijking. 470.000 verloren gezonde levensjaren staat ongeveer gelijk aan het aantal verloren levensjaren door mensen die sterven in Amerikaanse ziekenhuizen door voorkombare medische fouten. Die leiden altijd tot veel ophef, dus waarom horen we niemand over vervuiling?

Nu moet je je wel realiseren dat dit maar één onderzoek was, en dat dit onderzoek werd uitgevoerd werd in de Verenigde Staten. Die cijfers zijn niet 1 op 1 te vertalen naar de Nederlandse situatie. Hopelijk is het bij ons allemaal een beetje beter. Desalniettemin kunnen we niet ontkennen dat de medische sector een vervuilende sector is. En dat kan een argument zijn om tóch die extra stappen te zetten richting een hogere gezonde levensverwachting. Als we dat kunnen bereiken met oervoeding, of één van die andere voedingspatronen, zou voeding als medicijn gebruikt kunnen worden voor mens én de aarde.

Die aarde kent nog een kant in dit verhaal. Die voeding moet ook geproduceerd worden. Als groente, fruit, vlees en vis geproduceerd worden op een manier die minder goed is voor moeder aarde dan bijvoorbeeld granen en suiker, schiet de aarde er weinig mee op. Ik hoop dat je na de verhalen van Ado en Izabel niet meer onmiddellijk zegt dat het onmogelijk is om groente, fruit, vlees en vis te produceren zonder de aarde onrecht aan te doen. Zonder steeds medicatie toe te hoeven dienen en daarmee wellicht bij te dragen aan vervuiling.

Als we het hebben over het aspect planet van duurzame voedselproductie moeten we mijns inziens vooral naar de lange termijn kijken. Niet alleen naar opbrengsten op de korte termijn, maar vooral naar de mogelijkheden over tientallen jaren. In 2030, of misschien wel 2050. Wat doet een productiemethode op de lange termijn met de kwaliteit van de bodem, met de waterkwaliteit, hoe zit het met CO2 uitstoot en CO2 opslag, met biodiversiteit over tientallen jaren? Met andere woorden, wat doen verschillende productiemethodes voor de gezonde levensverwachting van de aarde?

20160929_inaugurelerede_nederhof_8

Als we kijken naar bodemkwaliteit, waterkwaliteit, broeikasgassen en biodiversiteit, scoren meerjarige gewassen altijd beter dan éénjarige gewassen. Met andere woorden, noten scoren beter dan granen. Appels scoren beter dan suikerbieten. Gras scoort beter dan soja. Olijfbomen scoren beter dan zonnebloemen. U ziet het patroon. Oervoeding scoort beter dan Westerse voeding.

Als je dan ook nog meerdere soorten combineert, lijkt het helemaal gunstig te zijn. Dus denk vee in een gemengde fruitboomgaard, of nagebootste bosranden met verschillende hoogtes begroeiing.

Productiesystemen met meerjarige gewassen vergen nogal een omslag. Het vraagt je buiten de gebaande paden te denken en te doen. Gelukkig heb een aantal collega’s in Velp die de uitdaging aan willen gaan. Ik hoop dan ook dat we in de komende jaren een mooie onderzoekslijn op kunnen zetten naar de mogelijkheden van voedselbossen, ofwel agroforestry, zoals Izabel het noemde in haar presentatie.

Dan kom ik nu bij het laatste aspect van people, planet, profit. Voor de winstgevendheid ziet het er minder rooskleurig uit. Stel je eens voor wat er zou gebeuren met de winstgevendheid van de medische sector als we inderdaad in staat zouden zijn langer gezond te blijven.

20160929_inaugurelerede_nederhof_9

Stel je eens voor wat er zou gebeuren met de winstgevendheid van de voedingsmiddelenindustrie als wij allemaal voor onbewerkte voeding zouden kiezen.

Stel, zorg voor welvaartsziekten kost straks écht minder dan nu, dan gaat de winst van de medische sector omlaag, maar ook de zorgkosten.

Op dit moment is een modaal gezin een kwart, dat is 25%, van zijn inkomen kwijt aan zorgpremies. Als er niks verandert, kan dat in 2040 opgelopen zijn tot bijna de helft, tot 45%, aldus het Centraal Plan Bureau. Stel je eens voor wat dat in jouw situatie betekent. Misschien wel dat je je hypotheek niet meer kunt betalen en je huis moet verkopen. En dan ben je vast niet de enige, wat niet gepaald gunstig gaat zijn voor de waarde van de woning die je wilt verkopen.

Stel je voor dat we welvaartsziekten terug kunnen dringen door onbewerkte voeding te eten. Dan nemen uw zorgkosten af en uw welvaart toe. Via lagere zorgkosten én via en beter welzijn, aangenomen dat de resultaten uit onze haalbaarheidsstudie kloppen. En aangenomen dat u voor uw inkomen niet afhankelijk bent van de medische sector.

Hetzelfde moet volgens mij gelden voor de voedingsmiddelenindustrie. Het geld dat we niet uitgeven aan bewerkte voedingsmiddelen, geven we dan uit aan onbewerkte voedingsmiddelen. Aan grasgevoerd vlees van Pure Graze, aan groente uit de regio die je koopt via de Streekboer, aan fruit en noten uit voedselbossen. Wat misschien wel niet alleen leidt tot een beter welzijn van de consument, niet zozeer door lagere kosten, maar meer door minder klachten, maar ook tot een beter welzijn van de producent, zoals blijkt uit het onderzoek van Izabel.

Zou dat niet mooi zijn? En misschien juist wel heel goed voor de regionale economie.

Daarom moeten we het misschien hebben over people, planet en prosperity in plaats van profit. Dus welvaart in plaats van winst.

20160929_inaugurelerede_nederhof_10

Hiermee ben ik aan het einde gekomen van deze rede. Ik heb in mijn rede een heel vergaand toekomstperspectief geschetst. Niet iets wat je kunt bereiken binnen een lectoraat. Ik denk wel een paar kleine steentjes bij te kunnen dragen.

Door mensen te betrekken bij het onderzoek. Door kennis te delen via sociale media. Door studenten verschillende voedingspatronen te laten proberen en hierover dagelijks vragen in te laten vullen op hun smartphone. Door mensen, u bijvoorbeeld, vier weken te laten eten volgens de schijf van vijf en vier weken oervoeding te laten eten en daaromheen van alles te meten.

En natuurlijk door bedrijven die denken bij te kunnen dragen aan de welvaart die ik hier schets te betrekken bij het lectoraat. Bijvoorbeeld zorginstellingen, of gemeenten als Leeuwarden die voedsel produceren in hun openbare ruimte, boeren die een klein stukje voedselbos aan willen leggen, of bedrijven die anderszins baat denken te hebben bij een transitie naar onbewerkte voeding.

Daarom roep ik iedereen op het lectoraat te volgen, óók bedrijven die een zak geld op tafel kunnen zetten. Hier kun je ons vinden:

20160929_inaugurelerede_nederhof_11

 

Ik wil hiervandaan nogmaals iedereen ontzettend bedanken voor de fantastische dag!

Hoe duurzaam is de medische sector?

Veel mensen vinden gezonde voeding een interessant onderwerp. Veel minder mensen zetten de stap om ook écht gezonder te gaan leven. En waarom zou je ook? Waarom zou je je in allerlei bochten wringen om gezond te leven, in een tijd waarin onze levensverwachting in goede ervaren gezondheid toeneemt? Eén van de redenen zou buiten jezelf kunnen liggen. Die als goed ervaren gezondheid wordt bereikt met hulp van de medische sector. Onze in als goed ervaren gezondheid levensverwachting neemt weliswaar toe, onze levensverwachting zonder chronische ziekten neemt af. Dat gat wordt steeds groter en wordt gevuld voor de medische sector. Stel, je hebt last van migraine, zoals ik jarenlang had. Dan kun je, als het je echt te gek wordt, naar de huisarts gaan en vragen of er een oplossing bestaat. En warempel. Er is een oplossing tegen migraine. Bètablokkers en sterke pijnstillers voor de gevallen waarin je tóch een aanval krijgt. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat dat op zijn minst een beetje opluchting biedt. Waarschijnlijk hebben velen hun eigen voorbeeld. Iemand die zich niet goed voelde. De dokter ontdekte een te hoge bloedsuiker of een te hoge bloeddruk of een te laag vitamine D gehalte, schreef medicijnen voor en de betrokkene ervaart zijn gezondheid weer als goed. Of iemand heeft een hartaanval gehad, en ervaart uw gezondheid nu weer als goed, ook dankzij de medische sector. Dat is de kracht van de medische sector en vaak één van de redenen waarom mensen niet erg gemotiveerd zijn om écht gezond te leven. Het verschil tussen de  levensverwachting zonder chronische ziekten en de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid wordt opgevangen door de medische sector. Maar niet zonder kosten. Niet alleen kunnen we letterlijk, als er niets verandert, over 15 jaar onze medische zorg niet meer betalen, het dichten van het gat door de medische sector zorgt ook voor milieuvervuiling. En via milieuvervuiling voor meer ongezondheid.

In juni van dit jaar publiceerden twee Amerikaanse onderzoekers de resultaten van hun onderzoek naar milieuverontreiniging door de medische industrie. Ze keken naar CO2 uitstoot, lucht-, water- en bodemvervuiling en de cijfers zijn indrukwekkend. Als de Verenigde Staten een land zouden zijn, zou ze 13de staan op de lijst van landen met de grootste CO2 uitstoot. De medische sector van de Verenigde Staten stoot meer CO2 uit dan Groot Brittannië. Zoals je in onderstaande grafiek kunt zien, komt het grootste deel van deze vervuiling voor rekening van ziekenhuiszorg, de donkerblauwe balkjes, met huisartsenzorg, de lichtblauwe balkjes, een goede tweede. De gele balkjes representeren onder andere milieuvervuiling die toe te schrijven is aan medicijnen, die een disproportioneel groot aandeel hebben in potentiële afbraak van ozon. Een aantal van deze vervuilingscategorieën is verantwoordelijk voor 10% van de totale vervuiling in de Verenigde Staten, waaronder CO2 uitstoot, fijnstof, smog en verzuring van het milieu. Voor een aantal van deze vervuilers hebben de onderzoekers uitgerekend hoeveel ziektelast ze veroorzaken. Ze kwamen tot een totaal van 470.000 verloren gezonde levensjaren. Ter vergelijk, dat is ongeveer gelijk aan het aantal verloren levensjaren door mensen die sterven in Amerikaanse ziekenhuizen door voorkombare medische fouten, aldus de auteurs. Nu moet je je wel realiseren dat dit onderzoek uitgevoerd werd in de Verenigde Staten. Die cijfers zijn niet 1 op 1 te vertalen naar de Nederlandse situatie. Hopelijk is het bij ons allemaal een beetje beter. Desalniettemin kunnen we niet ontkennen dat de medische sector een vervuilende sector is. En dat kan een argument zijn om tóch die extra stappen te zetten richting een hogere gezonde levensverwachting.

journal.pone.0157014.g002

Bovenstaande is een bewerking van een deel van mijn inaugurele rede, die ik op vrijdagmiddag 30 september 2016 in Leeuwarden zal uitspreken. Rondom de inauguratie organiseer ik een symposium. In onderstaande uitnodiging vind je meer informatie over de sprekers, de pauzeclinics, het tijdstip en de lokatie. Iedere geïnteresseerde is welkom, deelname is gratis, wel graag vantevoren opgeven ivm het oergezonde buffet tijdens de receptie en, vol=vol.

Uitnodiging_Symposium_Inauguratie_Esther_Nederhof

Vind je Leeuwarden te ver? Kom dan naar het Ancestral Health Symposium in Leiden op zaterdag 22 oktober 2016.

Voedingspsychiatrie, een populaire nieuwe discipline

Tijdens het congres van de internationale organisaties voor affectieve en bipolaire stoornissen nam het onderwerp voeding een best wel centrale rol in. Steeds weer waren de reacties positief. Terecht, denk ik.

De resultaten uit een gerandomiseerd onderzoek naar het effect van een aangepast Mediterraan voedingspatroon bij patiënten met een depressie door Felice Jacka vond ik het meest indrukwekkend. Na het 12 weken durende programma was 32% van de patiënten in de Mediterrane groep niet meer depressief, tegen 8% in de controlegroep die geen voedingsadvies kreeg. Ofwel, als je 4 patiënten met een depressie dit voedingsprogramma laat volgen, zal er één herstellen. En dat is heel indrukwekkend als je het vergelijkt met antidepressiva. Voor serotonine heropnameremmers (SSRIs) ligt dat getal tussen de 7 en de 8, voor tricyclische antidepressiva (TCAs) ligt het tussen de 6 en de 16.

Jammer genoeg vertelde Jacka niets over bijwerkingen of redenen om te stoppen met deelname. Over bijwerkingen is bij antidepressiva veel bekend, het zou interessant geweest zijn als we de bijwerkingen van dit voedingsprogramma daarmee hadden kunnen vergelijken.

Wat ik ook interessant vond, was de aanpassing die Jacka en collega’s deden aan het Mediterrane voedingsadvies. In plaats van weinig tot geen rood vlees, adviseerden zij hun deelnemers om 3 tot 4 keer per week rood vlees te eten. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mensen die weinig rood vlees eten, een hoger risico hebben op depressieve- en angststoornissen dan mensen die matig rood vlees eten.

Een andere interessante presentatie ging over de relatie tussen leptine en depressie. Leptine is een hormoon dat betrokken is bij verzadigingsgevoelens. Overall lijken mensen met een depressie geen hogere of lagere leptinespiegels te hebben dan mensen zonder depressie. Op het moment dat je alleen kijkt naar mensen met een zogenoemde atypische depressie, zie je wél verstoringen in de leptinehuishouding. Atypische depressies worden gekenmerkt door vermoeidheid, meer slapen, meer trek in eten, gewichtstoename en een reactieve gemoedstoestand. Het zal daarom niet verbazen, dat mensen met een atypische depressie vaak ook voldoen aan de kenmerken voor metabool syndroom. En juist bij hén is de leptinehuishouding dus verstoord.

Het leuke aan een congres is dat je na afloop van een presentatie gemakkelijk naar de onderzoeker, in dit geval Yuri Milaneschi, toe kunt gaan om kennis te delen. Ik wees hem op de resultaten van de hormoonanalyses van Fontés en Bligh. Hij vond die lijn van onderzoek reuze interessant, en zei nu geen interventie zonder voeding meer te overwegen om verstoorde leptinehuishoudingen bij depressieve patiënten aan te pakken. En dat is precies wat ik bedoel met positieve reacties. Leuk!

Op de tweede dag van het congres heb ik een bijeenkomst georganiseerd waarin paleo centraal stond. Ik heb er de resultaten van de haalbaarheidsstudie gepresenteerd. Die werden heel goed ontvangen! Het leukste van die bijeenkomst was het verhaal van een patiënte met een bipolaire stoornis, ook wel bekend als een manisch depressieve stoornis. Zij vertelde hoe ze in 10 jaar tijd 70 kilo was afgevallen door strikt te eten volgens de schijf van vijf zonder extraatjes. Na die tijd, nu zo’n vijf jaar geleden, kwam ze in contact met Connie Hoek. Connie stelde voor om paleo te gaan eten. Met een strikt paleo voedingspatroon viel de patiënte niet verder af, maar kon ze wél al haar medicatie afbouwen, behalve lithium. ’s Ochtends eieren met spek en een banaan, tussen de middag gebakken appel met bessen en noten en ’s avonds vlees of vis met groenten. Dat is nu haar medicijn.

Na haar verhaal stonden verschillende behandelaren op om hun ervaringen te delen. Ook zij hadden patiënten op zien knappen met een paleodieet. Toch waren er ook vragen. Wat te doen met een patiënt die teveel afvalt? En hoe motiveer je mensen om het langer dan 3 maanden vol te houden? Gezien de reacties, verwacht ik dat de aandacht voor voeding in de psychiatrie de komende jaren flink toe zal nemen.

Twee symposia in drie weken

Twee symposia in drie weken?
Ja. Nou ja, iets meer dan drie weken. Op vrijdag 30 september organiseer ik in Leeuwarden een symposium ter ere van mijn inauguratie als lector en op zaterdag 22 oktober het tweede Nederlandse Ancestral Health Symposium in Leiden.

Moeten we naar beide symposia toe?
Nee, ik zou zeggen kies één van de twee. De thema’s van beide symposia overlappen, bij beide staat gezondheid vanuit evolutionair perspectief centraal. Het symposium in Leeuwarden duurt een middag en gaat over gezondheid en over duurzaamheid.  Het Ancestral Health Symposium in Leiden duurt een hele dag en gaat vooral over gezondheid. Darm en vuur zijn daar de centrale thema’s.

Wie zijn de sprekers in Leeuwarden?
De Leidse hoogleraar Hanno Pijl is daar één van de sprekers. We kennen hem van het project Keer Diabetes Om, van de meta-analyse over paleolithische voeding waarover hij vorig jaar op het eerste Ancestral Health Symposium in Groningen een videopresentatie gaf. Pijl heeft ook een experiment gedaan met laagopgeleidde diabetespatiënten, waarover nog niet veel verschenen is, dus ik hoop dat hij daar wat resultaten van gaat laten zien. Daarnaast vertelt een onderzoeker uit het UMCG over de relatie tussen gezondheid en beestjes in de buik. Ze onderzocht onder andere het microbioom, want zo noemen we al die beestjes bij elkaar, van ongeveer 1.000 deelnemers uit LifeLines, een groot onderzoek onder mensen uit Noord Nederland. Hopelijk relateert ze dat ook aan het microbioom van jager-verzamelaars.

Na de pauze vertelt Ado Bloemendal over zijn bedrijf in grasgevoerd vlees. Hiermee schakelen we over op het thema duurzaamheid. Hij gaat ik op een klein aspect van de vraag of we de bevolking op een duurzame manier zouden kunnen voeden als iedereen volgens het paleodieet zou willen eten, en wat dat zou betekenen voor, in zijn geval, de vleeshouderij. Eén van de interessante aspecten daaraan, vind ik, is de bevinding van prof. Izabel Botelho, dat Braziliaanse boeren die overschakelden van gangbare naar duurzamere landbouw ook een grotere betrokkenheid gingen voelen bij hun land. Ze verschuiven als het ware van werken op het land als substraat voor voedsel, naar samenwerken met het land om voeding te produceren. Daarmee verbetert hun mentale gezondheid misschien ook wel, als heeft ze daar geloof ik geen data van.

En jij?
Ohja, daarna houd ik mijn inaugurele rede. Ik zal daarin wat data presenteren uit recente onderzoeksprojecten en een vooruitblik geven op de onderzoeksactiviteiten die ik ga ontplooien binnen dit lectoraat.

Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten?
Ja hoor! Geen punt. Een tijdje geleden hebben we een haalbaarheidsonderzoek afgerond, waaruit bleek dat het paleodieet mogelijk een gunstiger effect heeft dan de schijf van vijf op lichamelijke en psychische klachten.  En ik ga resultaten laten zien uit een recent onderzoeksproject bij een zorginstelling in Friesland.

En verder?
Tijdens de pauzes kun je een rondleiding krijgen door het dan net verbouwde gebouw of meedoen aan een clinic over gezond bewegen. Dat is de bewegingswetenschapper in mij. Die clinics geef ik trouwens niet zelf hoor. En na mijn inaugurele rede wil ik een eenvoudig paleobuffet aanbieden, zodat zowel lichaam als geest goed gevoed naar huis kunnen. Ohja, deelname is gratis, maar je moet je wél aanmelden. Dat kan door een e-mail te sturen aan infotc@hvhl.nl.

En hoe ziet het programma in Leiden eruit?
Dat programma is nog niet helemaal rond, maar we zijn al wel een heel eind op weg. We hebben in ieder geval twee aansprekende keynotes. De eerste is hoogleraar Wil Roebroeks. Roebroeks is een beroemde Leidse archaeoloog, die veel onderzoek gedaan heeft naar het gebruik van vuur door vroege mensen. De andere keynote is hoogleraar Alessio Fasano. Hij ontdekte dat een stukje uit het gluteneiwit gliadine een verkeerde boodschap aan de darmwand geeft, waardoor de doorlaatbaarheid toeneemt. Daar is veel discussie over, onder andere omdat de resultaten uit zijn onderzoek in andere onderzoekscentra blijkbaar niet gerepliceerd kunnen worden. Zijn plenaire presentatie gaat daar niet over, die gaat over de invloed van het microbioom, diezelfde beestjes in de buik als waar we het in Leeuwarden ook over hebben, op het ontstaan van een aantal chronische aandoeningen. We hopen ook een dialoog te organiseren tussen Fasano en één van zijn collega-onderzoekers uit zo’n onderzoekscentrum waar Fasano’s resultaten niet gerepliceerd konden worden. Maar dat is dus nog onzeker.
Prof. Vincenzo Fogliano, een Wageningse voedingswetenschapper, net als Fasano ook van Italiaanse afkomst, houdt aansluitend aan de keynote van Roebroeks een presentatie over de gevolgen van het gebruik van vuur voor de gezondheid van de mens. Hij gaat daarbij zowel in op de betere verteerbaarheid van gaar voedsel en wat dat betekent voor overgewicht, als op AGEs, Advanced Glycation End-products. In het thema darm komt in ieder geval een presentatie van Geja Heinen over de consequentie van het wassen en schillen van alle groente voor het microbioom en onze mentale gezondheid.

Dat laatste klinkt als iets uit jouw koker?
Ja, klopt, ik heb haar benaderd om een lezing te geven.

En verder?
Verder is het programma voor de lezingen nog niet rond. We hopen snel meer details te hebben.

En worden er weer clinics gegeven, net als vorig jaar?
Jazeker! De clinics waren vorig jaar een groot succes en een welkome afwisseling met de lezingen. Niet dat die saai waren, maar je zit toch binnen in de collegebanken. Lucie van Leeuwen en Mina van Brunschot komen weer een clinic geven, en Coen Koch. Verder hebben we een barefoot running clinic van Vincent Barink en Ruth Langemeijer en een soort kunstclinic van diëtiste Moniek Westerman. Heel bijzonder, denk ik. En er staan weer een aantal bedrijven met stands, en tijdens de lunchpauze is er weer een boekenmarkt.

Heb je daar al namen van?
Uit mijn hoofd kan ik zeggen dat The New Food, Tasty Basics, en Feelmax er weer staan, die waren er vorig jaar ook bij. Voor de boekenmarkt weet ik dat Yvonne Lemmers komt, en Ruth Langemeijer neemt haar Nederlandse vertaling van Whole Body Barefoot van Katy Bowman mee. Maar als het goed ik komt die informatie binnenkort allemaal op de website: www.ancestralhealth.nl.

Kunnen we ons al aanmelden?
Ja, en als je dat snel doet, krijg je nog korting ook! Tot eind juni hebben we een soort early-bird tarief, voor snelle beslissers, zeg maar. En we hebben ook een speciaal tarief voor studenten en, wat wij noemen, geïnteresseerde leken. We vinden het belangrijk om dit symposium zo toegankelijk mogelijk te maken voor iedereen, niet alleen voor mensen die zich beroepsmatig met gezondheid bezighouden, zoals artsen en diëtisten. Om die reden proberen we ook alle presentaties op te nemen en achteraf online beschikbaar te stellen. De video’s van vorig jaar zijn bijna allemaal te zien op de website: www.ancestralhealth.nl.

Ben je niet bang dat mensen thuis op de bank blijven zitten als ze de presentaties achteraf online kunnen bekijken?
Nee, het was een supertof symposium, met een geweldige sfeer. Dat is echt niet hetzelfde als online een paar video’s bekijken. En de video’s zijn een soort sluitpost. Dus mochten we de begroting niet rond krijgen, dan is dat het eerste dat afvalt. Over geld gesproken, we kunnen nog wel wat sponsoring gebruiken. Er is nog ruimte voor een of twee stands en op de website is natuurlijk onbeperkt ruimte. Mail even met info@ancestralhealth.nl als je meer wilt weten over de mogelijkheden.

Dus wat wordt het? Leeuwarden of Leiden?
Ik ben natuurlijk bij allebei. Verder lijkt het mij voordehand liggender dat je naar Leeuwarden komt als je in Noord Nederland woont, en naar Leiden als dat dichterbij is. We hebben voor het symposium in Leeuwarden geen accreditatie aangevraagd, voor Leiden vragen we accreditatie aan voor onder andere artsen (cluster ABC1) en diëtisten. Dus als je punten nodig hebt, moet je zeker naar Leiden komen.

Werkt het paleodieet nou wel of niet?

Het antwoord op die vraag ligt er natuurlijk aan waarvoor je wilt weten of het werkt en vergeleken waarmee. Het paleodieet lijkt goed te werken om gewicht te verliezen, zeker als je het vergelijkt wat mensen gewoonlijk eten.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de resultaten van onderzoek die zojuist online gepubliceerd zijn. Een groep Zweedse onderzoekers liet 32 mensen met diabetes type 2 twaalf weken lang groente, fruit, mager vlees, vis, eieren en noten eten, terwijl ze granen, zuivel, peulvruchten, geraffineerde vetten, geraffineerde suikers en zout moesten laten staan. Ze werden hierin begeleid door een diëtist. De onderzoekers wilden weten of het paleodieet effectiever zou zijn als het gecombineerd wordt met duur- en krachttraining. Het antwoord op die laatste vraag was nee, al vonden ze dat mannen minder spiermassa verloren als het paleodieet gecombineerd werd met training vergeleken met alleen het dieet.

Wat ik hier belangrijker vind, is dat beide groepen, dus paleodieet met en zonder duur- en krachttraining, afvielen, een lager vetpercentage kregen, hun buikomvang verkleinden, een betere HbA1c hadden, lagere nuchtere glucose en insuline hadden, een hogere VO2max, een lagere bloeddruk, lagere triglyceriden en leptine. Een hele indrukwekkende reeks verbeteringen. De vraag is natuurlijk, of het paleodieetadvies daar uniek in is, of dat een ander dieetadvies hetzelfde resultaat bereikt zou hebben.

Om dat te weten te komen, zul je twee groepen met elkaar moeten vergelijken, die verschillende dieetadviezen kregen, en dat is precies wat een groep Australische onderzoekers gedaan heeft. Zij verdeelden 39 gezonde vrouwen random over twee groepen. De ene groep kreeg het paleodieetadvies, de andere groep volgde de Australische Richtlijn Gezonde Voeding, het standaardadvies om groente, fruit, volkorengranen, magere melkproducten en weinig vet te consumeren. Ook uit hun resultaten blijkt dat het paleodieet helpt om gewicht te verliezen, inclusief een beetje spiermassa, helpt om buikomvang te verminderen en totaal cholesterol, inclusief LDL, te verlagen. Dit was echter óók het geval bij de Australische Richtlijn Gezonde Voeding. Hierin is het paleodieet dus niet uniek. Waar het paleodieet misschien op het eerste gezicht wél uniek in lijkt, is het verlagen van het vetpercentage en de bloedwaardes voor triglyceriden. De Australische Richtlijn lijkt uniek in het verlagen van het HDL cholesterol, een effect dat je liever niet zou zien. Ga je dat echter statistisch toetsen, dat zie je alleen nog een verschil in verandering van het vetpercentage tussen de twee voedingsadviezen. Met andere woorden, een verschil in significantie (triglyceriden en HDL) is niet hetzelfde als een significant verschil.

Aan de andere kant geldt ook dat een significante afname van bijvoorbeeld gewicht in beide groepen, niet uitsluit dat er tóch een significant verschil is tussen de groepen. Dit gold voor gewichtsafname, afname van vetpercentage en buikomvang. Met andere woorden, in deze groep gezonde vrouwen had het advies om gedurende 4 weken groente, fruit, vlees, vis, eieren en noten te eten een groter effect op hun gewicht, vetpercentage en buikomvang vergeleken met het standaardadvies.

Op basis van deze twee studies zou ik durven concluderen dat het paleodieet effectiever is dan een standaard voedingsadvies als het gaat om lichaamssamenstelling. Die conclusie komt overeen met de conclusie uit de enige meta-analyse waarin effecten van het paleodieet geanalyseerd werden. Eén van de vervolgvragen die onderzoekers graag stellen, is hoe dat dan zou kunnen komen. Zowel in Zweeds [1 en 2] als in Engels onderzoek is geopperd dat dit te maken zou kunnen hebben met een verbeterd verzadigingsgevoel. Daarom heeft de groep van Staffan Lindeberg een hele reeks hormonen geanalyseerd die te maken hebben met gevoelens van verzadiging en honger. Ze konden in die data niet echt overtuigend bewijs vinden voor de hormonale verzadigingshypothese nadat deelnemers gedurende drie maanden het paleodieet hadden gevolgd. In het hierboven genoemde Engelse onderzoek, waarover ik eerder schreef, werden die verschilllen wél gevonden na één enkele maaltijd. Die verzadigingshormonen zouden mogelijk een soort korte-termijn mediator kunnen zijn, die na iedere maaltijd hun werk doen en ervoor zorgen dat mensen wat minder eten, maar waarvan de nuchtere waardes niet veranderen. Zou kunnen.